Lezing van de maand

Lezing 126: Contact met de levenskracht

26 juni 1964
lezing 126

 

“Gegroet lieve, lieve vrienden. Zegen voor ieder van jullie, de aanwezigen en de afwezigen. Gezegend zijn jullie verdere inspanningen op dit pad, nu en in de komende tijd.

Dit afgelopen werkjaar is een van de meest beslissende jaren op jullie pad geweest, zowel voor de meeste van mijn vrienden individueel, als voor deze groep als geheel. Velen van jullie zijn zich hier duidelijk van bewust. Sommigen voelen het misschien vaag aan en anderen moeten mogelijk nog tot dit punt komen, misschien in het komend werkseizoen, wanneer zij deze belangrijke transformatie in zichzelf gaan ervaren. Als jullie volgend jaar zo doorwerken als jullie tot nu toe gedaan hebben, houdt dat grote beloften in. Sommigen onder jullie die dit horen of lezen, zullen niet meer het gevoel hebben dat dit louter woorden zijn, zij wéten dat het waar is. Mogen daarom de komende zomerweken voor jullie allemaal een tijd van consolidatie van het gedane werk zijn en een voorbereiding op de komende fase in je werk op dit innerlijk pad van bevrijding.

In de lezing van vanavond wil ik graag weer eens opnieuw over de levenskracht praten. Zoals jullie weten, behandel ik een onderwerp dat we al eens eerder besproken hebben, iedere keer op een dieper niveau en ik kan jullie daardoor iedere keer meer materiaal geven, omdat jullie beter in staat zijn het in je op te nemen en er gebruik van te maken. Op die manier krijgt het een meer directe betekenis voor je. Wat ik indertijd over dit onderwerp heb gezegd, was voor jullie een mooie theorie. Nu zijn velen van jullie in staat om te zien dat het niet gaat om louter theorie, om een filosofisch principe dat ver van je afstaat. Het is werkelijk een sleutel waarmee het leven waarachtig geleefd kan worden, in de ware zin van het woord.

Laten we bepaalde facetten van de levenskracht nog eens kort weergeven. De levenskracht is ten diepste intelligentie. Die intelligentie is altijd beschikbaar, altijd aanwezig en toepasbaar, niet alleen op grote, belangrijke punten, zoals velen misschien geneigd zijn te geloven. Deze superintelligentie ‘verwaardigt zich’ zich uit te drukken in ogenschijnlijk kleine, onbelangrijke dingen, als je er gebruik van maakt. Zij kent geen belangrijk of onbelangrijk, zij kent geen groot of klein. Zij doordringt alles als het haar wordt toegestaan. Wat er het meest aan opvalt, is dat er geen enkel conflict in vervat ligt. Het kleine, beperkte menselijk verstand wordt dikwijls geconfronteerd met mogelijkheden waarin enerzijds iets goeds ligt, anderzijds iets slechts; waarin iets gunstigs ligt voor de een, maar iets ongunstigs voor de ander. Als dat het geval is, is de mens niet in waarheid, dan is hij afgescheiden van dat aspect van de levenskracht waarin hij deel zou kunnen hebben aan de grootse intelligentie ervan. Het juiste resultaat dat door die intelligentie tot stand komt, kent geen ‘als’ en ‘maar’, kent op geen manier nadelen voor wie dan ook. Dat resultaat is diep rechtvaardig vanuit iedere mogelijke gezichtshoek. Het laat geen spoor van twijfel of ongemakkelijke gevoelens na. Het laat een mens in vrede achter, in de wetenschap dat alles goed is. Het doet zijn zekerheid in zichzelf en in het leven groeien.

Deze grootse intelligentie is beschikbaar voor elk van je kleinste zorgen of problemen. Zij is altijd tot antwoord bereid, als jij ervoor kiest een beroep op haar hulp te doen. Zij dringt zich nooit aan je op, maar zij is er, bereid en tot je beschikking. Het is aan jou je ermee te verbinden. Al wat nodig is, is weet hebben van haar bestaan en je verlangen er gebruik van te maken. Daarbij moet je je vragen en doelen beknopt onder woorden brengen. Als je die wazig en vaag houdt, als je de weg kwijt raakt in een mist van verwarring kan de levenskracht niet doordringen. Je kunt er dan geen deel aan hebben. Jouw inspanning om je je problemen, je verwarringen, je dubbelzinnige motieven en je beperkingen precies bewust te zijn en helder onder woorden te brengen, is noodzakelijk, evenals je uitreiken naar de levenskracht, je vragen om hulp. Daar bereidt padwerk je nu juist op voor.

Ook wanneer de mens in dit beginsel gelooft, heeft hij nog vaak ten onrechte het idee dat hij eerst een bepaald stadium in zijn ontwikkeling bereikt moet hebben, eerst zijn conflicten afgeworpen moet hebben en heel wat spirituele kennis vergaard moet hebben voordat hij in contact met de levenskracht kan komen. Dat kan misschien overmorgen zijn, maar het kan ook wel volgend jaar worden ‑ denkt hij ‑ en als die dag er is, zal ze hem toevallen als een geschenk uit de hemel dat hij tenslotte verdiend heeft. Dit idee is helemaal verkeerd. De mens hoeft helemaal niet volmaakt te zijn om op de levenskracht afgestemd te zijn. Dat kan hij nu al zijn, op voorwaarde dat hij zijn verwarring omtrent huidige gevoelens, gedachten en stemmingen opheldert. Hij hoeft zelfs niet verwarde concepten op te helderen. Al wat hij moet doen, is beseffen dát hij in de war is en in gedachten en verlangen uitreiken naar deze grotere intelligentie om hem verder te helpen. Dit kan nu direct al gebeuren, als hij zichzelf op deze manier aanpakt.

Een ander belangrijk facet van de levenskracht is zijn onmiddel­lijkheid, het nu. Als je in het ‘nu’ leeft, ben je afgestemd op de levens­kracht. Als dat ‘nu’ betekent dat je in verwarring verkeert, depressief bent en het gevoel hebt dat je vast zit en je deze gevoelens volledig onder ogen ziet zonder ook maar in het minst te proberen eraan te ontkomen, als je het bestaan ervan onder woorden brengt terwijl je het feit vaststelt dat juist het bestaan van zulke gevoelens wijst op dwaling en gebrek aan waar­heid, terwijl je wenst dat de waarheid duidelijk in je wordt, dan lossen de negatieve gevoelens zich op, dan begint de waarheid binnen te komen.

Afgestemd zijn op de levenskracht is hetzelfde als in contact met God zijn, hetgeen hetzelfde is als leven in het ‘nu’. Dit kan alleen het geval zijn als je in contact bent met jezelf. Want jouw zelf en het onmiddellijke ‘nu’ zijn één, jijzelf op dit moment, wat anders kan zijn dan jijzelf in het volgend moment. Want je bent geen vlak, ééndimensionaal schepsel, je bent dynamisch en je hebt vele dimensies. Je hebt vele mogelijkheden en je verandert onophoudelijk in je visie, je houding, je gevoelens en gedachten. Die voortdurende verandering komt tot stand door de telkens nieuwe combinatie van al die aspecten waar je uit bestaat. Daarom is je ‘nu’ nooit hetzelfde. De neiging van de mens om een plezierig resultaat vast te leggen, ‑ want dat lijkt hem een gemakkelijke oplossing voor een ogenschijn­lijk onzekere toekomst ‑ doet hem de waarheid vervormen. Die neiging maakt hem vasthoudend.

Hoe meer je je van al die tot nu toe verborgen lagen van je wezen bewust wordt, des te meer ben je in contact met en in het bezit van jezelf. Daardoor ben je dan ook beter in staat in het ‘nu’ te leven, want je hebt er niet langer behoefte aan dat te ontvluchten. Daaruit volgt dat je des te meer in contact bent met de levenskracht. Dus als je in contact bent met jezelf, krijg je steeds meer begrip voor innerlijke oorzaken en uiterlijke gevolgen in je persoonlijk leven en daardoor begrijp je ook steeds meer dat dit een beginsel is dat slaat op al wat leeft. Hoe beter je dit begrijpt, hoe meer je aan zekerheid wint en hoe meer je je lot ‑ in de ware zin ‑ in eigen hand hebt. Je weet dan dat je veilig bent en nooit afhankelijk van iets wat je mogelijkheden te boven gaat. Je stroomt vol met het tintelende gevoel helemaal levend te zijn, in opwindende vrede, ook al ervaar je nog je negatieve stemming, je angst, je depressie, je uitgeblust zijn of wat dan ook. Het is alsof door jouw zoeken naar de waarheid van het ‘nu’, twee niveaus van je wezen bij elkaar komen en in je bewust worden, terwijl jij de onwerkelijkheid ervan vaststelt en vraagt om de grotere waarheid van de levenskracht. Beetje bij beetje word je je scherper bewust van de redenen voor die negatieve stemmingen. Steeds vaker denk je eraan dat het antwoord en de verklaring in jou bestaan. Dit feit stel je vast, terwijl je vraagt om begrip en hulp om dwaling en misvattingen recht te zetten - je wacht niet tot morgen, wanneer het voor je gedaan wordt, maar je doet het nu zelf doordat je de oneindige intelligentie in je toelaat. Het kleinste spoortje schuldgevoel over het feit dat je ‘nog niet verder’ bent, dat je zulke negatieve gevoelens eigenlijk niet hoort te hebben, is er de oorzaak van dat je je uit het ‘nu’ weg vecht. Dat vechten, weg van het ‘nu’, maakt het contact met jezelf en daardoor met God onmogelijk. De houding waarin je het feit erkent dat je op dit moment in illusie moet zijn, belichaamt vele eigenschappen en zielsbewegingen die noodzakelijk zijn om in goede afstemming te zijn met de levenskracht. Het betekent dat je die strijd stopt. Het betekent nederig zijn en jezelf op juiste waarde schatten. Het is de juiste, geëigende manier van vechten tegen illusies, in plaats van illusie met illusie bestrijden. Zo moet dat niet. Op de manier die ik je aanreik, bestrijd je illusie met werkelijkheid, zelfs als je huidige werkelijkheid illusie is. Het zuivere erkennen van dit feit is dan werkelijkheid. Ontkennen van je illusie betekent grotere illusie.

Het werk van zelfconfrontatie leidt geleidelijk naar deze houding. Als je dan nog een stap verder gaat en je laat je verlangen actief gelden dat de eeuwig aanwezige levenskracht met zijn veel grotere wijsheid het van je overneemt, dan kun je je nooit meer hulpeloos en verloren voelen. De levenskracht zal tintelend door je heen stromen, niet alleen maar af en toe, maar meer en meer als een trouwe kameraad. Het zal jouw wijze van leven zijn. Jij en de levenskracht zullen één zijn, één onafscheidelijk gegeven.

De schoonheid van de schepping is dat de werkelijkheid geluk is. Dit geluk is gemakkelijk. Daar bestaat geen strijd over. De tragedie van de mens is dat hij zo gespannen tegen het geluk vecht door bang te zijn voor de waarheid en vast te houden aan misvattingen. Als wij praten over de bevrijding die volgt bij het gaan van Het Pad, over het afschudden van de boeien die je geketend houden, wat kan dan - als je er diep over nadenkt - de betekenis van deze woorden zijn? Als waarheid en werkelijkheid moeilijker zouden zijn ‑ waar je onbewust zo duidelijk van overtuigd bent ‑ als het bijvoor­beeld waar was dat zelfverantwoordelijkheid en volwassenheid moeilijker waren dan die kinderlijke positie die je zo woest verdedigt, dan zou een doorbraak op dit pad en een komen tot jezelf nooit gevoeld worden als een vreugdevolle bevrijding. Integendeel, het zou voelen alsof je in een gevan­genis kwam waar je het nog moeilijker kreeg dan tevoren. Als de mens zijn weerstanden, zijn nee-stromen had om onwelkome, onplezierige ge­beurtenissen te voorkómen, dan zouden ze begrijpelijk en gerechtvaardigd zijn. Maar het tragische is dat de mens zo dikwijls uit alle macht vecht tegen dat wat het leven gemakkelijker en gelukkiger, plezieriger en veiliger maakt. Innerlijk handelt hij alsof het tegenovergestelde waar is, alsof er op Het Pad van hem verwacht wordt dat hij een avontuur onderneemt waarin hij misschien zal omkomen en hij alleen maar met de grootste moeilijk­heden uit zijn weerstanden kan worden losgemaakt. Dat is de droevige ironie. Hij is zo blind dat zijn voordeel hem als een ramp voorkomt, en wat een ramp is hem veilig en gunstig toeschijnt. Als goddelijke waarheid en werkelijkheid niet vanuit iedere mogelijke gezichtshoek helemaal goed, gelukkig en gunstig waren, zouden velen van mijn vrienden geen bevrij­ding en verlichting ervaren hebben, volgend op een doorbraak op het overwinnen van hun weerstanden. Dit is een belangrijk gegeven om te overwegen, want het vormt het bewijs dat er in Gods wereld niets te vrezen valt, dat je niet bang hoeft te zijn als je je eigen ontwikkeling organisch laat voortgaan en dat je daar niet kunstmatig een halt aan hoeft toe te roepen. De meeste van jullie hebben voldoende vooruitgang gemaakt om te weten dat hetgeen je achter je hebt gelaten onnodige moeilijkheden waren en dat de groei waar je je naartoe beweegt, de nieuwe levenswijze die je hebt aangenomen, werkelijk veel gemakkelijker is dan die waar je zo kramp­achtig aan vasthield.

Steeds wanneer je je van weerstand bewust bent en je precies je vinger kunt leggen op de misvatting en de verwarring erin, dan heb je al gewonnen, want dan heb je de gereedschappen: vanuit zulke ervaring kun je veilig vertrouwen dat ze werken. Als je eenmaal weet dat je in verwarring bent, kun je die verwarring het hoofd bieden. Dat is leven in het ‘nu’. Maar als je je niet van je verwarring bewust bent, als je haar ontkent en je onlustgevoelens aan andere factoren toeschrijft die niets met jou te maken hebben, leef je sterk in illusie omdat je je illusie dan niet eens inziet en niets kunt doen om haar weg te werken. Op zo’n moment vecht je tegen gelukkiger, gemakkelijker en vollediger leven en houd je vast aan onnodige ellende. Je onbewuste conclusies houden vol dat het in je nadeel is om te groeien en in je voordeel om alles te laten zoals het is en het te houden bij wat je hebt. Deze zinloze oneerlijkheid veroorzaakt onzegbaar veel pijn. Als deze fundamentele misvatting over het leven niet zoveel geldingskracht had, zou er zoveel lijden vermeden kunnen worden. De mens zou stralend leven in het onmiddellijke ‘nu’. Steeds als dat het geval is, voel je je tegelijkertijd vredig en tintelend van leven; opgewekt en tegelijkertijd in klare kalmte.

Zoals ik vroeger al gezegd heb, heeft de fundamentele strijd tegen de waarheid gespleten opvattingen ten gevolge. In dit geval bijvoorbeeld vat de mens het leven op als stimulerend en opwindend, maar daar moet hij voor betalen door zijn gemoedsrust op te geven. Als hij vrede en kalmte wil, heeft hij het gevoel dat hij dat dynamisch, opwindend leven moet opofferen, dat hij stil moet zitten en zich moet afzonderen. Deze onware alternatieven leiden hem tot een onware keuze, want wat hij ook kiest, het is gebaseerd op onjuiste vooronderstellingen. Ieder mens heeft recht op enig deel van leven dat vreugde geeft - zij het kalmte, vredigheid of juist opwinding, dingen waar je belangstelling naar uitgaat. De overtuiging het te moeten stellen zonder dat zal inderdaad leiden tot gedrag en uitstraling en tot in - en expliciete houdingen, die een onnodig tekort van het een of ander aspect van de levenskracht met zich meebrengt. In die overtuiging conditioneert de mens zichzelf zodanig dat, telkens als hij zich opgewonden voelt, hij bij zichzelf angst waarneemt en telkens als hij zich kalm voelt hij zich verveelt. Op het moment dat hij zich bewust wordt van het feit dat hij dwaalt, dat het niet hoeft op die manier en dat het alleen maar zo is vanwege de verkeerde overtuigingen die hij er zelf tevoren op na hield, op dat moment ziet hij ten volle het nu, zijn ‘nu’, onder ogen. Hij zal verdere aspecten ontdekken die verantwoordelijk zijn voor deze ver­keer­de conclusie die zijn zelf afsnijdt van de levenskracht. Als hij beseft dat in werkelijkheid de levenskracht twee ogenschijnlijk onverenig­bare gegevens verenigt en hij begint uit te reiken naar de mogelijkheid om deel te hebben aan beide gunstige aspecten, zal hij de waarheid beginnen te ervaren dat al het goede voor de mens mogelijk is, als hij zichzelf maar toestaat dat te ervaren en afrekent met onware beperkingen.

Nog los van de persoonlijke beelden en de daarmee verbonden misvattingen, bestaat er nog veel overeenkomstig wanbegrip dat de mens ervan weerhoudt de levenskracht die hem gelukkig maakt, die hem leven en vrede geeft, in zich te laten doordringen. Op die manier lijken vooral de grote spirituele waarheden voor de mens nog al eens tegenstrijdig. Wanneer hij dergelijke verwarringen onder woorden brengt, heeft hij ze al overwonnen, omdat hij dan zijn verlangen geuit heeft om helderheid te vinden door zijn huidige verwarring te erkennen. Dan is duidelijkheid onderweg en zal spoedig zijn wezen vervullen. Maar juist al te dikwijls is de mens zich niet bewust van dergelijke sluimerende, smeulende, woekerende verwarringen en duidelijke tegenspraken. Het doel van deze lezingen is ook jullie er bewust van te maken dat zulke ogenschijnlijke tegenstrijdigheden ook in jou kunnen bestaan.

Laten we nu enkele van die klaarblijkelijke tegenstrijdigheden bespreken die je in de weg staan, die je ervan weerhouden met de levenskracht - en daarom met geluk - in contact te komen. Het feit dat alle waarheidsleringen als uitgangspunt hanteren dat de mens met zijn vrije wil verantwoorde­lijk is voor zijn lot is aanleiding tot een diepe misvatting en een verwarring voor velen. Vele religies en filosofieën brengen dit feit anders onder woorden, maar het komt allemaal op hetzelfde neer. Ook de psychologie spreekt over de noodzaak van zelfbeheersing en zelfverantwoordelijkheid. Tegelijkertijd gaan die spirituele leerstellingen er ook van uit dat de mens met zijn kleine zelf, zijn beperkte verstand, daar niet in kan slagen; hij behoeft de grotere intelligentie om hem te leiden en te verlichten. Dit lijkt met elkaar in tegenspraak, maar alleen zolang de onderliggende probleem­gebieden die daarop betrekking hebben verborgen, niet herkend en daarom onveranderd blijven.

 

Zolang de mens ertegen vecht om op eigen benen te staan, zal hij zich vastklampen aan een autoriteit buiten zichzelf en vertrouwen op een buiten hem staande God om de plaats in te nemen van een goede ouder. Hij moet dan de noodzaak van zelfverantwoordelijkheid afwijzen. Daarmee gepaard gaande zal hij, zolang hij zo’n autoriteit nodig heeft, teleurgesteld worden en er daarom tegen rebelleren. In die rebellie verwerpt hij dikwijls het idee dat een grotere intelligentie dan de zijne hem kan leiden en verlichten. Hij is bang zijn kleine eigen wil en zijn zelfzucht op te geven. Daardoor vertrouwt hij zich niet toe aan de grotere macht die tot zijn beschikking staat.

Het zijn deze innerlijke afwijkingen, dit volharden in een kinderlijke manier van leven, deze onwetendheid en die misvattingen die de voornoemde tegenspraak scheppen. Op het moment dat je een relevante misvatting en weerstand opgeeft, verenigen zich twee ogenschijnlijke tegenstrijdigheden tot één waarheid: door je eigen verantwoordelijkheid op je te nemen, door te beseffen dat jij en jij alleen de schepper van je lot bent, door de oorzaken en gevolgen van je leven te begrijpen, zoek je actief naar verlichting door de grotere intelligentie die in jezelf bestaat. Je zet je kleine denken opzij ‑ niet blindelings, maar met open ogen ‑ om de grotere geest zich te laten manifesteren. Dit betekent niet dat je vrijgesproken bent van je eigen verantwoordelijkheid. Het betekent veeleer dat jij verantwoordelijk bent voor het openen van de deur, niet voor een uiterlijke godheid, niet voor als het ware een andere persoon die verondersteld wordt de last van de volwassenheid van je weg te nemen, maar voor je grotere zelf dat een integraal deel vormt van jouw psychische persoonlijkheid. Zolang je nog onbewust en verward bent, weerhoud je dat grotere zelf ervan zich te manifesteren. Maar in de mate dat bewustzijn begint te dagen, vangt het grotere zelf aan je te vullen met zijn waarheid en kracht, totdat de integratie volledig is en er geen andere niveaus van functioneren meer bestaan. Dan wordt volwassen zelfverant­woorde­lijk­heid precies hetzelfde als je toevertrouwen aan God, vragend om zijn hulp en zijn weg. Als je je daar niet voldoende bewust van bent, lijkt het alsof je niet mag wensen jezelf te besturen, teneinde God de kans te geven je te leiden.

Maar als je bewust bent, zijn zelfbestuur en aansprakelijkheid voor je eigen daden, gedachten en gevoelens een voorwaarde om de grotere intelligentie zich te laten manifesteren. De kleine eigen wil staat rijpe zelfverantwoor­delijkheid in de weg. Die moet vaak opgegeven worden om echt zelfbestuur op je te nemen. Het is precies hetzelfde met Gods wil en zelfbestuur. Dat laatste betekent geen eigen wil. Als de kleine, inhalige, kinderlijke, zelfzuchtige eigen wil wordt opgegeven, worden zelfbestuur en jezelf toevertrouwen aan de kosmische intelligentie onderling afhankelijk in plaats van elkaar wederzijds uitsluitend. Eigen verantwoordelijkheid en zelfbestuur betekenen geen arrogante over­schatting van het kleine zelf. In feite neemt het grotere zelf het geleide­lijk helemaal over. Dit is de integratie waar we op dit pad over spreken. Als God gezocht wordt als vervanging voor volwassen eigen verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid, kan werkelijk contact met de levenskracht onmogelijk bestaan. Als je wilt dat een uiterlijke autoriteit jouw plaats inneemt, worden al je mogelijkheden lam gelegd; ook de mogelijkheden van het kleinere denken dat de eerste stap moet zetten om contact te maken met de grotere geest. Het kleinere denken met zijn onmiddellijke, uiterlijke wil moet in beweging gezet worden om de innerlijke wil te openen en zo de grotere intelligentie te bereiken. Het is die kleine uiterlijke beslissing die de eerste aanzet geeft om de deur te openen en dan deel te worden van de grote, grenzeloze macht, die je heel geleidelijk in staat stelt om werkelijk je leven in eigen handen te nemen nu die gespleten opvattingen samen beginnen te komen door jouw verdiepte begrip.

Een andere ogenschijnlijke contradictie is het gegeven dat spirituele waarheidsleerstellingen postuleren dat het de bedoeling is dat de mens gelukkig is; dat het Gods wil is dat de mens in vreugde leeft, terwijl hem ook geleerd wordt op zo’n pad als dit, dat God niet gebruikt mag worden om je kinder­lijk verlangen naar magie te versterken om de eveneens kinderlijke heb­zucht aan te moedigen waarmee je alles wilt hebben precies wanneer jij het wilt en om toe te geven aan de wensdromen van het kind dat niet in staat is zijn utopische verlangens op te geven. Waarom gaan we op dit pad door zoveel pijn heen om deze kinderlijke staat te ontgroeien wanneer ik je in één adem vertel dat God voor de mens geluk wil? Is dat geen tegenspraak? Dat hebberige kind wil ook geluk. Van de grote macht van de levenskracht verwacht je dat alles mogelijk is. Is het niet in tegenspraak met het doel van dit pad, dat de noodzaak herhaalt het verlangen naar magie op te geven? Of je zulke verwarringen bewust onder woorden gebracht hebt of niet, ze zullen dikwijls bestaan en het is belangrijk ze naar de oppervlakte te halen en ze recht te zetten.

Laten we dus kijken waarom het waar is dat de mens vrij moet zijn van het kinderlijk verlangen naar magie, in staat moet zijn zelfgeproduceerde ellende te accepteren in plaats van ervoor weg te kruipen. En waarom het evenzeer waar is dat de mens alle recht op en alle mogelijkheid heeft tot geluk. Zie je, vrienden, het verlangen naar magie duidt op de wens de consequenties van je daden te vermijden; het ontkent de eigen verantwoordelijkheid maar wil wél bevrijding en meesterschap over je lot en daardoor is gelukzaligheid om in de levenskracht te zijn onmogelijk. De begeerte om alles naar je zin te hebben eist geluk op ter wille van de gefantaseerde vernietiging van de beelden en misvattingen. Welnu, de vrees daarvoor is gebaseerd op onjuiste ideeën. De mens moet zichzelf ervan overtuigen dat die ideeën onjuist zijn. Je moet ondervinden dat je niet omkomt wanneer dit of dat gebeurt. Je ellende wordt nooit veroorzaakt door de gevreesde gebeurtenis zelf, maar alleen en uitsluitend door je houding. Zolang je vast zit aan het misplaatste idee dat een uiterlijke gebeurtenis ‑ afwijzing, kritiek, verlies of wat dan ook ‑ je leed kan veroorzaken, leef je in illusie en daardoor zal een schijnbare tegenstelling een gespleten opvatting veroorzaken. Als je beseft dat je angsten ongegrond zijn, zie je in dat niet de gebeurtenis zelf een bedreiging vormt, maar jouw houding ertegenover. Als je zo leert je krampachtig streven op te geven en los te laten, kun je echt het loslaten van je eigen wil, je dwingende behoefte aan bevrediging gaan verenigen met het volledig besef van je recht om gelukkig te zijn en kun je rustig streven naar vervulling op alle niveaus en in ieder aspect van je leven.

Zijn er, voor we met de lezing verder gaan, op dit punt vragen?”

VRAAG: Als er iets gebeurt wat je heel erg vindt, laten we zeggen als er iemand dood gaat die je heel na staat, hoe is het dan mogelijk om niet ongelukkig te zijn?

“Hier ligt zo’n belangrijke misvatting. Juist omdat je voelt dat je niet ongelukkig hoeft te zijn, vecht je je weg uit het nu, daardoor uit jezelf, daardoor uit het contact met de levenskracht. Het is ofwel dat hebberige, eigenzinnige kind dat vervulling van al zijn verlangens en bevrediging van iedere wens eist en bang is voor het tegendeel, ofwel het is het misplaatste idee dat een spiritueel ontwikkeld mens zover hoort te zijn dat hij zich nooit ongelukkig voelt, nooit loopt te piekeren, enzovoort. Vaak is het een combinatie van deze twee aspecten, want verkeerd begrepen spiritualiteit is een voortbrengsel van het hebberige, bange, zwakke, afhankelijke kind. Hoe minder iemand bereid is te verliezen en los te laten als dat nodig is, hoe zwakker hij wordt; hoe meer iemand afhankelijk is van omstandigheden buiten zijn controle, hoe meer hij erop staat dat de dingen van buitenaf zus en zo gebeuren om zijn ongeluk te voorkomen ‑ zoals hij ten onrechte gelooft. Daarom komt uit dat vechten tegen het ‘nu’ groter leed voort dan uit de gebeurtenis zelf. Als geen van die ongezonde aspecten bestond, zou je de pijn doorleven en zou je eruit groeien. Hoe meer je leert dit te doen op het moment zelf, hoe sneller de schijnbare tegenstellingen versmelten; het volledig doorleven van het pijnlijke ogenblik wordt tegelijkertijd je geluk. Dan bereik je een gebied dat ligt voorbij de illusie van de tegenstellingen. Als je rustig erkent: “Ik ben nu ongelukkig, maar tegelijkertijd weet ik dat ik in dit ongelukkig zijn op een of andere manier niet helemaal in waarheid ben,” dan eerst treed je binnen in een vrede. Ja, je bent ongelukkig op zo’n moment, vanwege dat verlies of die verstoring. Niettemin komt er een vrede in je, doordat je volledig je gevoelens van het moment erkent en vaststelt dat sommige van die gevoelens uit illusie voortkomen, ook al ben je nu nog niet bij machte die illusie te veranderen. Je verlangen de illusie in waarheid te veranderen terwijl je al je negatieve gevoelens het gevolg van je illusie ‑ erkent, zal maken dat je stopt met wegrennen en vechten, met strijden tegen wat is. Dan zal een diepe vrede je vervullen en geleidelijk daagt er nieuw begrip in je vanuit diepe hulp­bronnen die toegankelijk worden door je verlangen om te putten uit de goddelijke waarheid, de levenskracht in je. Hoe meer vrede en wezenlijk nieuw inzicht je vervullen, hoe meer ongeluk en geluk één worden ‑ omdat je ophoudt met vechten tegen het ‘nu’, jezelf in het nu. Als je het zo aanpakt, ervaar je geleidelijk meer en meer het feit dat het jouw houding is ten opzichte van een gebeuren die geluk of ongeluk teweeg brengt, nooit het gebeuren zelf. Deze ontdekking geeft bevrijding, kracht en zekerheid, en brengt je in contact met de levenskracht.”

VRAAG: (niet te verstaan bij de opname)

“Dit wijst op hetzelfde wezenlijke wanbegrip dat zo vaak in de menselijke psyche voorkomt, namelijk dat ongeluk een deugd is. In dit geval raad ik je de overweging aan: “Mijn geluk kan onmogelijk iets ontnemen aan anderen, integendeel. Maar mijn ongeluk draagt bij aan hun ongeluk.” Dit zal je helpen een sterke, volledige ja‑stroom voor je geluk te ontwikkelen. Het is een van de wonderbaarlijke waarheden betreffende de levenskracht, voor de mens vaak zo moeilijk te begrijpen. Zo vaak denkt hij dat hij geconfronteerd wordt met mogelijkheden of keuzen waarin het ene goed, het andere slecht is, waarin de een wordt goed gedaan en een ander schade lijdt. Wanneer hij gevangen zit in zo’n netelige positie kun je er zeker van zijn dat hij verstrikt is in een verkeerd idee. Als je in waarheid bent, vrienden, bestaat het niet dat een beslissing aan de ene kant goed en aan de andere kant slecht is. Het moet aan alle kanten goed zijn voor ieder die ermee te maken heeft. Dat is de rechtvaardigheid van de goddelijke waarheid, dat is het wonder en de schoonheid ervan. Als je dit werkelijk begrijpt en voor beslissingen komt te staan waarbij je, met je menselijk verstand, niet kunt zien hoe je tot deze alomvattende rechtvaardigheid moet komen, dan kun je een beroep doen op deze waarheid, je kleine denken opzij zetten en de grotere intelligentie binnen laten komen. Open je ervoor. Stel vast: “Zolang ik in mijn beslissingen nog nadeel zie, schade en destructiviteit, hetzij voor de een, hetzij voor de ander, weet ik dat ik misvormd denk. Ik spreek de wens uit de goddelijke waarheid te bezitten waarin de beslissing voor iedereen juist en in harmonie is en ik wil deze waarheid diep kunnen voelen. Ik kan dit nu niet zien en daarom ben ik niet in waarheid.” Op die manier ken je het ‘nu’, je loopt er niet voor weg, je ziet het nu ten volle onder ogen, terwijl je tegelijkertijd rustig wenst verlicht te mogen worden. Dit samengaan van het onder ogen zien van het ‘nu’ zonder strijd tegen jezelf en het verlangen naar de grotere waarheid, zal het de levenskracht de mogelijkheid bieden je te vullen met inzicht, wijsheid en kracht.

Naast wat ik al over dit onderwerp gezegd heb, wil ik jullie nu een vraag stellen: heeft iemand hier er een idee van waarom het echt geen tegenspraak is dat het het geboorterecht van de mens is om gelukkig te zijn, terwijl hij toch in staat moet zijn een ongelukkig ‘nu’ te accepteren en zijn eigenzinnigheid en hebzucht los te laten?”

Deelnemer: Het is vaak zo dat een mens niet weet wat goed voor hem is. Wat hij met zijn kleine verstand wil, is misschien helemaal niet wat hij echt zou willen als hij meer ontwikkeld was. (De rest was onverstaanbaar)


Ja, dat is waar. Zijn er nog andere ideeën?”


Andere deelnemer: Ik denk dat we de vervulling dikwijls niet nu kunnen krijgen. Wij zijn ongeduldig en willen het onmiddellijk.

“Ik denk dat het ‘nu’ er niets mee te maken heeft.”

(Verdere opmerkingen die niet te verstaan waren vanwege de

airconditioning)

“De verlangens van het kleinere en het grotere zelf kunnen verschillen, maar dat is niet nood­zakelijk. Vaak hebben ze dezelfde wensen en wat het kleinere zelf wil is niet noodzakelijk verkeerd. Het gaat om het hoe. Het kleine zelf leeft in de illusie dat het omkomt als zijn wens niet vervuld wordt. Dit schept angst, evenals nog andere negatieve emoties. Dan zijn het deze negatieve emoties en houdingen ‑ ontstaan door het misplaatste idee dat je vergaat als je wil niet vervuld wordt ‑ die de uiting van het kleine zelf misvormen; het is niet de aard van de wens zelf. Als aan de andere kant het ware zelf een wens voortbrengt, drukt het zich zonder angst uit, omdat het onvervuld blijven van de wens het niet schijnt te vernietigen. Daarom worden er dan geen verdere negatieve emoties gecreëerd.

Ik onderschrijf alles wat jullie gezegd hebben, vrienden. Bovendien wil ik graag nog dit zeggen: de schijnbare tegenspraak is dat de mens moet kunnen opgeven wat hij wil winnen. In dit opgeven ligt de zielsbeweging die nodig is om met de levenskracht in contact te zijn. Deze zielsbeweging is van cruciaal belang. Daarin ligt de waarheid dat niet de gebeurtenis, niet de vervulling van de wens geluk kan brengen. In het ontspannen opgeven liggen alle emoties die een nevenproduct van de waarheid zijn. In de onharmonische zielsbeweging is contact met de levenskracht niet mogelijk. Zielsbewegingen zijn altijd een gevolg van houdingen. Soms hoef je je alleen maar op je houdingen te concentreren en dan volgen er vanzelf harmonische zielsbewegingen. Op andere momenten op je pad is het nuttig je zielsbewegingen zelf waar te nemen en ze dan van twee kanten tegelijk aan te pakken. Alle onware ideeën scheppen disharmonieuze emoties. Die laatste scheppen gespannen, harde, rigide zielsbewegingen. Ware concepten scheppen ontspannen, warme, positieve gevoelens: en verder ook flexibele, harmonieuze, ritmische, organische zielsbewegingen. De angst bijvoorbeeld dat het onvervuld blijven van een wens vernietiging betekent, schept een moeten. Steeds wanneer er een moeten bestaat, gaat dat in tegen de lang­zame, harmonieuze golven van de levensstroom of van de levens­kracht.

Lieve vrienden, als je nu terugziet op je werk op dit pad, op de lezingen en op je ontwikkeling, zul je zien dat het allemaal uiterst nauwkeurig was opgebouwd om te leiden tot dit punt: het herstellen van gespleten concepten door de juiste zielsbewegingen, of andersom. Dit op zijn beurt stelt je in staat je de onmetelijke wijsheid, energie en vrede van de levenskracht geheel eigen te maken. In harmonie zijn wanneer de uiterlijke omstandig­heden allemaal naar je zin gaan, is geen werkelijke harmonie, omdat je dan afhankelijk bent van die buiten je controle liggende omstandigheden. Zelfs als je daar nu heel wel bij vaart, moet je toch in diepe, mogelijk niet her­kende angst verkeren dat het misschien niet altijd zo blijft gaan. Maar als je beseft dat je de middelen hebt om waardig en met zelfrespect te leven en niet totaal afhankelijk bent van enige gebeurtenis buiten jezelf, dan ben je echt in harmonie. Dan ben je tot jezelf gekomen. Dan maak je gebruik van je geboorterecht en begin je je lot in de ware zin van het woord te beheer­sen. Dan staat alle beschikbare overvloed voor je open en die zal je alle mogelijke vervulling geven waar je zelfs niet van kunt dromen, het zal de verwachtingen van de meest hebberige eigenzinnigheid van het kinderlijke zelf nog overtreffen.

Dit is waarom trots, angst, eigenzinnigheid, hebzucht, kinderlijke afhankelijkheid en weigering op eigen benen te staan, zielsbewegingen voortbrengen die wel moeten ingaan tegen jouw belang. De omstandigheden die door deze zielsbewegingen geschapen worden, zijn zodanig dat zij de angst voor het niet vervuld worden doen groeien, omdat de mens dan denkt dat het de uiterlijke gebeurtenis is en niet zijn houding die de ellende voortbrengt.

In contact zijn met de levenskracht is mogelijk, ook al dool je nog rond in illusies, mits je je van dat laatste bewust bent en mits je dit feit toegeeft en je verlangen naar contact met de levenskracht tot uiting brengt. Dan zul je geholpen worden om de belemmeringen op te ruimen en je zult de vibrerende, dynamische levenskracht proeven. Iedere porie en iedere cel van je fysieke en emotionele organisme zal vervuld worden van deze opwindende en vredige ervaring. Je zult echte zekerheid smaken, vooruit zien naar ieder volgend moment, vreugde kennen zonder angst. Je hoeft niet op volmaaktheid te wachten om dit te beleven, als je je onvolmaakte, beperkte zelf kunt benaderen in de waarheid van het moment. Dan werk je je onvolmaaktheden veel doeltreffender weg dan door ze te bestrijden.

Dit uit te werken op een meer persoonlijke, specifieke manier met ieder van jullie, dat is het programma dat we nu op Het Pad gaan volgen.

Nogmaals, het louter horen van deze woorden is niet genoeg. Ze klinken waarschijnlijk als een ingewikkelde theorie. Maar met behulp van jullie persoonlijke sessies is het te leren. Jullie zullen allemaal, stap voor stap, leren deze woorden volledig tot je bezit te maken en zo meer en meer leren leven in contact met de vibrerende waarheid van de levenskracht, contact met je echte zelf, contact met God. De meeste van jullie zijn nu klaar om de techniek te leren van ten volle in het nu te leven. Om dat te kunnen is het noodzakelijk je bewust te zijn van de vele niveaus van emotioneel reageren. Zolang zovele onbewuste of halfbewuste reacties verborgen blijven, vergeet de mens zijn eigen diepten, vergeet hij de verschillende werkelijkheden van zijn wezen. Alle ervaringen die hij als realiteit beleeft, zijn de meest oppervlakkige, ondiepe, materiële, uiterlijke lagen, gevolgen die zich aan de buitenkant afspelen. Hij is zo ver verwijderd van zijn eigen kern, zo onbewust van wat hij echt voelt en denkt, dat hij niet kán leven in het nu. Maar er is voldoende vooruitgang gemaakt in de groep als geheel, door de meeste van jullie; er is voldoende bewustzijn verworven over de werkelijkheid van de innerlijke niveaus, om uit te kijken naar het nu en dat te zien. Van daaruit kunnen de zielsbewegingen aangepast worden. Van daaruit is contact met de levenskracht mogelijk. Voor sommigen neemt het misschien nog wat meer tijd om tot dit punt te komen. Welnu, zijn er nog vragen?”

VRAAG: Als je iets heel erg graag wilt, maar er is angst, trots of eigenzinnigheid, zijn dat dan tegenstromingen en kun je het dan niet krijgen?

“Ik zou het zo willen zeggen: steeds wanneer er een nee‑stroom bestaat, moet er een onjuist idee achter liggen, anders zou er geen nee‑stroom kunnen zijn. Tegelijkertijd schépt het verkeerde idee angst, trots, eigenzinnigheid, enzovoort. Maar waar ik zojuist over gesproken heb, gaat zelfs nog wat verder dan dat. In plaats van je tegen een nee‑stroom te verzetten, stel je zijn aanwezigheid vast, geef je toe dat hij gebaseerd is op verkeerde ideeën, spreek je de wens uit geholpen te worden om alle facetten te begrijpen die je tot deze toestand brengen, zonder er zo razend tegenaan te schoppen. Dat is leven in het nu; het is de enige doeltreffende benadering van innerlijke verstoringen en disharmonie die je onmiddellijk in contact brengt met je echte zelf, met de levenskracht.”


VRAAG: Hoe moeten wij ons God voorstellen?

“Op deze vraag kan ik nu onmogelijk ingaan, althans niet uitgebreid. Alles wat ik nu zou willen zeggen is: Stel je God niet voor als een menselijk persoon. Denk aan deze immense macht, die voortdurend op doelmatige wijze leven schept. Doe je ogen open en kijk om je heen. In alle takken van wetenschap vind je aspecten van de universele intelligentie en macht. God is geen schoolmeester, God staat boven goed en kwaad. Als de mens de strijd om het bestaan ziet kan hij God niet begrijpen omdat hij over God alleen maar kan denken in menselijke termen. Voor hij tot verdiept begrip kan komen, moet hij dikwijls eerst het beeld opgeven van God als een kleinzielige schoolmeester, van wie hij wenst en vreest dat hij optreedt als vervanger voor een ouder, ook al omdat hij te bang is om zijn leven zelf op zich te nemen. Waar ik al telkens opnieuw op gewezen heb: voor je waarlijk God kunt ervaren, moet je leren op je eigen benen te staan, en misschien ook je zoeken naar God voor een poosje achterwege laten. Verklaar niet: “Er is...” vanuit valse schuldgevoelens en vanuit de verwarringen van menselijke relaties als je er niet zeker van bent. Maar verklaar ook niet: “Er is geen...” want je zicht is nu nog vertroebeld door je hopeloosheid en je verwarring over het leven, over jezelf. In zulke tijden is het gezond om te zeggen: “Ik weet het nu nog niet,” zonder schuld en toch ook zonder uitdaging. En als je jezelf vindt ‑ en dat is steeds de wijze waarop Het Pad moet aanvangen ‑ als je je echte, ware zelf vindt, wordt het overige je gegeven. Het komt vanzelf. Het is een natuurlijk begrijpen dat komt als je leert over jezelf wat je nodig hebt om te weten om met succes te leven. Je kunt God niet vinden door theoretische discussies op intellectueel niveau. Berg dat probleem maar op, vrienden, houd jezelf open, maar vind jezelf eerst. Dat is alles waar het om gaat. Want dan kom je werkelijk tot de ware visie die van binnenuit groeit, uit je persoonlijke ervaring, in plaats van postulaten en dogma’s aan te nemen uit angst, uit gehoorzaamheid, uit wensdenken, uit verlangen naar afhankelijkheid en beloning door het afwijzen van zelfverantwoordelijkheid. In werkelijkheid moet je je wensdenken laten varen, je kinderlijke hebzucht loslaten, al je houdingen veranderen waarmee je je vastklampt aan een vals godsbeeld, voordat ware godservaring mogelijk is. Ieder spoor van ontvluchting moet verdwijnen voor een wezenlijke godsbeleving mogelijk is. En die is dan gebouwd op een rots.

En nu, lieve vrienden, zegen ik iedereen en elk van jullie. Verheug je in het weten dat je eigen werkelijkheid je brengt in een harmonieuze relatie met het leven. En dit wordt steeds meer een bewijs in je leven van alledag, niet een hoop in een vage toekomst. Ga verder in dit zoeken naar het zien van jezelf in uiterste waarheid. Want als je dat doet, wordt al het overige je gegeven.

Wees gezegend, ieder van jullie, wees in vrede, wees in God! “

 

 

Deze lezing werd gegeven via Eva Pierrakos in 1964.

Oorspronkelijk uitgegeven door Center for the Living Force, Phoenicia (N. Y.)

onder de titel: ‘Contact with the Life Force’.

Laatste herziening van de Nederlandse vertaling in 2000.

© Stichting Padwerk Nederland, uitgave 2015.

creative commons logo