Lezing van de maand

Lezing 159: De manifestatie van het leven is een uitdrukking van een dualistische illusie

12 januari 1968
lezing 159

 

“Gegroet, beste vrienden. Moge het komend jaar gezegend zijn en succesvol zijn op het enige punt waar het werkelijk om gaat, het vinden van je ware zelf.


De uitdrukking ‘je ware zelf vinden’ is al zo vaak gebruikt, dat hij voor velen van jullie aan betekenis verloren heeft. Zo gaat het altijd als je een uitdrukking vaak, bijna mechanisch en zonder erbij na te denken, gebruikt. Daarom is het noodzakelijk de ware betekenis ervan nog eens heel diep te overdenken.


Als je je ware zelf vindt, kan het niet anders of je ontdekt daarmee ook de ware zin van het leven. Je krijgt op een volkomen nieuwe manier inzicht in het leven. Daardoor ga je ook begrip ontwikkelen voor de uiterlijke manifestaties van leven en dood. En als je die begrijpt, kan niets je meer werkelijk bang maken of uit het lood slaan. Dit inzicht krijg je alleen, als je de innerlijke processen en de wetten van het leven emotioneel waarneemt en ervaart. En dit is weer iets wat je niet op een abstracte en algemene of filosofische manier kunt doen. Het kan echt alleen maar op een uiterst persoonlijke manier, door jezelf en je subjectieve reacties heel direct onder de loep te nemen.


Eén van de grote moeilijkheden in het leven van de mens is de onvermijdelijke terugval bij ieder groeiproces. Leven is groeien en groei is een voortdurende beweging die zich in op en neergaande lijn voltrekt. Elk dieptepunt schept ruimte voor een periode van opleving en op vooruitgang volgt terugval met daarna weer vooruitgang. Er is geen stijgende lijn mogelijk zonder een daaraan voorafgaand dieptepunt. Er kan dus ook geen leven zijn zonder dat het eerst door een vorm van dood is gegaan. Deze ritmische beweging blijft zich voortzetten totdat het bewustzijn niet meer in zichzelf verdeeld is als gevolg van een denkbeeldig dualisme. De neerwaartse beweging (dood) vertegenwoordigt de ene pool van dualisme, de opwaartse beweging (leven) de andere. Synthese vindt plaats wanneer beide impulsen volledig beleefd, geproefd en geassimileerd zijn, wanneer aanvaard is dat het eigen zelf ze heeft geschapen.


Als je bang bent voor de neerwaartse beweging, als je ermee worstelt en je ertegen verzet, vecht je tegen wat je zelf gecreëerd hebt en dus tegen jezelf. Dit houdt in dat je geen enkel begrip hebt van de wetten van het leven en van de creatieve processen in je eigen bewustzijn. Angst voor de neerwaartse lijn betekent angst voor verandering en dus neem je je toevlucht tot stilstand, omdat dat veilig lijkt en je daarmee het ogenschijnlijk gevaar van de beweging die je zelf op gang hebt gebracht, denkt af te wenden. Pas als deze beweging begrepen, geaccepteerd en daardoor overstegen is kan dit element van strijd verdwijnen.i


Die afwisselend neergaande en opwaartse lijn doet zich voor op oneindig veel verschillende manieren. Het duidelijkst is dit bij de overgang van het fysieke leven naar de fysieke dood. De dood boezemt verreweg de meeste angst in, alleen maar omdat het blinde kleine zelf niet voorbij de eerstvolgende ‘bocht’ kan kijken, waardoor het grote geheel verborgen blijft. Het lijkt dus een einde en nog wel een einde in de dood, niet in het leven. In werkelijkheid is dit juist een deel van een levensketen die eindigt zonder neergaande beweging. Je verzet tegen die onafgebroken ver­anderende beweging maakt de beleving ervan alleen maar moeilijker. Maar ook de minder ingrijpende manifestaties van deze levenswet gaan met angst en strijd gepaard. Neem bijvoorbeeld een reis of een verhuizing. In zulke gevallen voel je je altijd wel enigszins terneergeslagen vanwege het afsluiten van een bepaalde periode in je bestaan, zelfs al kijk je tegelijkertijd misschien uit naar die nieuwe start. Elk nieuw begin veronderstelt een aflopen van de vorige fase en dus een beëindigen, een sterven als het ware. En dit geldt voor elk niveau van je bestaan. Op het fysieke niveau kun je daar niet omheen. Zelfs als je kunt zien dat er aan het einde van de oude fase een nieuw begin wacht, verzet je je. Hoeveel te meer zal dat dus zijn als dat nieuwe buiten je gezichtsveld blijft.


Deze zelfde wet is ook van toepassing op innerlijke groei en verandering. Nieuw leven, het begin van een nieuwe periode, kan alleen volgen op een sterven van het oude en dat is vaak pijnlijk. Je moet je door het puin en de modder van je eigen misvattingen en destructiviteit heen worstelen. Dat weten jullie allemaal en je ervaart het steeds opnieuw. Groei is alleen mogelijk als ook de neergaande beweging van de geest gevolgd wordt. Anders gezegd betekent dit dat je tot in de diepten van je eigen wezen zult moeten doordringen. Als er in deze diepten pijn zit, moet die naar boven komen, anders kan hij niet worden opgelost. De pijn houdt het licht tegen en moet daarom worden opgediept.


Zoals ik al eerder heb besproken, zit eenzelfde beweging in de ademhaling. Het is de adem van de geest, de adem van het universum, zoals die wordt uitgedrukt in elke individuele levensvorm. Je kunt dus als je naar je leven en naar je stemmingen kijkt -je sombere buien zien als de neergaande lijn die aan de daaropvolgende opgaande beweging voorafgaat. Maak van beide het beste door je af te stemmen op de onderbewuste intelligentie die altijd beschikbaar is als je dat echt wilt. Dan is er geen verzet meer tegen de neergaande lijn en daardoor wordt de doorbraak naar boven van je spirituele adem en dus je groei ook niet meer belemmerd. Je laat het toe door het volledig te accepteren, door er helemaal in en bij te zijn. De meest constructieve en vruchtbare manier om dit te doen is door te kijken wat die neergaande lijn jou persoonlijk te zeggen heeft, hem te zien als je eigen creatie en te pogen zo diep mogelijk in jezelf door te dringen door je af te vragen: “wat heb ik gecreëerd en wat betekent dit?”.


Wat is de zin van je leven, gezien vanuit de innerlijke wetten en innerlijke levensprocessen? Wat is de betekenis van jouw onvervulde verlangen als je het vanuit dit gezichtspunt bekijkt, wat is de achtergrond van je frustraties? Onnodig te zeggen dat dit pas echt kan worden aangepakt als je jezelf eerst toegeeft dat die onvervulde hunkering, die onvrede, die pijn en angst en die werkelijke verlangens inderdaad in jou leven. Als je dat gedaan hebt, in alle eerlijkheid en openheid, kun je gaan begrijpen waarom ze er zijn en waarom die verlangens niet vervuld worden. Dat ze in je leven bestaan is op zichzelf, net als elke andere creatieve prestatie, een door jou gecreëerd meesterwerk.


Het enige verschil is dat je het ene bewust en weloverwogen schept en het andere onbewust en ongemerkt. Je moet dus proberen ook je negatieve creatie als een product van jezelf te gaan zien. Als je dit niet doet kun je zo’n negatieve creatie niet ontmantelen en kun je nooit de grootheid peilen van het leven met al zijn rijkdommen, die onafgebroken tot je beschikking staan. Als je niet ziet dat die negatieve creaties iets van jou zelf zijn, kun je er alleen maar tegen in opstand komen. Je bevindt je dan in de eigenaardige situatie dat je ruzie met jezelf hebt. Je ene hand ziet niet wat de andere hand aanricht en je vecht tegen jezelf zonder te weten dat jouw eigen hand de oorzaak is geweest. Zo lig je overhoop met het lot, met het leven, met al het goede dat vóór je zou kunnen werken als je alleen maar bereid zou zijn je oogkleppen af te zetten.


Kenmerkend voor een dergelijk verzet is dat dan altijd wel iets of iemand anders de schuld krijgt. Als je dat doet ben je niet in contact met de onderliggende oorzaken en mechanismen in jezelf -en dat is de grote moeilijkheid bij al het lijden. Hoe vaak en op hoeveel verschillende manieren ik dit ook zeg, nog steeds heeft niemand van mijn vrienden op dit pad dit echt helemaal door. Het ontgaat jullie bijna allemaal hoe vaak je je ongelukkig voelt en hier alleen maar vluchtig naar kijkt. Daardoor ben je niet in staat het met jezelf in verband te brengen. Maar ook als je weet dat je ongelukkig bent en zelfs als je de oorzaak ervan onder ogen hebt gezien, dan nog verzet je je ertegen alsof het door iets buiten je veroorzaakt werd. Zo blijf je nog steeds vervreemd van je eigen scheppingskracht, ondanks het feit dat je je gevoelens echt onder ogen hebt gezien. Het grandioze creatieve proces dat voortdurend in je aan het werk is, manifesteert zich vaak het eerst in het negatieve.


Zelfs iemand die gelooft in de scheppende krachten met hun onbegrensde mogelijkheden, stelt zich voor dat die hem pas als een soort speciale beloning zullen toekomen wanneer hij met zijn blindheid, zijn verdeeldheid, zijn moeilijkheden heeft afgerekend. Hij moet als het ware eerst ‘af’ zijn, voor hij deel kan hebben aan de creatieve krachten van het universum. Dit is de vage voorstelling die jullie en ook de meeste mensen hiervan hebben, het is een vervormde kijk op de werkelijkheid. Die ellende waar je zo onder lijdt is net zo goed een creatieve prestatie als de schepping van het goede waarvan je droomt. Zolang je dit niet echt begrijpt kun je onmogelijk bewust deelnemen aan het scheppingsproces, aan het vormgeven aan je leven en aan je veilig en in vrede voelen met de wereld.


Jullie zien, vrienden, dat de scheppende kracht in jullie onmetelijk groot en voortdurend actief is, zo groot dat je je er vrijwel geen voorstelling van kunt maken. Deze kracht werkt altijd in overeenstemming met je bewustzijn. En daarbij gaat het natuurlijk zowel om het bewuste als het onbewuste deel van je geest -zoals je bent in je geheel. Wat je hebt of niet hebt is de regelrechte uitwerking van alles wat je denkt, alles wat je voelt, alles wat je zelf wilt. Misschien is het niet verstandig dat je het wilt en je wilt het zeker niet bewust, maar onbewust wil je het wel. Pas wanneer je hier volledig van doordrongen bent begrijp je de wet van het leven, de wet van de scheppende kracht, die in jou zijn werk doet. En dan ga je enigszins aanvoelen welke enorme kracht er tot je beschikking staat.


Die kracht is grandioos. Sta hem niet toe zomaar, willekeurig of bij toeval te werken, door je onverstandige, destructieve en slordige manier van denken, je angsten, je misvattingen, je onwetendheid. Kortom, door zoveel materiaal onbewust en dus onbereikbaar te laten blijven. Want dan laat je de creatie van jou zelf en van je leven helemaal over aan destructieve mechanismen.


Vrienden, steeds opnieuw doen jullie alsof je onbewuste helemaal niet bestaat. Je weet wel dat je iets graag wilt, maar het komt nog altijd niet in jullie op dat als die wens onvervuld blijft, er in je eigen onbewuste iets moet zijn wat regelrecht tegen die wens ingaat. Je zoekt de reden voor het uitblijven van die vervulling niet in jezelf. Je ziet de situatie waarin je je bevindt niet als je eigen pro­duct, je eigen creatie.


Binnen je eigen rijke zielssubstantie kun je de vormen vinden die de oorzaak zijn van alles wat je hebt en van alles wat je niet hebt. De muur tussen je bewuste en je onbewuste geest is je grootste vijand.


Zodra die muur is neergehaald word je niet meer beheerst door innerlijke krachten die je niet kent en daarom vreest. En toch is de mens doodsbang voor het neerhalen van deze scheidsmuur en verzet zich tot het uiterste daartegen. Hij doet alles wat hij kan om hem overeind te houden en dat is ongelofelijk dwaas want juist die scheidsmuur houdt hem zo hulpeloos. En alleen in die afgescheiden toestand wordt hij bijna gedwongen zijn ongeluk toe te schrijven aan duistere machten waaraan hij totaal geen deel lijkt te hebben. Dus is hij bang voor de wereld, net zoals hij bang is voor zijn eigen wezen. Omdat zijn eigen innerlijk hem angst inboezemt, durft hij er niet in door te dringen en omdat hij dat niet durft, maakt hij zich er los van en daardoor lijkt het alsof die angst gerechtvaardigd is.


Deze onwil om erin door te dringen heeft als logisch gevolg een gebrek aan bewustzijn, een gebrek aan besef van wat er aan de hand is. Niet alleen daar waar onbewuste destructieve krachten aan het werk zijn, maar ook waar het gaat om scheppende krachten, die vóór in plaats van tegen hem zouden kunnen werken. Dit is een uiterst belangrijke vicieuze cirkel waarin de mens hardnekkig blijft ronddraaien zonder hem ten goede te kunnen keren.


De scheppende kracht is dus niet alleen maar constructief, heilzaam, goed en wijs, maar ook destructief, kwalijk, slecht en dom. Dit doet niets af aan de goddelijke aard en oorsprong er van. Die kracht zit evengoed in dwaling, wanbegrip en kwade wil als in waarheid, werkelijkheid en liefde. Ik heb het nu natuurlijk over de tijdelijke verschijningsvorm die verband houdt met het geestelijke stadium waarin iemand op dit moment verkeert. Het betekent niet dat het altijd zo zal blijven. Deze kracht werkt eeuwig, objectief en onvoorwaardelijk, in overeenstemming met iemands bewustzijn en de richting waarin hij zich ontwikkelt. De scheppende kracht drukt zich in je uit zoals je op dat bepaalde moment bent. Hij doordringt je hele wezen en neemt de vorm aan van alles wat je bent, van wat en hoe je in-en uitademt, van alles wat je denkt, alles wat je voelt, alles wat je wilt en waarnaar je verlangt. Het is steeds weer een uitdrukking van hoe je je opstelt, zowe1 in het zeer uitgesprokene en opvallende, als in het subtiele en bedekte.


Dit alles bezit zo’n geweldige scheppende kracht, dat dynamiet en atoomenergie daarbij vergeleken niets zijn. Deze fysische energieën veroorzaken een eenmalige explosie met een kolossaal effect op het fysieke vlak. Maar de levensenergie is een onafgebroken aan het werk zijnde, sterk bepalende, vormende, sturende, dynamische kracht. En je maakt er voortdurend gebruik van, of je dat nu weet of niet. Elke gedachte maakt er gebruik van, iedere wens, elke verborgen angst, iedere keer dat je terugschrikt voor een ervaring hanteer je die kracht. Een pad als dit heeft vóór alles ten doel dat je deze waarheid gaat beseffen, dat je dit levensgegeven begrijpt en de scheidsmuur tussen het bewuste en het onbewuste deel van je geest neerhaalt.


Denk niet dat het bewuste en het onbewuste verschillende fenomenen zijn, het is één en hetzelfde. Ze lijken alleen maar zo verschillend wanneer dat onbewuste stuk net ontdekt wordt. Dan lijkt het net iets wat geen enkel verband houdt met je bewuste intenties en verlangens. Pas langzamerhand, als deze twee delen van de mens weer een eenheid gaan vormen, wordt het duidelijk dat ze altijd al bij elkaar hoorden, maar alleen kunstmatig uit elkaar werden gehouden. Daarbij werd het ene deel ‘vergeten’, er werd gedaan alsof het niet bestond.


Ditzelfde geldt voor de universele geest. Menselijk bewustzijn is niet iets dat los staat van het universele bewustzijn. In feite is er geen duidelijke grens waarmee je dat verschil zou kunnen aangeven. Precies als bij het bewuste en onbewuste van de persoonlijkheid, is het ook bij het individuele en het universele bewustzijn. Dit geldt zowel voor het bewuste als voor het onbewuste deel ervan. Het is onmogelijk aan te wijzen waar het individuele bewustzijn eindigt en het universele begint. Je direct bewuste geest, elk moment tot je beschikking, grenst als het ware aan het enorme geestelijke universum. Als je zegt dat de mens verbonden is met de universele geest, geeft dat niet helemaal weer hoe het werkelijk is, het klinkt alsof het twee verschillende dingen zijn, die met elkaar in contact staan. Dit is echter misleidend, want er is van nature, in wezen, in oorsprong, geen ver­schil. Ze zijn hetzelfde. Nogmaals: net als bij het bewuste en onbewuste zijn ze alleen maar van elkaar losgeraakt door een gebrek aan gewaar-zijn.


De bewuste geest waaraan je in je dagelijks leven uitdrukking geeft, is enkel door de schijn­overtuiging dat je een afgescheiden wezen bent gescheiden van het geheel, van de universele geest. Je bezit dus niet een deeltje van deze universele geest, je bent er zelfs geen afgescheiden onderdeel van. Je bent die geest.


Wat nu onbewust is, is ooit bewust geweest. Als we iets bewust of onbewust noemen, gaat het niet om iets wat je overkomen is, maar om iets wat jijzelf gedaan hebt. Jijzelf maakte het onbewust, net zoals je ook nu nog -elke dag -bepaalde dingen onbewust maakt. Dat geldt zelfs ook voor dingen die je vóór dit leven geweten hebt. Zelfs dat wordt slechts ‘tijdelijk vergeten’ omdat het je beter leek dat niet meer te weten. Hoe weinig je je ook bewust bent van wat er in je omgaat, wanneer je het blootlegt is het net zoiets als een opnieuw ontdekken. Meestal voelt het zelfs alsof je het altijd al geweten hebt. Dit geldt precies zo voor verdrongen psychologische ervaringen in dit leven als voor de ‘grote metafysische waarheden’ waar je je verstandelijk niet van bewust was. In essentie bevindt alle kennis van het universum zich ook in jou. Je bewustzijn heeft zichzelf ervoor afgesloten en is het daardoor ‘vergeten’. Dit geldt zowel voor het afgedwaalde, destructieve deel als voor de universele geest waarvan jij een manifestatie bent.


Wanneer de scheidsmuur verdwijnt, verdwijnt ook de illusie -de illusie dat je een afgescheiden wezen zou zijn. Je angst om die illusie los te laten is zo tragisch omdat je denkt dat alleen die schijnbare, afgescheiden staat reëel is en een identiteit bezit. Je denkt dat je die identiteit -en dus je leven – verliest als je die afgescheidenheid kwijtraakt. Dit is zo volkomen onwaar! Aan die scheiding moet juist een eind komen. De muur van afgescheidenheid moet verdwijnen. Hij bestaat slechts bij de gratie van een oneindig aantal misverstanden die je in de loop van dit pad begint te ontdekken en bloot te leggen.


De belangrijkste misvatting van deze afgescheiden staat is het dualisme, het of/of denken. We hebben al veel dualistische aspecten besproken, veel schijnbare alternatieven aangehaald waarmee de mens worstelt en waaronder hij lijdt. Hij komt steeds dieper in de val te zitten wanneer hij denkt een keus te moeten maken tussen dualistische en daarom schijnbare alternatieven, gebaseerd op volkomen onjuiste veronderstellingen. Over vele daarvan heb ik het al gehad en jullie hebben er in je individuele padwerk al meer ontdekt dan we hier kunnen bespreken.


Vanavond wil ik het hebben over een speciaal, uiterst belangrijk en heel fundamenteel dualisme dat -zoals gewoonlijk -gebaseerd is op onjuiste opvattingen. Het is universeel en in zekere zin en tot op zekere hoogte iets dat ieder mens aangaat. Het gaat om de volgende dualiteit: genot en plezier als tegenstelling tot goedheid. Met plezier bedoel ik elke vorm van persoonlijk geluk, vervulling, voldoening op alle mogelijke niveaus, interesse in jezelf, assertiviteit. In de dualistische visie zijn al deze begrippen in tegenspraak met goedheid en belangeloosheid en moeten daarom opgeofferd worden. Binnen deze dualiteit is de tegenpool: jezelf van alles onthouden omwille van fatsoen, eer en goede zeden. ‘Gedraag je, want anders ... !’ Goedheid en onzelfzuchtigheid houden dan in dat je afziet van geluk.


De schade die deze misvatting aanricht wordt pas in zijn volle omvang duidelijk als je eens goed kijkt wat er allemaal uit voortvloeit. Het opofferen van genot en plezier houdt buitengewoon veel in. Aangezien leven vreugde is, wordt het leven zelf afgewezen. Omdat je onmogelijk gezond kunt zijn zonder die levenskracht met al zijn vreugde-brengende elementen door je organisme te laten stromen, is ziekte het gevolg van deze dualiteit. Intens fysiek genieten is een legitieme behoefte en een legitiem verlangen omdat het deel uitmaakt van de universele levenswet. Individualiteit, autonomie en assertiviteit zijn aspecten van volwassenheid, van het nemen van verantwoor­delijkheid voor jezelf. Ze geven een intense voldoening en ook daar moet je afstand van doen wanneer genot gezien wordt als iets verkeerds dat moet worden afgewezen. Zo blijft iemand in een pijnlijke toestand van afhankelijkheid, hij mist identiteit, is zwak en hulpeloos omdat hij vagelijk het gevoel heeft dat deze manier van bestaan ‘fatsoenlijker’ en ‘minder egoïstisch’ is. Wie anders doet is in zijn ogen te agressief en gewiekst en gaat te ver. Daarom leidt deze dualiteit ook tot afzien van het spirituele genot, waarbij je je eigen innerlijke kracht kent en je vermogen om zelf je lot te creëren. Ook dit lijkt veel te plezierig en te ‘aanmatigend’, niet deemoedig genoeg. Al deze genoegens worden ontkend vanwege de verwrongen overtuiging dat ze ongepast zouden zijn.


De mens gelooft dat hij, als hij zo voor zichzelf opkomt, als hij gebruik maakt van de krachten die altijd tot zijn beschikking staan, ‘egoïstisch en zondig’ is. Toch heeft hij deze rare overtuiging alleen maar omdat hij inderdaad egoïstisch en zondig is (al is dit niet vanwege zijn behoefte aan individuele beleving en extase). En omdat hij in die gedachtekronkel vastzit, kan hij zijn werkelijke egoïsme, hebzucht en hardvochtigheid niet opgeven.


Dat egoïsme, die hebzucht en die hardvochtigheid heeft hij niet meer nodig als hij werkelijk begrijpt hoe vrij hij is en hoeveel hij kan! Want dan is er geen schijnalternatief meer, geen splitsing, er hoeft niet meer te worden gekozen tussen genieten en goed zijn. Maar zolang hij gelooft dat hij om goed te zijn moet afzien van genot, kan hij alleen maar tussen deze beide alternatieven heen en weer blijven pendelen. Hij kan onmogelijk vanuit zijn hart voor één van beide kiezen. Iemand die zich voor deze schijnbare keuze gesteld ziet kan onmogelijk vrede vinden. De situatie versterkt zowel zijn egoïsme als zijn afwijzende houding tegenover genot. Hoe meer hij zich gedwongen voelt om genot af te wijzen, hoe egoïstischer hij moet worden om de leegte op te kunnen vullen. En hoe groter zijn egoïsme wordt, hoe strenger hij zichzelf daar weer voor moet straffen en hoe sterker hij zichzelf ervan zal overtuigen dat hij geen enkel plezier verdient.


De vreugde om te leven, de pure vreugde die leven in diepste wezen is, moet verborgen blijven zolang deze dualiteit bestaat en zolang de mens de spot drijft met deze onmogelijke alternatieven. En net zolang als hij blijft denken dat hij moet kiezen tussen het opgeven van de hoop op totale vervulling om maar fatsoenlijk en rechtschapen te kunnen zijn of gebukt moet gaan onder het idee dat hij slecht is (ook al houd je dat stiekem voor jezelf) omdat hij de verrukkingen laat smaken die het leven biedt en die er nu eenmaal deel van uitmaken. Dit is een diepgewortelde dualiteit en als je echt in je hart kijkt zul je ontdekken dat ook jij erdoor beïnvloed wordt, méér misschien nog dan je denkt. Deze dualiteit is niet alleen het gevolg van persoonlijke invloeden in je vroege jeugd. Natuurlijk zijn die er altijd geweest, maar alleen omdat dit zo’n algemene zo’n universele vervorming is. Het destructieve deel van het universele bewustzijn heeft deze dualiteit diep in zich opgenomen en zit boordevol met dergelijke schijnindelingen.


Wanneer iemand het punt bereikt waarop hij deze oorspronkelijke eenheid van het leven door en door ervaart, ontdekt hij de geweldige waarheid dat een dergelijke keuze helemaal niet gemaakt hoeft te worden. Hij ontdekt dat hij aanspraak kan maken op elke vorm van genot, plezier, voldoening, bevrediging en verrukking die hij zich maar kan voorstellen en tegelijkertijd toch een heel edelmoedig, royaal en offerbereid mens kan zijn. In feite maken offerbereidheid en geven je niet alleen niet armer -iets waarvoor je zo bang bent als je nog in die dualiteit leeft -maar ze maken je juist rijker. In theorie neem je dit misschien al aan, maar als je ook emotioneel wakker wordt is het een wereldschokkende ervaring; het is alsof je een last van overbodige ketenen afgooit en de enorme vrijheid ontdekt van de wereld, van groei, van zijn, van naar buiten gaan en het leven ervaren. Dan staat niets je meer in de weg om te groeien en te groeien en te groeien -in kracht, in zuiverheid, liefde en wijsheid, in vermogen om te scheppen, in het zien van de dingen zoals ze zijn, in het vermogen de diepste vreugde te beleven.


Lieve vrienden, misschien zijn jullie verbaasd dat ik het had over het ‘destructieve deel van het universele bewustzijn’, want algemeen wordt aangenomen dat het universele bewustzijn alleen maar constructief is. Ook hier wordt weer een willekeurig onderscheid gemaakt dat niet bestaat. Net zoals ieder mens een constructief en een destructief bewustzijn bezit, zo is er ook het bewustzijn van deze aarde, van een natie, van een stad, van een groep. Net als bij het individu is dit bewustzijn deels constructief, deels destructief; deels wakker, deels slapend. Net zoals de individuele mens een uitdrukking is van het goddelijke, en heel-makende kracht en goedheid kan manifesteren wanneer hij diep in zichzelf is doorgedrongen en de kloof tussen zijn wakende, bewuste geest en het destructieve onbewuste overbrugd heeft, net zo kan ook het groepsbewustzijn (een groep mensen wier ge­zamenlijke creatieve levenssubstantie een eenheid vormt) zo’n ontwikkeling tot stand brengen.




Hoe meer individuen de destructieve mechanismen in hun bewuste en onbewuste geest weten op te sporen en weten te overstijgen door in de diepten door te dringen waar alles één en goddelijk is, hoe meer ook het wereldbewustzijn zal veranderen. Zo draagt ieder mens door zijn eigen ontwikkeling en groei veel meer bij aan deze wereld dan hij misschien beseft. Er is geen andere redding mogelijk dan door het blootleggen van je eigen bestaansrecht, dat zo levend, zo veelzijdig en boordevol mogelijkheden is -oneindig goed, oneindig overvloedig. Als de intelligentie van het ego dit als mogelijkheid kan accepteren en hiermee kan werken door deze kracht welbewust te activeren, dan zal de tussenliggende laag van misvattingen, destructie en lijden veel sneller oplossen dan anders het geval zou zijn. Langzamerhand zul je gaan zien dat het allemaal uit dezelfde grondstof bestaat; dat het in wezen één en dezelfde levenssubstantie is. Er is een parallel te trekken tussen de ontdekking dat het zelf bestaat uit een ogenschijnlijk volkomen apart staand, eigenzinnig stuk en een nog dieper verborgen oneindige goddelijke kracht (beide zijn in wezen hetzelfde als de bewuste geest) en de ontdekking dat genot en persoonlijke goedheid één geheel vormen.


Zijn hierover vragen?”


VRAAG: Ik heb een persoonlijke vraag die hier wel bij aansluit, geloof ik. Het gaat om twee dingen waarover ik graag uw mening zou horen. Om te beginnen verkeer ik de laatste tijd in een toestand van geweldige opwinding, iets wat waarschijnlijk verband houdt met mijn werk. Het maakt dat ik slecht slaap en ik heb weer kalmeringsmiddelen moeten nemen. Het tweede is dat ik binnenkort iemand zal ontmoeten met wie ik in het verleden heel intiem ben geweest. Ik voel me ontzettend angstig en ambivalent jegens deze persoon en heb het gevoel dat ik me bij die ontmoeting niet zal kunnen beheersen. Ik denk dat hierbij sprake is van een heel sterke seksuele angst.


“Ja, dit heeft inderdaad heel veel te maken met het onderwerp van deze lezing. Beide aspecten die je noemde houden verband met elkaar en zijn van elkaar afhankelijk. Je opgewonden toestand is een direct gevolg van het verdringen van je natuurlijke seksuele energie. Die energie kan zich niet uitdrukken in genot, wat wel de bedoeling is. Deze onthouding maakt je tot op zekere hoogte ziek. Het feit dat je door je misplaatste angst en verkeerde denkbeelden -jezelf op elk gebied het heerlijke genot ontzegt dat je eigenlijk zou moeten ervaren, creëert een energie waar je geen raad mee weet.


Wanneer je goed functioneert vindt er een onophoudelijke omzetting van energie plaats. Als de stroom van genot en plezier expres gestuit wordt is die omzetting niet meer mogelijk. Dat gevoel van genieten ontstaat als de energiestroom gevolgd wordt, het leidt tot liefhebben, geven en ontvangen, tot éénwording. Het opent je voor de levenskrachten en voor je diepste zelf met al zijn moge­lijkheden en het opent je ook voor anderen met wie je deze verrukking deelt. Als je hier helemaal in meegaat functioneert je organisme goed. Elke energie-eenheid heeft een eigen stofwisseling, een eigen ritme.


Jij bent bang om deze persoon weer te ontmoeten omdat bij jou de energie van het genotprincipe zo sterk is geactiveerd. Daardoor komt je verkeerde opvatting dat vereniging met de andere sekse en het genot dat dit geeft slecht en gevaarlijk zijn, dichter naar de oppervlakte. En dat is goed, want zo krijg je de kans er naar te kijken, te zien hoe het werkt, te zien welke invloed dit op je bewustzijn heeft en tegelijkertijd kun je dan jezelf ervan overtuigen hoe ongerijmd die angst is. Deze periode kan dus een volgende stap in je groei gaan betekenen, als je begrijpt wat zich nu in je afspeelt.


Zelfs in je werksituatie gaat het in wezen om hetzelfde. Dit is een nieuwe ervaring voor je. Het is een goede ervaring, omdat je merkt dat je ergens doorheen bent. Je merkt dat je goed met de werkelijkheid kunt omgaan, beter dan ooit tevoren. Je merkt dat je bepaalde aspecten van het leven die je eerst niet bereid was te aanvaarden, nu voor lief kunt nemen en kunt accepteren. Je levert niet alleen goed werk maar je hebt ook in jezelf blokkades en moeilijkheden overwonnen. Nog maar kort geleden leken ze onoverkomelijk. Je eigen kracht en goede wil hebben deze ontwikkeling mogelijk gemaakt en dat is een heerlijke ervaring. Het ontdekken van je eigen kracht, je eigen bronnen en mogelijkheden, van je veerkracht en alle vermogens die je maar kunt bedenken is genot. Het kan ervaren worden als een besef van je grenzeloze mogelijkheden van dat wat goed is, zoals het afgooien van een nodeloos knellende dwangbuis. Maar jij ontzegt jezelf dit heerlijke gevoel van vervulling, zoals je jezelf elk genot ontzegt. Het is net alsof er een vlies zit tussen jou en de ervaring, een dik, glazig vlies, een soort plastic muur. Die muur verhindert je om door de ervaring geraakt te worden.


Natuurlijk geldt dit niet alleen voor jou. Groei is -onder andere -het geleidelijk dunner worden en uiteindelijk oplossen van dit vlies zodat de ervaring direct beleefd kan worden. Dit heeft een vergaande betekenis, want zolang je voor deze directe, naakte ervaring terugschrikt blijf je met jezelf overhoop liggen. Het maakt je zwak, afhankelijk, angstig en het maakt je vooral armetierig. Hoe meer misvattingen je laat vallen en hoe wakkerder je in het leven staat, hoe dunner dat vlies wordt en hoe directer je het leven gaat ervaren. Hoe dikker het vlies, hoe meer je je bewust moet worden: ‘hier ben ik en aan de andere kant van deze doorzichtige glazen wand zie ik de ervaring, maar hij raakt me niet.’ Steeds als de ervaring je wel raakt, omdat er emoties bij te pas komen, deins je er verschrikt voor terug. Die angst is een misvatting.


Het ervaren van genot of van iets onaangenaams kan je nooit kwaad doen, tenzij je dat zelf gelooft. En de schade wordt alleen maar veroorzaakt doordat je je wapent tegen die ervaring en je ervoor afsluit. En dat doet je kwaad. De angstaanvallen die je beleeft zijn uitsluitend een gevolg van je vrees voor zowel genot als ongenoegen. Met andere woorden: gevolg van je angst door de ervaring geraakt te worden en van het feit dat je daartegen een verdedigingsmuur hebt opgebouwd.


Om hier uit te komen moet je onder ogen zien dat je onbewuste nog niet zo gewillig is als je bewuste geest. Dit moet je voor dit moment gewoon maar accepteren want het is een voorwaarde om er iets aan te kunnen doen. Behandel je tegenstribbelende onbewuste met begrip. Spreek het op een ontspannen manier toe. Zeg maar: ‘die angst, voor welke ervaring dan ook, is totaal overbodig. Er kan me niets naars overkomen als ik geniet en ook niet als ik pijn heb of teleurgesteld wordt. Die angsten zijn een illusie. Ik doe een beroep op de veerkracht die mij van nature toebehoort. Ik doe een beroep op de krachten die dieper zitten dan mijn onterechte angsten en overtuigingen. Ik wil de mogelijkheid van ervaren niet langer afwijzen, mijn angst voor zogenaamde goede of slechte gebeurtenissen is gebaseerd op illusie’. Zo kun je, stapje voor stapje, jezelf bij de hand nemen en leren ervaren wat op je weg komt. Laat het gewoon komen en weer het niet af.


Mogen jullie allen een dieper begrip krijgen voor de glorie van het leven, zodat je hoe langer hoe meer gaat inzien dat je nergens bang voor hoeft te zijn, echt nergens voor. Je angst is een illusie, angst en illusie zijn hetzelfde, net zoals leven en vreugde.


Wees gezegend, wees in God!”



Deze lezing werd gegeven via Eva Pierrakos in 1968

Oorspronkelijk uitgegeven door Center for the Living Force, Phoenicia (N.Y.) onder de titel: ‘Life Manifestation is Expression of Dualistic Illusion’.

Vertaling door Anke van der Meer in 1991; herzien in 2001 door Margriet Versteeg.

© Stichting Gemeenschap het Pad. Uitgave 2009


i De Gids is hier uitvoerig op ingegaan in lezing 144 ‘Het proces en de betekenis van groei’ (Noot vertaler)

creative commons logo