Lezing van de maand

Lezing 143: Eenheid en dualiteit

13 mei 1966
lezing 143

“Gegroet, lieve vrienden. Moge deze avond een zegening en een verrijking zijn voor ieder van jullie hier en voor ieder die deze woorden leest. Moge je geest en je hart open staan zodat er begrip zal zijn diep in jezelf. En als dat begrip er niet meteen kan zijn, moge dan iets van deze woorden wortel schieten in je geest en mogen de zaden later vruchtbaar blijken. Het volledig begrip van deze lezing zal misschien pas tot je komen als je door deze diepere lagen van je onbewuste je weg baant, waar wat ik hier zeg, een plek zal vinden.

Er zijn twee fundamentele manieren waarop de mens zichzelf en zijn leven kan benaderen. Of, om het anders te zeggen, er zijn twee fundamentele mogelijkheden van bewustzijn in het menselijk wezen: het dualistische en het eenheidsniveau van bewustzijn. We hebben het hier al vaker over gehad, maar ik zal in het kort nog even enkele aspecten van beide niveaus samenvatten om de lezing van vanavond begrijpelijker te maken.

De meerderheid van de mensen leeft voornamelijk op het dualistische niveau, waar men alles in tegenstellingen ziet, opmerkt en ervaart. Het is altijd of/of: goed of slecht, waar of niet waar, leven of dood. Met andere woorden: vrijwel alles waar de mens in verzeild raakt, elk menselijk probleem, alles wat een mens maar kan overkomen, wordt bepaald door deze dualistische manier van kijken. Het eenheidsprincipe verbindt beide tegenstellingen van het dualistische niveau. Op het dualistische niveau ervaart de mens maar af en toe een glimp van het grootse, grenzeloze inzicht, de wijsheid en vrijheid van het eenheids­niveau. Op het eenheidsniveau van bewustzijn zijn geen tegenstel­lingen. Er is geen goed of slecht, geen waar of niet waar, geen leven of dood. Er is alleen maar goed, alleen maar waar, alleen maar leven.

Toch is dat niet het goede, het ware, het levende dat uitsluitend een van de tegenstellingen is op het dualistische niveau. Het is van een hoger niveau en van een heel andere orde. Het goede, of het ware, of het levende dat op het eenheidsniveau van bewustzijn bestaat, verbindt beide aspecten van de dualistische manier van leven. In de geestes­gesteldheid waar alles één is, bestaat geen conflict, omdat het dualisme overbrugd wordt en de tegenstellingen niet meer met elkaar in strijd zijn. Leven in een staat van eenheid, in de absolute werkelijkheid, is daarom het geluk, de onbeperkte vrijheid, de vervulling en de totale verwerkelijking van mogelijkheden, wat in de religie de hemel wordt genoemd. Deze hemel wordt meestal verondersteld een plaats in tijd en ruimte te zijn. Dat is natuurlijk niet zo. Het is een staat van bewustzijn die op elk moment tot werkelijkheid kan worden, in welke vorm een individuele entiteit ook bestaat. Ik bedoel hiermee zowel een menselijk wezen van vlees en bloed als een die niet in een stoffelijk lichaam leeft. De eenheidsstaat van bewustzijn is een kwestie van begrij­pen, of zoals ik het vaak noem, van ‘wetend zijn’. Op het dualistische niveau moet het leven wel één voortdurend probleem zijn. De strijd van de mens om met de willekeurige en denk­beeldige splitsing van het eenheids­principe te kunnen leven, creëert tegenstellingen en veroorzaakt conflicten. Het creëert spanningen, strijd in de mens en daardoor met de buitenwereld.

Laten we deze speciale strijd eens wat nader beschouwen en proberen de hachelijke positie van de mens te begrijpen. Hoe onkundig hij er ook van mag zijn, hoe onwetend of hoe onbewust, er is een deel in de mens - zijn ware zelf - dat leeft in een geestesgesteldheid van eenheid die het eenheidsprincipe uitdrukt, uitstraalt en het is. Zelfs zij die nooit van zoiets hebben gehoord, die totaal geen weet hebben van deze termen en van hun beteke­nis, hebben een diep verlangen en een diep, bijna onbewust besef van het bestaan van een andere gemoedstoestand en een andere manier om het leven te ervaren. Zij hunkeren naar de vrijheid, de vreugde en het meester zijn over het leven - wat door de eenheidsstaat van bewustzijn mogelijk wordt. Dit verlangen wordt echter verkeerd opgevat door de persoonlijk­heid, gedeeltelijk omdat het een onbewust hunkeren is naar wat gewoonlijk wordt aangeduid als ‘geluk’ of ‘vervulling’. Maar laten we goed begrijpen wat echt met deze woorden bedoeld wordt: juist door de tegenstellingen die op het dualistische niveau bestaan, tot elkaar te brengen, verdwijnt die strijd of moeite, het gevecht of de spanning, het conflict, de onrust of angst. Daardoor komt de wereld tot leven en het zelf wordt meester. Niet meester op een gespannen, verkrampte, vijandige manier, maar meester in de zin, dat het leven precies kan zijn zoals het individu bepaalt en besluit dat het moet zijn. Naar deze vrijheid en dit meesterschap, deze vreugde en bevrij­ding van spanning en onrust in de menselijke ziel, wordt bewust en onbe­wust verlangd en gestreefd.

Dit verlangen wordt gedeeltelijk verkeerd uitgelegd omdat je er niet genoeg van afweet. Het is alleen maar een vaag gevoel ergens diep in je ziel. Maar zelfs als je theoretisch het bestaan van zo’n gesteldheid inziet, wordt dat om nog een andere reden verkeerd opgevat. Als er op het dualistische niveau gestreefd wordt naar en pogingen worden ondernomen tot vrijheid en meesterschap, eenheid en de daaruit voortvloeiende vreugde, en andere blijken van de eenheidsstaat van bewustzijn, moet dit wel tot een gigantisch conflict leiden omdat dit absoluut onmogelijk is. Het is wel wat meestal gebeurt. De mens streeft naar de vervulling van zijn diepe verlangen om te transcenderen en diep in zichzelf een nieuwe staat van bewust­zijn te vinden, waar alles één is. Als hij dit zoekt op een niveau waar alles gesplitst is, zal hij niet alleen nooit vinden wat hij zoekt, maar moet hij ook wanhopig worden en zichzelf nog meer in tegenstrijdigheden opsplitsen. Zoals ik al zo vaak heb gezegd: illusie creëert dualiteit.

Dit is wat gebeurt met mensen die zich totaal onbewust zijn van deze moge­lijkheden, maar ook met mensen die al meer spiritueel bewust zijn en toch de duidelijke verschillen tussen deze twee niveaus niet kennen en die ook nog voorbijgaan aan hoe zij in zichzelf en in hun bestaan van alledag kunnen leren het dualistische niveau te overstijgen. Dit gebeurt als het vage verlangen naar of de precieze theoretische kennis van de eenheidsstaat van bewustzijn ver­keerd wordt opgevat en er daardoor op het dualistische niveau naar wordt gestreefd; als de mens voelt en weet dat er alleen maar goed is, alleen maar vrijheid, schoonheid, liefde, waarheid, leven, zonder een bedreigend tegen­gestelde en als hij dit probeert toe te passen op het dualistische niveau, wordt hij onmiddellijk in het conflict van tegenstellingen gestort dat hij wilde vermijden. Hij vecht dan voor een van de dualistische aspecten en tegen het andere. Zo’n strijd maakt het transcende­ren onmogelijk.

Ik zal jullie dit laten zien aan de hand van een bekend, alledaags menselijk probleem, zodat je deze woorden beter kunt toepassen en begrijpen dan in hun abstracte betekenis. De mens raakt voortdurend verzeild in conflicten met zijn omgeving. Laten we eens aannemen dat iemand een conflict heeft met een vriend. Vanuit zijn standpunt is hij ervan overtuigd dat hij gelijk heeft. Daardoor moet de vriend wel ongelijk hebben. Door het dualistische denken van de mens kan het alleen maar of/of zijn. Het resultaat lijkt belangrijker dan de zaak waarover het gaat, want als er echt gekeken wordt naar de intensiteit van de gevoelens, staan die vaak in geen verhouding tot de betreffende kwestie en het lijkt te gaan om een zaak van leven of dood. Op een bewust vlak mag de mens dit dan wel irrationeel vinden, onbewust betekent ongelijk hebben werkelijk dood zijn. Ongelijk hebben houdt in dat hij niet gekend wordt door de ander. Op het dualiteitniveau wordt het identiteitsgevoel van de mens gekoppeld aan de ander, niet aan zijn eigen ware zelf. Zolang de mens zichzelf alleen ervaart als het uiterlijke egozelf, moet hij wel afhankelijk zijn van anderen.

Ik kom hier straks uitgebreid op terug. Alleen wanneer een mens zich bewust is van de kern van zijn wezen - en dat is eenheid - hangt zijn leven niet langer af van anderen. Zo wordt een ruzietje echt een zaak op leven en dood, wat de intensiteit van gevoelens verklaart waarmee hij zijn gelijk en het ongelijk van de ander probeert te bewijzen.

Op het dualistische niveau wordt iedere kwestie een zaak van leven of dood. Het belang van het leven ligt dan vooral in het vermijden van de dood. Vaak vreest iemand de dood zozeer dat hij er regelmatig op af stormt. Zulke mensen zijn niet vrij van angst voor de dood. Integendeel: hun voortdurende strijd met het leven - het gevolg van hun strijd tegen de dood - maakt ze dermate ongelukkig dat ze geloven niet bang te zijn voor de dood. Dit is een illusie zolang het leven ervaren wordt vanuit het dualistische niveau, zolang het ene belangrijk is en er voor gevochten wordt en het andere bedreigend is en bestreden, uitgeschakeld en overwonnen wordt. In welk conflict jij ook verzeild bent geraakt, zolang je voelt dat je moet winnen, dat het ene zo is en het andere dus niet, zit je diep in de wereld van de dualiteit en daarmee in een wereld van illusie en daardoor in voortdurende spanning en voortdurend lijden, conflict en verwarring. Hoe verbetener je op deze manier vecht, hoe groter de verwarring wordt.

Door z’n opvoeding en door alles wat hij leert, opneemt en waarneemt in zijn omgeving is de mens er op gericht en gewoonlijk door zichzelf getraind om te vechten vóór het ene en tegen het andere van talloze tegenstellingen. Dit gaat niet alleen op voor materiële zaken en fysieke uitingen van het leven, maar zelfs nog meer voor het subtiele niveau van opvattingen en begrip. Zoals ik al zo vaak heb laten zien, kan elke waarheid op deze manier in twee tegenstellingen worden gesplitst: het ene wordt aangehangen als zijnde ‘het juiste idee’, het tegenover­gestel­de aspect wordt benoemd als ‘het verkeerde idee’, terwijl zij in werkelijkheid elkaar aanvullen. Op het eenheidsniveau van waarheid en vervulling is geen van beide aspecten denkbaar zonder het andere: zij vullen elkaar aan. Alleen op het dualistische niveau van bewustzijn zijn het ‘vijanden’.

Elk conflict groeit uit in ingewikkelde nieuwe conflicten, of splitsingen van de oorspronkelijke dualiteitsplitsing. Naar de mate waarin dit langer duurt, is het conflict moeilijker op te lossen omdat het allemaal voortkomt uit illusie. Zo raakt de mens er steeds hopelozer in verstrikt. We zullen nu teruggaan naar ons voorbeeld en laten zien hoe dit werkt. Hoe meer de man bewijst dat zijn vriend ongelijk heeft, hoe meer wrijving er ontstaat en hoe minder hij bereikt wat hij dacht te zullen bereiken door zijn gelijk en het ongelijk van de ander te bewijzen. Door zijn gelijk en het ongelijk van zijn vriend te bewijzen, gelooft hij dat de vriend dit uiteindelijk zal accepteren en weer van hem zal houden en dat alles dan weer goed zal zijn. Als hij daarin niet slaagt, legt hij dat verkeerd uit en probeert het nog fanatieker. Hij denkt dat hij zijn gelijk en het ongelijk van de ander nog niet voldoende heeft bewezen. De kloof wordt wijder, z’n onrust groter en hoe meer wapens hij in de strijd brengt om te winnen, hoe dieper hij in de problemen raakt, tot hij uiteindelijk schade toebrengt aan zichzelf, aan zijn vriend en hij in feite bezig is tegen zijn eigen belang in te gaan. Hij komt dan weer in een volgend conflict, dat voortvloeit uit het eerste misverstand en de dualistische tegenstelling. Om te vermijden dat de kloof onoverbrugbaar wordt, met alle echte en denkbeeldige bedreigingen van dien - want inmiddels is er al een echte schade aangericht -- , staat hij voor de keuze om óf zich gewonnen te geven en zo een verzoening tot stand te brengen en verdere schade voor zichzelf te voorkomen, of door te gaan met de strijd. Omdat hij nog steeds overtuigd is van zijn gelijk tegenover het ongelijk van de ander, berooft zo’n verzoening hem van zelfrespect en vecht hij daar weer tegen. Of hij deze ‘oplossing’ nu benut of niet, hij zal zich verscheurd blijven voelen tussen de twee alternatieven van vechten of zich gewonnen geven. Beide creëren spanning, onrust en innerlijke en uiterlijke conflicten.

Zo ontstaat een nieuwe dualiteit uit de eerste. Die eerste is: ‘wie heeft er gelijk en wie ongelijk – alleen ik moet gelijk hebben, anders is alles slecht’. De tweede is: ‘óf ik geef me gewonnen en neem een ongelijk op me dat ik niet kan toegeven - want het is een algeheel gelijk of een algeheel ongelijk - óf ik ga door met deze strijd’. Ongelijk toegeven betekent de dood, in zekere zin. Zijn alternatieven zijn dus: een ongelijk toegeven (hetgeen diep in de psyche de dood betekent) met het doel gevreesde gevolgen te voorkomen en het sluit de mogelijkheid van een echt risico in wat nadelig is voor het leven en dus in diepste zin ook dood betekent, òf op zijn totale gelijk blijven staan. Welke keuze hij ook maakt, overal is de dood, totale rampspoed, verlies, vernietiging. Hoe harder hij vecht voor en tegen, hoe minder er nog voor te vechten is en hoe meer alle alternatieven tegen hem werken. De illusie dat de ene kant goed was en de andere slecht, heeft tot de onvermijdelijke volgende stap op deze weg van illusie geleid en die is dat alles slecht is. Dat is het noodlot van elke dualistische strijd, dat je steeds weer in valkuilen terechtkomt die allemaal ontstaan uit illusie.

Als de weg naar het eenheidsniveau wordt gekozen, merk je al gauw dat het aanvankelijke idee van het ene goed en het andere slecht niet klopt en kom je onvermijdelijk goed en slecht aan beide kanten tegen. Als je op deze ‘weg’ verder gaat, is er geen kwaad meer, alleen maar goed. De weg voert tot diep in je ware zelf, naar een waarheid die de angstige kleine egobelangen overstijgt. Als deze waarheid diep in het zelf wordt gezocht, kom je dichter bij de eenheidsstaat van bewustzijn. Ons voorbeeld is heel gewoon en kan vertaald worden naar vele zaken van alledag, groot en klein. Het doet zich voor als een ruzietje tussen twee vrienden. Het doet zich ook voor als conflict tussen twee landen die met elkaar in oorlog zijn. Het zit in alle problemen waarin de mensheid verwikkeld is, individueel en collectief. Zolang een mens zich in dit dualistische conflict bevindt dat voortkomt uit illusie, moet er wanhoop zijn, want op het dualistische niveau van denken is er geen uitweg. Zolang het bestaan van de mens aan het ego wordt verbonden en daarmee aan de dualistische benadering van het leven, kan dit alleen maar tot wanhoop leiden, hoe die wanhoop ook wordt toegedekt of tijdelijk verzacht door af en toe behaalde ‘winst’ ten gunste van het gewenste alternatief van de twee tegenstellingen. De hulpeloosheid en de hopeloosheid, de verspilde energie van de dualistische strijd beroven de mens van zijn geboorterecht. Dit geboorterecht kan hij alleen maar vinden op het niveau waar alles één is.

Omdat alle regels en voorschriften, alles wat de mens in zijn opvoeding en van zijn omgeving leert en opneemt op dualistische normen is gebaseerd, hoeft het geen verbazing te wekken dat hij totaal met deze staat van bewustzijn is verbonden en daaraan is aangepast. En zelfs als hij over deze andere mogelijkheid hoort en leert, is hij er doodsbang voor. Hij kan er niet in geloven en klampt zich vast aan wat hij kent. Het is een vicieuze cirkel: de dualistische regels en voorschriften die de mens conditioneren tot deze manier van leven zijn in zichzelf een gevolg van de angst van de mens om zijn egocentrische houding op te geven; alleen die houding schijnt hem het leven te garanderen. Het opgeven van zijn ego lijkt voor hem de vernietiging van zijn individua­li­teit te betekenen wat natuurlijk helemaal niet waar is. Dus de mens heeft deze regels vanwege zijn verkeerde angsten en hij klampt zich aan die valse angsten vast door wat hem verteld en geleerd is.

Voor we dieper ingaan op de reden waarom de mens zich vastklampt aan die pijnlijke, dualistische staat, hoewel er de onmiddellijke en directe mogelijkheid van het eenheidsniveau van bewustzijn is, wil ik daar eerst iets meer over zeggen en bekijken hoe je dit niveau in jezelf tot werkelijkheid kunt maken. Ieder menselijk wezen draagt in zich wat wij het ware zelf noemen, of de Goddelijke vonk in de mens, of het Goddelijk principe, of de onbegrensde intelligentie, of welke andere naam de mens ook heeft gekozen voor het diepe innerlijke levens­centrum. Het bevat alle wijsheid en waarheid die de mens zich maar kan voorstellen. Die waarheid is zo verreikend en zo meteen toegan­kelijk dat overal waar en wanneer deze waarheid wordt toegelaten er geen conflict meer bestaat. De ‘alsen’ en ‘maaren’ van de dualistische levensstaat vallen weg. Het weten van deze ingeboren intelligentie is van dien aard dat het de ego-intelligentie overstijgt. Het is totaal objectief, negeert het kleine, ijdele eigenbelang en dat is een van de re­denen waarom de mens er bang voor is en het contact ermee vermijdt.

De waarheid die daaruit voortvloeit, stelt het zelf gelijk met anderen op een manier die niet alleen niet de vernietiging inhoudt waar het ego zo bang voor is maar die de schatkamer van vibrerende levenskracht en energie opent die de mens gewoonlijk slechts in geringe mate naar buiten brengt. En die hij misbruikt door zijn aandacht en zijn hoop op het dualistische niveau te richten, het niveau van het ego met zijn star vastgehouden meningen en conclusies, zijn verkeerde ideeën en zijn ijdelheid, zijn trots, zijn eigenzinnigheid en zijn angst. Als dit levenscentrum wordt geactiveerd, begint de onbegrensde ontplooiing van de mens. Alles wat daaruit voortkomt wordt juist mogelijk omdat het kleine ego dit alles niet meer nodig heeft om zich te verheffen en zo te kunnen leven op het dualistische niveau.

Met je in eenheid gewortelde ware zelf kun je altijd contact maken bij elk probleem in je leven. Laten we weer teruggaan naar ons voorbeeld om precies te zien hoe dit gedaan kan worden. Wat voor de mens het allermoeilijkste lijkt maar wat in werkelijkheid het gemakkelijkst en het meest ontspannen blijkt, is om bij elk voorkomend geval uitdrukkelijk te vragen ‘Wat is de waarheid in deze kwestie?’ Op het moment dat een individu meer belang hecht aan de waarheid dan aan het bewijzen van zijn gelijk, komt hij in contact met het Goddelijk principe van de alles overstijgende ene waarheid. Als het verlangen om in waarheid te zijn oprecht is, moet de inspiratie komen. Hoezeer de omstandigheden ook op zijn gelijk lijken te wijzen, de mens moet bereid zijn zijn overtuiging los te laten en zich af vragen of wat hij ziet, alles is wat er aan deze kwestie te zien valt. Dit edelmoedige, integere besluit opent de weg tot het ware zelf. De mens zal gemakkelijker bij dit besluit kunnen blijven als hij in overweging neemt dat het niet per se een kwestie van of/of is maar dat er aspecten van gelijk bij de ander en aspecten van ongelijk in hemzelf zouden kunnen zijn die hij tot dusver niet heeft gezien omdat hij niet bereid was ruimte voor deze mogelijkheid te maken.

Door een probleem zo te benaderen opent de mens voor zichzelf ogenblikkelijk de weg naar het eenheidsniveau van bestaan waar hij door het ware zelf wordt geleid. Dit geeft onmiddellijk energie; zeker als het besluit op een serieuze en oprechte manier wordt uitgevoerd. Het bevrijdt de mens van spanning.

Waar hij dan achterkomt, is altijd totaal anders dan zowel waarop hij hoopte als waarvoor hij op het dualistische niveau het meest bang was. Hij komt erachter dat hij niet al het gelijk van de wereld heeft en niet zo onschuldig is als hij dacht maar ook niet zo fout als hij vreesde. En zijn tegenstander ook niet. Hij ontdekt al gauw nieuwe aspecten aan het probleem, gezichts­punten die hij daarvoor nooit had opgemerkt hoewel ze niet per se verbor­gen hoefden te zijn. Hij begrijpt precies hoe de ruzie in eerste instantie ontstaan is, wat de aanleiding was en hoe deze zich lang voor de feitelijke uitbarsting heeft opgebouwd. Daardoor verkrijgt hij inzicht in de ware aard van de relatie, leert hij over zichzelf en de ander en vergroot hij zijn begrip over de wetten van onderlinge communicatie. Hoe meer hij zich op deze manier openstelt, hoe vrijer hij wordt, hoe sterker en hoe zekerder hij zich zal voelen.

Dit nieuwe inzicht maakt niet alleen dit specifieke conflict onschadelijk en laat de juiste manier zien om het te benaderen en recht te zetten, het onthult ook belangrijke aspecten van de meer algemene problemen van deze persoon. De visie die hij door deze ervaring verkregen heeft en het begrip dat erbij hoort, zal hem in staat stellen tal van problemen waar hij in zijn leven tegenop loopt uit te schakelen. De vrede die van dit grotere begrip uitgaat, is van blijvende waarde. Het helpt het zelfbewustzijn van de mens en heeft z’n weldadige uitwerking op zijn dagelijkse leven. Dit is een kenmerkend voorbeeld van geheeld, intuïtief begrip en van weten wat de waarheid is. Het is duidelijk dat er eerst moed voor nodig is, maar na de tijdelijke weerstand tegen het zien van een ruimere waarheid dan de egocentrische, valt dit zoveel lichter dan de strijd die volgt op het of/of niveau van leven.

Voor je jezelf tot die manier van denken en leven kunt brengen, zal de spanning stijgen, want zolang je je nog op het dualistische niveau bevindt, vecht je tegen deze manier van denken. Geheel onterecht geloof je nog dat jij je onderwerpt en tot slaaf maakt als je toegeeft en iets van ongelijk ziet bij jezelf en iets van gelijk bij de ander. Je gelooft dat je waardeloos en meelijwekkend wordt. Van daaruit lijkt het in je fantasie maar één stap tot totale vernietiging. Het loslaten van je dualistische niveau voel je daarom als het allergrootste gevaar. De spanning stijgt als de conflicten je verscheuren, je verschillende kanten tegelijk optrekken. Maar op het moment dat je bereid bent in waarheid te zijn, op het moment dat je ernaar hunkert en bereid bent niet alleen naar je eigen kleine waarheid te kijken maar ook niet toe wilt geven aan de kleine waarheid van de ander uit angst voor de gevolgen als je dat niet doet - als je er echt naar verlangt om de grotere, meer omvattende waarheid te volgen die boven jullie beider kleine waar­heden uitstijgt - op dat moment zal een duidelijke spanning in je geest van je weggenomen worden. De weg tot het naar buiten brengen van je ware zelf zal dan opengaan.

Laat ik hier nog even kort samenvatten wat ik al eerder en zo vaak heb gezegd. De twee belangrijkste blokkades op de weg naar het ware zelf zijn:

– onwetend­heid over het bestaan ervan en over de mogelijkheid om

ermee verbonden te zijn;

– een benauwde, verkrampte psychische staat met benauwde,

verkrampte zielenroerselen.


Deze twee factoren sluiten het contact met je ware zelf uit en daarmee de mogelijkheid om in eenheid te leven. Zolang je nog op het dualistische niveau verkeert, moet je wel voortdurend in een zielenkramp leven. Je herinnert je misschien hoe vaak ik het belang van het bekijken van je zielenroerselen heb onderstreept. Als je tegen het aspect van tweeledigheid vecht en je uit alle macht in de eenheidsstaat tracht te komen, kijk dan naar wat voor zielenroerselen er opkomen. Oppervlakkig gezien kun je je gesteund voelen door de schijnbare rechtvaardiging van waarnaar je streeft. Je kunt zeggen: “Is het niet geheel en al gerechtvaardigd en terecht dat ik tegen dit slechte in de wereld ben?” Op het dualistische niveau kan dit inderdaad zo zijn. Maar in die beperkte kijk vergeet je dat dit slechte juist en alleen maar bestaat door deze soort benadering van het probleem en door de heersende onwetendheid dat er ook een andere manier is om ernaar te kijken. De daaruit voortkomende spanning verdoezelt het gezichtspunt dat er andere aspecten zijn die bijeen brengen wat jij als goed en wat jij als slecht bestempelt - wat dat slechte ook moge zijn.

Voor deze eenvoudige behandeling, het zoeken van de waarheid, wordt wel iets vereist. Het belangrijkste is de bereidheid op te geven waar je aan vasthoudt, of dit nu een geloof is, een angst of een gekoesterde manier van leven. Als ik zeg opgeven, bedoel ik alleen het te onderzoeken en bereid te zijn om in te zien dat er meer is dan je eigen gezichtspunt en je eigen overtuigingen. Dit brengt me weer bij wat ik zei dat ik zou bespreken, namelijk: waarom de mens zo panisch bang is om de egostaat los te laten, waaruit de dualistische, pijnlijke manier van leven voortkomt. Waarom is hij zo bang en verzet hij zich zo heftig tegen het zichzelf toevertrouwen aan en zich verbinden met dit diepe innerlijke centrum, dat een werkelijkheid is en dat al het goede bijeen brengt en tot eenheid maakt en dat meteen toegankelijk is? Het innerlijke centrum is echter voor de persoonlijke, kleine overwe­gingen van het ego niet te bevatten.

Zoals ik al gezegd heb, is het dualistische niveau het niveau van het ego. Het eenheidsniveau is de wereld van het Goddelijke centrum, van het grotere zelf. Het ego vindt zijn hele bestaan op het niveau waar het zich thuis voelt. Het opgeven van dit niveau betekent het opgeven van de eisen van het kleine ego. Dit betekent niet de vernietiging van het ego, maar voor het ego lijkt het dit wel in te houden. In feite is het ego een deeltje, een geïsoleerd aspect van de enorm veel grotere Intelligentie, van het ware, innerlijke zelf. Het ego is niet iets anders, het bevat alleen minder van het ware zelf. Omdat het afgescheiden is en beperkt, is het minder betrouwbaar en minder veilig dan dat waaruit het voortkomt. Maar dit betekent niet dat het vernietigd moet worden. In feite zal het één geheel met het ware zelf gaan vormen en een voller, beter toegerust, wijzer zelf creëren met meer en de beste kwaliteiten die je je maar kunt voorstellen. Maar het afgescheiden ego is bang dat het in dit opgaan vernietigd zal worden, op zal houden te bestaan. In zijn onwetendheid en beperkt als het is, vreest het dat het alleen maar als een afgescheiden wezen kan bestaan - daarom zoekt het een steeds verdergaande afscheiding. Ik weet dat ik dit al vele keren eerder heb gezegd, maar het is belangrijk om erover na te denken en het toe te passen in samenhang met deze lezing. Omdat het bewustzijn het bestaan van het ware zelf niet kent - zelfs wanneer het als een theoretische mogelijkheid erkend wordt, moeten er wel twijfels bestaan over de levende werkelijkheid ervan zolang persoonlijke misvattingen nog niet zijn opgeruimd - is het doodsbang voor juist dit zielenstreven naar ontspanning en het loslaten van de krampachtige greep die de verwezenlijking van het ware zelf tegen­houdt. Dit is de voortdurende strijd van het ego, tot het ophoudt te vechten tegen de eenwording door steeds weer een grotere waarheid te herkennen in zelfs de kleinste persoonlijke aangelegenheid.

Zoals jullie me al vele keren hebben horen zeggen, kan het ware zelf niet naar buiten komen zolang persoonlijke innerlijke conflicten en problemen niet ontward zijn. Maar het proces van hiermee bezig zijn en de eerste tekenen van zelfontplooiing overlappen elkaar vaak; het één bevordert het ander. Veel van mijn vrienden kunnen deze woorden gebruiken in een nieuwe benadering van hun problemen, hoewel er niets nieuws is in mijn woorden op zich. Toch kan deze specifieke manier om naar je fundamentele menselijke worsteling te kijken, je beduidend verder helpen. Zolang de mens zich totaal vereenzelvigt met zijn afgescheiden ego, moet hij wel - zoals ik zei - op een steeds grotere afscheiding aansturen, wat weer leidt tot idealisering van zichzelf. Deze verheerlijking en het idealiseren vanuit dit gezichtspunt wordt de ogenschijnlijke redding en garantie voor het sussen van je exis­tentiële angsten. Om het eenvoudiger te zeggen: het ego denkt “als iedereen om me heen nu maar denkt dat ik bijzonder ben” - bijzonder goed, of slim, of mooi, of talentrijk, of gelukkig, of ongelukkig, of zelfs slecht, of welke ‘specialiteit’ je ook gekozen hebt voor je eigen persoonlijke geïdealiseerde zelfverheerlijking – “dan krijg ik de goedkeuring, liefde, bewondering, be­vestiging die ik nodig heb om te kunnen leven". Wat betekent dat je ergens diep binnenin gelooft dat je alleen maar kunt bestaan als je opgemerkt en bevestigd wordt door anderen. je voelt dat je leven ophoudt als je niet wordt opgemerkt, als niemand van jouw bestaan afweet. Dit mag over­dreven klinken, maar dat is het niet. Het verklaart waarom het geïdeali­seerde zelfbeeld van sommige mensen vernietigend en negatief is. Opge­merkt willen ze worden, opvallen, daar vertrouwen ze meer op dan op hun positief bijzonder zijn. Zo lijkt je redding bij anderen te liggen, die je bestaan alleen maar zouden willen erkennen als je anders bent dat wil zeggen: bijzonder. Tegelijkertijd is daar de verkeerd opgevatte bood­schap van het ware zelf die je aanspoort om het leven meester te worden, maar je doet dat op het verkeerde niveau en gelooft dat je elke tegenstand op jouw weg moet opruimen.

Iedere persoonlijke pseudo-oplossing houdt de hoop in dat daardoor de moeilijkheden op jouw weg verdwijnen. Welke pseudo-oplossing je hebt gekozen, hangt af van individuele karaktertrekken, van omstandigheden en vroegere invloeden. Welke het ook is - en je weet dat er in principe drie oplossingen bestaan: agressie, jezelf onderwerpen en jezelf terugtrekken - ze zijn bedoeld om over anderen te triomferen en op deze manier je ‘vrijheid’ en ‘vervulling’ tot stand te brengen. Je bestaan schijnt alleen maar gegarandeerd als er totale liefde van anderen voor jou is, een totale acceptatie en een totale beschikbaarheid en dit hoop je te bereiken door over hen te triomferen. Zo zie je dat je geleid wordt door een opeenvolging van verkeerde conclusies, terwijl het in werkelijkheid allemaal totaal anders is. Natuurlijk kom je alleen maar achter het bestaan van al deze reacties en overtuigingen in je als je geleerd hebt ze toe te geven; als je je afvraagt wat de betekenis is van een speciale reactie, als je door de schijn heenkijkt en door de betekenis die je voorwendt eraan te geven. Als je dat alles eenmaal hebt erkend, is het niet moeilijk om in te zien dat al die misvattingen je in hun macht hebben en je beroven van de pracht van de werkelijkheid. Je zult dan ook gaan zien - niet als een theoretische mogelijkheid maar als een door­leefde werkelijkheid - dat je leven er niet van afhangt of andere mensen je bestaan bevestigen, dat je niet bijzonder hoeft te zijn of je van anderen hoeft te onderscheiden: dat juist deze eis je in eenzaamheid en verwarring vastzet; dat anderen alleen maar van je zullen houden en je zullen accep­teren als je niet beter dan hen wilt zijn, of bijzonder, of anders dan zij. En deze liefde zal juist tot je komen als je leven er niet meer van afhangt.

Als je echt kennis hebt opgedaan, als je echt iets hebt bereikt, op welk gebied dan ook, dan kan dat nooit hetzelfde effect op anderen hebben als wanneer wat je bereikt hebt, bedoeld is om jezelf bijzonder te maken. In het eerste geval is het verworvene een brug naar anderen, omdat het geen wapen is tegen ze. In het laatste voorbeeld zal het verzet oproepen, omdat je het wilde bereiken om beter te zijn dan anderen wat altijd betekent dat anderen minder moeten zijn. Als jij je talenten nodig hebt om beter te zijn, moet dat wat je de wereld biedt, zich wel tegen je keren omdat je het aanbiedt in een geest van strijd. Als je van je kundigheden geeft om het leven en anderen te verrijken, zal jij en zal je leven erdoor verruimd worden omdat, wat je aanbiedt, in een geest van vrede wordt gegeven. In dit geval word je een deel van het leven. Door van het leven te nemen - van het levenscentrum in jou - en het terug te geven aan het leven als integraal deel ervan, handel je volgens het eenheidsprincipe.

Teleurstelling is onvermijdelijk waar de worsteling is: ‘om te kunnen leven moet ik beter zijn dan anderen, moet ik me onderscheiden’. Dit kan het gewenste resultaat niet opleveren, omdat het gebaseerd is op illusie. Het dualistische concept is: ‘ik tegenover de ander’. Het is dit misplaatste denkbeeld dat de overgang van het dualistische naar het eenheidsniveau van bewustzijn zo moeilijk maakt, want het opgeven van dit ‘gevecht-tegen-de-ander’ lijkt de vernietiging van het zelf in te houden. Hoe feller er tegen de ander wordt gevochten, hoe minder hij tegemoet zal komen aan de eis om het zelf te bevestigen en hoe meer dit weer als een even grote bedreiging ervaren zal worden als het alternatief: het opgeven van het gevecht zelf. Waar de mens dus ook kijkt, elke uitweg lijkt geblokkeerd. In de illusie dat hij anders verloren is, maakt hij zich totaal afhankelijk van anderen, terwijl hij tegelijkertijd probeert over ze heen te walsen en over ze te triomferen. Hij moet wel wrok voelen over het eerste en zich schuldig voelen over het laatste. Beide creëren intense frustraties en onrust, beide bieden geen enkele uitkomst.

Let op je tegenzin in eerste instantie om je veronderstellingen over welke problematische kwestie in je leven dan ook te onderzoeken. De uiterlijke strijd of kwestie is alleen maar zo pijnlijk omdat de innerlijke strijd er een is op leven en dood - althans dat geloof je. Je kunt alleen maar achter de drogreden van deze strijd komen als je je reacties eerlijk en nauwgezet durft te onderzoeken. Zelfs terwijl sommigen van jullie al heel wat bereikt hebben in dit padwerk, in het tot op zekere hoogte onder ogen zien van jezelf, lukt het je toch nog de kwestie weg te stoppen als het echt pijnlijk en beangstigend wordt. En juist daar ligt je struikelblok, want het terugdeinzen voor wat zo pijnlijk en beangstigend lijkt, maakt het je onmogelijk om de drogreden van je verborgen overtuiging te ontdekken, waar je je stiekem aan vasthoudt, als gevolg van je dualistische kijk en de daar weer uit voortkomende strijd. Dit bezorgt je de verkrampte innerlijke onrust die je verzwakt. Hij blokkeert je vrij vloeiende energiestroom en maakt de overgang naar het eenheidsniveau onmogelijk.

Als je op een zo objectief en onbevangen mogelijke manier naar je problemen kijkt en zo meegaat in de ruimere kijk van het ware zelf, als je je beste bedoelingen en je wilskracht inzet voor de kwestie die je verontrust, met een oprechte wens tot onpartijdigheid, zul je merken dat je eerst terugdeinst voor zo’n verlangen en dat je op een min of meer openlijke of subtiele wijze je aandrang om te vluchten toedekt. Betrap jezelf daarop en ga moedig door, ondervraag jezelf verder en dieper. Dan zul je gaan zien dat de uiterlijke strijd of moeilijkheid uiteindelijk een symbolische weer­gave is van je innerlijke strijd die je voert, voor het leven en tegen de dood, voor bestaan en tegen vernietiging. Het zal tot je doordringen welke eisen je aan anderen meent te kunnen stellen om jou te laten bestaan.

Als je op dit niveau van je wezen bent gekomen, zul je in staat zijn om je veronderstellingen die hiertoe de basis hebben gelegd, te onderzoeken. En dit is de eerste stap die de overgang van de dualistische misvatting naar de éénmakende waarheid mogelijk maakt. Je zult tevens merken dat het opgeven van ideeën, idealen en overtuigingen ook als vernietiging aanvoelt, want als je geen gelijk hebt, betekent dat de dood en als je gelijk hebt, betekent dat leven. Op het moment dat je jezelf toegankelijk maakt en de moed hebt om de waarheid te willen en de mogelijkheid van een ruimere en vollediger waarheid dan je op dat moment kunt zien, in overweging neemt, wat de kwestie ook is, zal er een nieuwe vrede over je komen en een nieuw intuïtief ‘weten’ hoe dingen zijn.

Iets in je verharde psychische gesteldheid zal smelten en dat zal de weg tot volledige zelfontplooiing verder openleggen. Iedere keer als er iets in je loskomt, zal het een beetje gemakkelijker worden en zal dat het klimaat in je geest gunstiger maken om in je innerlijke centrum alle leven, alle waarheid en het verenigde goede van de schepping te doen ontwaken. Bij iedere stap die je in deze richting doet, laat je weer een misvatting achter je en iedere misvatting minder betekent een last minder. Het loslaten van wat eerst veiligheid en verdediging tegen vernietiging leek, zal nu ontmaskerd worden als wat het is: last, lijden, gevangenschap. Dan doorzie je het niet te rijmen feit dat je het dualistische leven met al z’n problemen, z’n hopeloosheid, eigenlijk helemaal niet kwijt wilt. Misschien begrijp je daar nu iets van en zal dit je helpen op je persoonlijke Pad. Als je dit toepast in je dagelijkse leven, zul je zien dat de abstract klinkende woorden die ik hier gebruik, niet iets dat ver van je weg ligt - ongrijpbaars - aanduiden, maar een weg die toegankelijk is voor ieder van jullie. Je zult zien dat deze woorden praktisch en concreet zijn, als je jezelf in relatie tot het leven maar in een ruimere waarheid wilt zien dan je tot nu toe zelfs bereid was te overwegen.

Op het dualistische niveau moet alles naar jouw wensen verlopen. Je moet triomferen over het leven, over anderen, over omstandigheden. Je moet bewijzen dat je sterker bent dan alle andere factoren die je tegenwerken in het jou omringende leven. Tegenwerking betekent verlies en verliezen houdt uiteindelijk in dat je niet bestaat. Daar ben je zo bang voor en daarom is je vechten zo intens. Daarom heb je ook altijd het gevoel dat het om iets veel groters gaat dan de feitelijke kwestie. Daarom ontken je de heftigheid van je gevoelens, omdat je weet dat je daadwerkelijke reacties niet in verhouding staan tot wat op het onbewuste niveau plaatsvindt. Als je al eens de omstandigheden naar je hand weet te zetten, heb je dan echt blijvende vrede gewonnen? Nee, vrienden, niet echt. Op dat moment mag je je dan voldaan voelen en bevredigd en veilig maar hoe lang kun je het leven met dualistische principes naar je hand zetten? De volgende kwestie brengt je opnieuw in gevaar en diep in je hart weet je dat, alleen op een verkeerde manier: je gelooft dat het je ondergang zal zijn. Daarom moet je wel voortdurend in de angst leven dat je niet altijd kunt winnen.

In deze afhankelijkheid, waarin het noodzakelijk is dat het leven altijd aan jouw behoeften voldoet - of liever aan je denkbeeldige behoeften - om het aan te kunnen, moet je wel wrok koesteren tegen degenen die jouw vervulling in de weg staan en tegenover het leven dat je schijnbaar niet laat be­staan. De boodschap van het ware zelf is: ‘volmaakt geluk, volmaakte vrijheid en meesterschap over het leven is je geboorterecht.’ Als je voor dit geboorterecht vecht met dualistische principes, voer je jezelf steeds verder weg van de ontplooiing van je zelf, waarin je werkelijk meesterschap, vrijheid en totale vervulling zou kunnen bereiken. Je zoekt dit alles via de verkeerde wegen. Die zijn even verschillend als de individuen en hun karakters.

In al deze jaren hebben we veel van die verkeerde wegen besproken, de pseudo-oplossingen bijvoorbeeld. Als je die in het licht van deze lezing opnieuw bestudeert, zul je op een nog dieper niveau begrijpen waar dit alles over gaat. Je zult dan zien hoe jij persoonlijk probeert je strijd te volvoeren, de verkeerde strijd, die je nog meer verwarring en pijn brengt.

De drie fundamentele pseudo-oplossingen zijn alleen maar middelen om het leven meester te worden op het dualistische niveau, zodat je bestaan gegarandeerd is. Het openlijke gevecht is evenzeer tegen waarheid en vrede en net zo agressief als de onderdanige oplossing, waarin de vijandigheid altijd ondergronds smeult.

Welke wegen je ook gaat om te winnen, je bent afhankelijk van anderen en van omstandigheden die vaak ver buiten je werkelijke controle liggen en dus gedoemd zijn te mislukken. Deze onrust en vergeefse strijd maken je psychisch broos en verhard. En hoe meer dat zo is, hoe minder je in staat bent met het centrum van je innerlijk wezen contact te maken, waar je alles kunt vinden wat je maar nodig hebt, een vitaal welbevinden en productiviteit en de vrede van innerlijke ontspanning, die onlosmakelijk bij het ware zelf horen.

De enige manier waarop je werkelijk die staat van in eenheid leven kunt ingaan, waarin je werkelijk meester kunt zijn, is door niet meer te hoeven triomferen, niet meer te hoeven winnen, niet meer uitzonderlijk te hoeven zijn en speciaal, niet meer gelijk te hoeven hebben, niet meer alles op jouw manier te hoeven hebben, door in elke situatie het goede te vinden en te ontdekken, of je die situatie nu goed of slecht vindt, juist of verkeerd. Het is onnodig om te zeggen dat dit niet een berusten betekent en ook niet een angstig toegeven of een zwakte. Het betekent meegaan op de stroom van het leven en het aankunnen van wat nu nog buiten je daadwerkelijke controle is - of je dat nu leuk vindt of niet. Het betekent accepteren waar je bent en wat het leven op dit moment voor je is. Het betekent in harmonie zijn met je eigen innerlijke ritme.

Dit zal het kanaal openen, zodat uiteindelijk totale zelfverwerkelijking zal plaatsvinden. Wat betekent, dat alles wat je in het leven tot uitdrukking brengt, gemotiveerd en doorleefd is door het Goddelijke principe dat in jou werkt en zich door jouw individualiteit openbaart, daarbij de talenten van jouw ego verenigend met dit universele zelf. Dit verkleint je individualiteit niet, het voegt er iets aan toe. Het verhoogt je vreugde keer op keer en neemt absoluut niets van je af.

Moge ieder van jullie begrijpen dat de waarheid in je is; dat alles wat je nodig hebt, in jou is. Moge het je duidelijk worden dat je in feite niet hoeft te vechten en te worstelen, zoals je voortdurend doet. Het enige wat je hoeft te doen, is de waarheid zien en te herkennen, waar je je nu ook bevindt. Het enige wat je op dit moment hoeft te doen, is open te staan voor het inzicht dat er meer zou kunnen zijn dan je nu ziet en je wenden tot je innerlijke centrum en jezelf toe te staan je te openen voor de boodschappen die je er intuïtief van ontvangt. Moge je hierin slagen, precies daar waar je dit het hardst nodig hebt, nu, op dit moment. De maatstaf is altijd dat, wat het meest onaangenaam aanvoelt en waar de verleiding het grootst is om niét naar te kijken.

Wees gezegend, ga door op je prachtige pad, het pad dat je tot het besef zal brengen dat je al bezit wat je nodig hebt en dat je bent waar je wilt zijn. Je kijkt er alleen niet naar, omdat je ingesteld bent op de tegenovergestelde richting.

Wees in vrede. Wees in God.”



Lezing 81 ‘Conflicten in de wereld van de dualiteit’ (Noot vertaler)

 

 

 

Deze lezing werd gegeven via Eva Pierrakos in 1966

Oorspronkelijk uitgegeven door Center for the Living Force, Phoenicia (N.Y.)

onder de titel: ‘Unity and Duality’.

Laatste herziening van de Nederlandse vertaling in 2001.

© Stichting Padwerk Nederland, uitgave 2015.


 

 

 

creative commons logo