Lezing van de maand

Lezing 150: Liefde voor jezelf, voorwaarde voor universeel geluk

10 maart 1967

lezing 150

“Gegroet, dierbare vrienden. Zegeningen voor ieder hier aanwezig en voor alle vrienden, die werken op het pad van zelfontplooiing en bevrijding. Er is veel groei in velen van jullie en wat ik ga zeggen is misschien juist dat wat je nu het meest nodig hebt om te horen, als je niet alleen luistert met je uiterlijk oor, maar ook met je innerlijk oor.

Het hele universum is zo opgebouwd dat ieder geschapen individu in een voortdurende staat van geluk kan zijn. Dat is niet alleen een theoretische mogelijkheid, het is de natuurlijke staat van zijn van de mens. Dat is de natuurwet. Als een individu niet in een staat van geluk leeft, is dat een onnatuurlijke, verstoorde toestand. Het is uitermate belangrijk voor jullie, dat je dit feit echt begrijpt en naar waarde schat.

Als ik over een staat van geluk spreek dan bedoel ik niet een staat van geluk in een vage toekomst - een toekomst in dit leven of in een leven na dit fysieke bestaan. Het is daadwerkelijk mogelijk, hier en nu. Je hoeft er ook niet een of ander gecompliceerd kunststuk voor uit te halen of in een ternauwernood haalbare staat van volmaaktheid voor te zijn; die lijkt niet op zoals je nu bent. Geluk is niet afhankelijk van gebeurtenissen in de buitenwereld; het is niet zo dat dingen anders zouden moeten zijn dan ze op dit moment zijn. Je denkt zo gauw: als dit of dat nu maar anders was, dan zou niets mijn geluk meer in de weg staan. Maar je kunt meteen al gelukkig zijn, zoals je nu bent.

De mens zoekt altijd in de verkeerde richting. Hij maakt het te ingewik­keld; hij neemt aan dat hij zou moeten veranderen of dat omstandigheden zouden moeten veranderen voordat hij tot volheid kan komen en een staat van opperste vreugde kan beschouwen als zijn normale, natuurlijke leefklimaat. In de lezing van vanavond wil ik het hebben over de voorwaarde om nu meteen in een toestand van geluk te zijn. Onbewust weet de mens dat een staat van opperste vreugde zijn geboorterecht is en hij streeft er voortdurend naar, of hij zich dat nu bewust is of niet. Dat zijn streven in een verkeerde richting gaat, zoals ik daareven al zei, verandert niets aan het feit op zich. Als de mens leert in de goede richting te zoeken, zal hij vinden waarnaar hij streeft. Er zijn twee aspecten die ik in dit verband wil bespreken.

De staat die de mens bewust of onbewust zoekt, hangt direct af van zijn liefde voor zichzelf en zijn gevoel van eigenwaarde. De verhouding is altijd hetzelfde: in de mate waarin je in staat bent van jezelf te houden, in diezelfde mate is er geluk. Door gebrek aan liefde voor zichzelf kan de ziel zijn natuurlijke staat niet ervaren. Het veroorzaakt een vervreemding van de universele krachten en trekt een scherm op, een waas, dat voorkómt dat het individu deel wordt van de kosmische krachten die gelukzaligheid zijn. Het maakt niet uit of dat gebrek aan liefde voor jezelf op realistische of onrealistische gronden is gebaseerd. Beide vormen eenzelfde obstakel. Daarom is een herbezinning van je opvattingen onderdeel van het proces van zelfontplooiing, want de mens heeft vaak om de verkeerde redenen een hekel aan zichzelf. Ik bracht eerder naar voren dat er een evenwicht bestaat en dat een fijn innerlijk mechanisme de psychische processen regelt waarbij terechte redenen om een hekel aan jezelf te hebben - wanneer die redenen niet bewust herkend en verwerkt worden - valse schuld creëren en overdreven perfectionisme. Daarom is het uiteindelijk altijd een schending van persoonlijke integriteit die voorkómt dat de persoon tot zichzelf komt - ongeacht of die schending ook valse schuld veroorzaakt.

Dit innerlijke mechanisme is heel gevoelig en geen zelfbedrog of bewust negeren van dat mechanisme kan het effect van gebrek aan liefde voor jezelf teniet doen. De meest verlichte mensen willen nog altijd niet de betekenis en het belang hiervan inzien. In ons werken samen hebben we veel aspecten besproken van wat een beschadiging van integriteit en daardoor van zelfrespect veroorzaakt. Geen pad van zelfontplooiing kan voorbijgaan aan de heel subtiele, onbewuste zielsopwellingen en houdingen omdat het effect ervan zoveel groter is dan de meeste mensen zich zelfs maar kunnen voorstellen.

Een van die aspecten is trouw te zijn aan de natuurlijke wetten, die in het leven en in het individu bestaan. Dit tegenover het aanhangen van overgeleverde waarden, van opgelegde normen, van de zeden van elke maatschappij en elke cultuur. We hebben dit onderwerp al eerder besproken, maar niet zozeer in dit speciale verband. Zelfontplooiing en bevrijding worden heel sterk bepaald door je vrijheid om natuurlijke, universele wetten en normen te aanvaarden. Het gaat erom of je ze zelf, onafhankelijk en op grond van je eigen redenering kunt aanvaarden, terwijl je de volledige verantwoordelijkheid draagt voor die beslissing. Zo'n gemoedstoestand is een totaal andere dan die waarin je automatisch gezichtspunten, meningen, schijnbare levenswetten, ethische en morele maat­staven aanneemt, zonder je af te vragen wat de zin, de onvermijdelijk­heid, de reden ervan is. Het automatisme, waarmee de meeste mensen levensvoorwaarden en levenswetten als vanzelfsprekend aannemen, weerhoudt hen van een eigen oordeel en een eigen beslissing.

Dit automatisme is wijdverspreid en heeft invloed op veel meer gebieden van het leven en van de persoonlijkheid dan je je kunt voorstellen, vrienden. De invloed van algemeen heersende beelden en indrukken hebben we eerder besproken. De meeste van jullie denken dan aan grove, domme uitingen - het soort uitingen waar de meeste ontwikkelde mensen wel hun twijfels over beginnen te hebben. Geen van jullie is er zich van bewust dat er nog altijd dingen zijn in jezelf die een heel nieuwe en frisse benadering vragen. Door een wet of norm die geen universele levenswet is als vanzelf­sprekend aan te nemen, sluit je de deur naar het universum.

De mensen die het hardst rebelleren, zitten over het algemeen nog het meest vast aan algemeen heersende meningen en onechte beperkingen, die zij zien als onvermijdelijke levenswetten. Als zij niet geloofden dat ze moeten buigen voor iets onvermijdelijks zouden ze niet zo tegen het leven rebelleren. Het is tragisch om te zien hoeveel verspilling en hoeveel onnodig leed er ontstaat door onnatuurlijke wetten aan te hangen. Vaak is er geen verschil tussen de natuurlijke wetten en de zeden van een beschaafde maatschappij. De verschillen kúnnen heel uitgesproken zijn, maar soms ook zijn de natuurlijke en de onnatuurlijke wetten identiek, of ogenschijnlijk identiek. Maar er is een groot verschil tussen iemand die vasthoudt aan de normen van het geweten in de geest van vrijheid, van eigen keuze en iemand die handelt in blinde gehoorzaamheid, uit gebrek aan bewustzijn en zonder vragen te stellen. De woorden mogen hetzelfde klinken, maar het karakter van de geestelijke processen, van een innerlijk leefklimaat en een innerlijke houding is totaal anders. En als de natuurlijke wet verschilt van de door de mens gemaakte wet, wordt dat verschil nog veel duidelijker.

Als de mens zichzelf de frisse en spontane ervaring ontzegt van het komen tot zelf gevonden, onafhankelijke concepten, waarvoor hij zelf verantwoor­delijk­heid neemt en waarnaar hij leeft, dan doet hij dat niet enkel uit lui­heid. Waarom zou hij? Zelfs niet uit angst. Uiteindelijk is het altijd een schending van integriteit als je jezelf zo’n ervaring ontzegt. Zolang de mens het idee heeft dat angst hem ervan weerhoudt zijn eigen verantwoor­delijkheid te nemen, zal de angst niet verdwijnen. Als hij begint te zien dat zijn integriteit wordt aangetast door zijn weigering zijn eigen antwoorden te zoeken, dan vormt een natuurlijke waardigheid en een verlangen om in waarheid te zijn vaak de prikkel die ontbreekt zolang de mens deze diepere aspecten van persoonlijke integriteit negeert.

Waarom nu wordt integriteit aangetast als een individu weigert tot eigen antwoorden te komen op de normen en de schijnbare beperkingen en begrenzingen van het leven? Er is altijd sprake van lafheid als iemand regels en wetten blindelings en als vanzelfsprekend en onvermijdelijk aanneemt. Door gebrek aan moed herhaalt een individu overgeleverde morele gedragsregels liever dan ze te toetsen aan zijn eigen diepe, oprechte, eerlijke gedachtegang. Hij neemt veel overgeleverde wetten aan omdat hij bang is voor de consequenties, bang dat de mening van anderen wel eens anders zou kunnen zijn en dat hij dan in conflict komt met de mening van anderen over hem. Als die beweegredenen eerlijk worden onderzocht en onder ogen gezien, blijkt op een emotioneel niveau opportunisme een overheersende rol te spelen. Hij pleegt verraad aan een waarheid die hij niet durft te benoemen om goedkeuring of zelfs waardering van anderen te verkrijgen. Het vrij maken van het ware zelf is onmogelijk zolang zo'n geestesgesteldheid de overhand heeft. Waar kant-en-klare meningen wor­den overgenomen (of de persoon zich daarvan bewust is of niet), wordt persoonlijke integriteit geschonden en bestaat er een vorm van opportunis­me. Het is belangrijk om hierbij aan te geven dat het niet noodzakelijk om een meerderheidsstandpunt hoeft te gaan. Het kan net zo goed opgaan voor de rebellerende mening van een minderheids­groep. Ook daar kunnen lafheid en opportunisme schuil gaan onder een blinde, slaafse, emotioneel gekleurde beweegreden, al lijkt het zo moedig om tegen de rest van de wereld in te gaan.

Luiheid in het doordenken is nooit alleen maar luiheid op zich. Altijd zit er de mogelijkheid in om laf mee te doen met bepaalde kringen die het individu vreselijk nodig denkt te hebben en die hij dus niet tegen zich in het harnas mag jagen. Een moeilijk te weerstane verleiding versterkt de neiging om niets in twijfel te trekken, geen eigen verantwoordelijkheid te dragen en geen onafhankelijke concepten te zoeken die overeenkomen met de natuurlijke wetten van het leven. Die verleiding is dat de hele wereld de regels van de maatschappij als goed en rechtvaardig verklaart, terwijl de liefde van de natuurlijke wetten vaak wordt genegeerd. Vandaar dat degene die de door mensen gemaakte wetten volgt, geëerd wordt om zijn goedheid en rechtvaardigheid. Dit is niet alleen verleidelijk vanuit de behoefte om de goedkeuring van anderen te krijgen, het lijkt een medicijn voor de pijnlijke plekken waar je twijfelt aan jezelf en een hekel hebt aan jezelf. Dat medicijn mag dan wel de pijn wegnemen, maar die pijn is alleen maar het symptoom en nooit de wortel van het probleem. Als de echte redenen waarom je een hekel hebt aan jezelf worden weggenomen, groeit evenredig de moed om een zelf te zijn. Heel vaak is de echte reden waarom je niet van jezelf houdt - tenminste voor een deel - juist die lafheid dat je verraad pleegt aan de waarheid omwille van het genoegen gewaardeerd te worden door anderen. Zo zijn het zogenaamde medicijn en het gif maar al te vaak hetzelfde.

Als een persoon de juiste vragen begint te vinden om dieper in zichzelf door te dringen, dan is niet eens de actie naar buiten toe, gebaseerd op mogelijke antwoorden, van het allereerste belang. Belangrijk is het weten. Laten we eens aannemen dat de te volgen actie moeilijk is omdat er nog niet genoeg moed kon groeien; het individu is dan tenminste in waarheid met zichzelf, pleegt minder zelfbedrog en is bewuster dan daarvoor. Hij is dus dichter bij zichzelf en dichter bij de universele waarheid, en dat is een en al gelukzaligheid en een en al vervulling.

Het kennen van de natuurlijke wet van de evolutie (zelfs al ben je nog niet in staat ernaar te leven), creëert vrijheid en waarachtigheid als innerlijk leefklimaat. Het weten is daarom allereerst van belang. Als de mens in dit opzicht in waarheid is, verhoogt dat ogenblikkelijk zijn plezier en vreugde. Want hij moet meer zelfrespect hebben en meer van zichzelf houden als hij niet langer die schijnbaar onaanvechtbare, "vanzelfsprekende" aspecten van het leven stilzwijgend en als vaststaand aanneemt. Als hij weet, gaat hij van zichzelf houden, en daarmee ontstaat het vermogen om deel te hebben aan de universele gelukzaligheid, die een natuurlijk gegeven is.

Het tweede aspect dat ik wil bespreken, is het overstijgen van het nu. Waar je ook bent, vrienden, hoe je huidige toestand ook is en de huidige omstandigheden ook zijn, hoe je je ook voelt: als je dit nu volledig onder ogen ziet en er niet voor wegloopt, biedt het een rijkdom aan prachtige energie, levenskracht en vreugde. In dit nu kun je blijdschap vinden en gelukzaligheid, vrede en stimulans, en een diep gevoel van doelgerichtheid dat zin geeft aan alles wat je doet, innerlijk en uiterlijk. In elk deeltje van het leven ligt het opperste plezier, als je er maar niet voor op de vlucht slaat of het van je af stoot door jezelf aan te zetten om te zijn wat je niet bent op dit moment. Hoe je stemming ook is - of je je nu ver­vreemd voelt van jezelf, afgesneden van alles en iedereen, of je je angstig voelt of depressief, wanhopig of verveeld, op dit moment is er, door die stemming heen, je kern, je nu. En als je dit nu onder ogen ziet, naar die stemming kijkt, erin bent en die overstijgt, hoef je niet te wachten op een verre toekomst, zelfs niet op een andere gemoedstoestand, een staat van volmaaktheid. Je zult dan in de levenskracht en de levens­substantie van je nu zijn en daardoor in gelukzaligheid. Je beweegt je dan in een stroom van groei, van evolutie. Je kunt dan alleen maar van jezelf houden, op een diep en subtiel niveau dat meestal verborgen is. Vaak líjkt dit het allermoeilijkste voor een mens - toch is dit juist het gemakkelijkste.

Hoe vaak je zulke woorden misschien ook hebt gehoord, in een ander verband of in een andere context, de macht der gewoonte is op beide punten erg sterk: op het punt waar je dingen als vanzelfsprekend en onaanvechtbaar aanneemt én op het punt waar je wegloopt voor je stemming van het moment, zodat je niet in contact bent met jezelf. Beide aspecten zijn van wezenlijk belang om in de levende kern van je ware zelf te zijn. Daarin is alle goeds te vinden, onmetelijke kracht, voor nu en altijd. Deze kracht wacht om gebruikt te worden - je hoeft het bestaan ervan alleen maar te ontdekken. Diep in jouw kern, die bereikt kan worden via het pad dat ik je wijs, wacht die kracht en alle wijsheid. Voortdurend kun je erover beschikken. In deze kern manifesteert zich het eeuwige leven, nu, op dit moment.

Jullie zouden allemaal verbaasd staan, lieve vrienden, als je een lijst zag met de vele dingen die je nog steeds als vanzelfsprekend aanneemt, ver­baasd dat je blindelings tal van wetten en voorschriften als onvermijdelijk accepteert, terwijl die op geen enkele manier natuurlijk zijn. Ga dus na, vrienden, hoe dat bij jou is. Je zult heel veel onnodige ideeën en zogenaam­de onvermijdelijkheden kwijt moeten raken. Dan zul je ook de moed vin­den om natuurlijke wetten te volgen, die je zelf ontdekt door een eerlijke en frisse benadering. Een nieuwe integriteit zal in je geboren worden en ook de moed om zonder concessies te leven, in welke vorm die zich ook aan­dienen.

De behoefte om te zijn zoals anderen is niet tegengesteld aan de behoefte om bijzonder en beter dan anderen te zijn. Het zijn twee kanten van dezelfde munt van de dualiteit. In de mate waarin de mens zich schikt, als vanzelfsprekend aanneemt wat anderen hem zeggen (zowel hardop als stilzwij­gend) en waarin hij gelooft in wetten die geen natuurlijke wetten zijn en in feiten die geen onvermijdelijke feiten zijn, in die mate voelt hij zich ook gedwongen om zijn bijzonder zijn te bewijzen en zich trots op te stellen. De lafheid om zich maar te schikken is hetzelfde als de trots om beter te zijn. Beide kunnen alleen maar worden losgelaten als er moed is om schijn­bare onvermijdelijk­heden in twijfel te trekken en er nederigheid is om niet beter te hoeven zijn. Dat is vrijheid die de poort opent naar het universum en de poort naar het ware zelf.

Als nu die moed en die nederigheid er zijn, dan is het gemakkelijk om jezelf op dit moment af te vragen wat je voelt, waar je bent, waarom je reageert zoals je doet en waarom die reactie er is, in plaats van dat alles in een vage mistige toestand te laten. Het is die mist die je vervreemdt van het levenscentrum waar alleen genot is, een zinvolle staat van vreugde, van wijsheid en van het eeuwig goede en onophoudelijke leven. Die mist van vaagheid, van niet kijken naar de trots en de lafheid, houdt je af van dit leven. Daarom kan ieder moment pas worden geleefd als er moed en nederigheid is. De moed om overgeleverde gedragslijnen ter discussie te stellen, de moed om naar elke waarheid in jezelf te kijken, de nederigheid om niet bijzonder te hoeven zijn en om het misschien zonder de waardering van anderen te stellen, als dat ter wille van de waarheid nodig is.

Ieder moment, vrienden, biedt een rijkdom, een volmaaktheid, een volheid - waar je ook bent, wat jouw speciale moeilijke positie ook is. En als je jezelf hoort zeggen: "Ja, ik ben nu in die of die ongelukkige toestand", ontdek dan ook dat je misschien op een heel subtiele wijze op een andere toestand wacht, of die zelfs wilt afdwingen. Je kunt niet groeien als je probeert te ontkennen wat je nu bent. Dat streven is een vergissing, een misvatting, gebaseerd op de ontkenning van wat is. Als je de huidige situatie volledig onder ogen ziet, toelaat en begrijpt, kun je trots en lafheid zonder enige inspanning loslaten. Is lafheid, met al zijn meegaandheid en inschikkelijkheid, zijn ontkenning van het zelf en van de waarheid, zijn opportunisme en verraad van de kosmische werkelijkheid, niet een gevolg van trots? Wordt nederigheid niet vereist om de behoefte aan waardering van anderen los te laten? De moed om dat te doen, wordt alleen maar verkregen waar nederigheid is. Je zult geen uitverkoop houden en je ware zelf geen geweld aandoen en verraden als je bewondering kunt loslaten en niet op de een of andere manier beter hoeft te zijn.

En nu, vrienden, zijn er nog vragen?"

VRAAG: U hebt het over mensen die beter willen zijn dan anderen, die bijzonder willen zijn. Maar hoe zit het met de mensen die voelen dat ze niet zo goed zijn als anderen?

"Dat is hetzelfde. Dat is weer die dualiteit, de twee kanten van dezelfde medaille. Wie echt zijn waarde voelt, hoeft nooit te bewijzen dat hij beter is dan anderen. Dat is alleen zo bij degenen die twijfelen aan hun waarde. Daarom begon ik deze lezing met te zeggen dat liefde voor jezelf de sleutel is tot gelukzaligheid. Dit is de vicieuze cirkel: hoe meer iemand verraad pleegt aan zichzelf, hoe minder hij van zichzelf kan houden en hoe groter zijn behoefte is aan waardering van anderen om zijn twijfel aan zichzelf weg te drukken. Hoe wanhopiger zijn pogingen zijn anderen hem te laten geven wat hij zichzelf afdoende kan geven, hoe meer hij gedreven wordt tot verraad aan de waarheid van het universum en de waarheid in zichzelf.

Zo'n vicieuze cirkel kun je alleen maar achter je laten door te werken op een pad van zelfonderzoek. Elk moment van ontevredenheid heeft antwoorden in zich. Als je zoekt naar die antwoorden, transcendeer je het nu, breng je het naar een dieper bewustzijnsniveau en ervaar je de waarheid van het universum, namelijk dat elk onderdeeltje van het leven oneindige gelukzaligheid in zich draagt.

VRAAG: Ik vraag voor iemand anders, die ik wil helpen....

"Als het om zaken op dit niveau gaat, kun je anderen alleen maar helpen door ze een weg te wijzen - en dan moeten ze zelf ook willen. Die wil moet er zijn, anders is daadwerkelijke hulp niet mogelijk. Ongelukkig genoeg zouden de meeste mensen wel alles willen doen, behalve naar zichzelf kijken. Overal willen zoeken, behalve in zichzelf. De meeste mensen zijn daar doodsbang voor en proberen als een waanzinnige dat te vermijden. Als iemand bereid is daar te kijken waar het kijken echt antwoorden oplevert, moet de hulp wel komen. Er is geen andere manier. Niemand kan een ander helpen in het nu te zijn want dit veronderstelt bij de ander de absolute wil en het verlangen: ‘Ik wil naar de waarheid in mezelf kijken’. Ieder die op dit pad werkt en elke dag die woorden tot zichzelf zegt, keer op keer, en vooral op die momenten dat hij zich ontevreden en afgescheiden voelt, zal verbazingwekkende resultaten ervaren. "Wat is het, waar ik nu niet naar wil kijken?" Als iemand dat doet, zullen de antwoorden komen - absoluut en onvermij­delijk en precies in verhouding tot de oprechtheid en kracht van zijn wens. Op geen enkele andere manier komt er antwoord, vrienden. Dat geldt voor wie nog niet eens begonnen is met te ontdekken dat er dieptes bestaan in het zelf die nodig onderzocht en in het licht van het bewustzijn gebracht moeten worden. Dat geldt ook voor hen die al daadwerkelijk bezig zijn met zulk padwerk. Ook zij hebben blinde vlekken, waarin ze voortdurend over het hoofd blijven zien wat nodig onder ogen moet komen. Zij concentreren zich te zeer op andere aspecten die op zich belangrijk kunnen zijn, maar die ze al onder ogen hébben gezien en waar ze nu een te grote nadruk op leggen, juist omdat de waarheid van die aspecten zich uitstekend leent om andere waarheden weg te houden, die ze nog niet willen zien. Ook al ervaren ze nog zoveel groei, ook zij hebben iedere dag momenten die ze niet ten volle benutten, momenten die ze over het hoofd zien en niet onderzoeken, zodat ze aan de oppervlakte blijven en nooit de kern van de onvrede bereiken. Ook voor hen geldt dat zij de onvrede accepteren vanuit een misvatting dat het onvermijdelijk is, daarbij als vanzelfsprekend iets aannemend wat niet zo hoeft te zijn. Ook zij kunnen aspecten van hun leven - en dus aspecten van henzelf - verstandelijk gaan verklaren.

Elk moment bevat een rijkdom, vrienden, die niet te beschrijven is. Jullie menselijke geest is eenvoudig niet in staat dit zelfs maar enigszins te benaderen. Misschien kan het nog het best vergeleken worden met de atoomtheorie, of liever: de atoomwetenschap. Die heeft de mens laten zien dat de allerkleinste deeltjes, te klein om met het oog te onderscheiden, zo'n kracht bevatten dat enorme woongebieden en miljoenen mensenlevens erdoor vernietigd kunnen worden. Maar diezelfde kracht kan het menselijk leven ook positief beïnvloeden, in diezelfde mate. De geestelijke gesteld­heid van de mens bepaalt hoe deze kracht wordt aangewend. Maar of die kracht nu opbouwend of vernietigend wordt ingezet, het menselijk ras begint zich wel bewust te worden van de kracht van de kleinst meetbare deeltjes - een heel nieuw en vreemd idee in het menselijk denken, omdat tot nu toe kracht was gekoppeld aan formaat. Met andere woorden: groot is krachtig, klein is minder krachtig. Met de atoomwetenschap is een revolutionaire oriëntatie begonnen, die de mens dwingt te erkennen dat kracht geen kwestie is van formaat, maar eerder van kwaliteit. Met dit nieuwe idee begint de waarheid van een nieuwe dimensie zich te openbaren.

Het is precies hetzelfde met het nu van elk moment. Elk deeltje ‘tijd’, dat wil zeggen bestaan, leven, bevat een kracht en een rijkdom die de kracht van het atoom ver te boven gaat in reikwijdte, diepte en mogelijkheden. Want het is een spirituele kracht, die als zodanig alle fysieke uitingen te boven gaat, ook de atoomkracht. Als een deeltje van leven zoveel kracht bevat en als die kracht wordt aangewend om haar negatieve uitwerking te onderzoeken, dan kan de daarbij behorende, onvervreemdbare kern van kracht positief gebruikt worden. De mens is zich tot nu toe totaal niet bewust van dit feit. Hij ziet kracht in alle andere factoren en omstandigheden, maar niet in het nu. Hij ziet over het hoofd dat ieder nu onmetelijke levenskracht bevat, die vrijgemaakt kan worden door de blokkades van het nu onder ogen te zien. Het enige wat je hoeft te doen, is je aandacht erop te richten. Dan zul je rijkdommen en krachten ontdekken die nog onvoorstelbaar zijn in hun volheid, maar van de eerste tekenen zul je al stomverbaasd staan. Je hoeft niet te wachten tot morgen. Je hoeft zelfs niet te wachten op een andere zijnstoestand. Die vervulling zal komen als resultaat van het jezelf op dit moment in waarheid onder ogen zien. Als je naar jezelf wilt kijken in volle integriteit, eerlijkheid en aandacht, komen op dat zelfde moment krachten vrij, die in jou zitten en die je kunt aanwenden ten behoeve van jouw leven.”

VRAAG: De uitdrukking ‘jezelf zien in waarheid’ lijkt zijn betekenis te hebben verloren omdat veel mensen die gebruiken en beweren dat zij zichzelf in waarheid zien; maar ik weet dat het niet waar is. Een uitdrukking wordt vaak zo gebruikt dat hij zijn werkelijke betekenis verliest. Kunt u dat verklaren wat betreft ‘jezelf zien in waarheid’? Bedoelt u daarmee niet dat het slaat op gebieden waar mensen de waarheid over zichzelf niet onder ogen willen zien? Kunt u het misschien op een andere manier zeggen?

“Dit is, ongelukkig genoeg, het lot van elke waarheid in de menselijke wereld en het is niet eens te wijten aan het feit dat spirituele waarheid in beperkte taal moet worden uitgedrukt. Juist taal kan zich lenen om iets te verbergen en te verdringen, om het zelf te misleiden door dezelfde woorden te gebruiken, maar intussen de werkelijke kwesties te vermijden waar die woorden uitermate bruikbaar zouden zijn. Geen uitdrukking in welke taal dan ook is gevrijwaard van die uitvlucht, van dit min of meer subtiele zelfbedrog. Alleen de totale en volkomen innerlijke wil, de diepe oprechtheid eerlijk te zijn met het zelf, kan dit vermijden. Door de neiging van de mens om van zichzelf weg te lopen, is zijn gebruik van de taal ook dubbelzinnig. Hij spreekt het woord ‘waarheid’ uit en past het misschien toe op algemene factoren. Hij zegt dan inderdaad een waarheid, maar niet een waarheid over zichzelf. Zo wordt een waarheid een woord en uiteindelijk een cliché, een woord zonder inhoud. Juist dat is de reden waarom ik steeds weer dezelfde waarheden herhaal en steeds weer andere woorden gebruik.

Ik kan hier alleen nog aan toevoegen dat de mens niet in de universele waarheid, de dynamische waarheid van het leven kan zijn, als hij niet in waarheid is met zichzelf - niet alleen in wat hij al onder ogen heeft gezien, maar ook in wat nog moeilijk is om naar te kijken. Zolang hij weigert onder ogen te zien wat het allermoeilijkst lijkt, is hij niet in staat van waarheid. Er zijn altijd gebieden waar je met weinig weerstand naar kunt kijken. Die kunnen je de kans geven om jezelf voor de gek te houden, om de gebieden niet te hoeven zien waar je jezelf nog altijd niet zonder masker wilt zien.

Het is absoluut essentieel dat de mens telkens weer tegen zichzelf zegt: “Ik wil naar alles kijken. Ik wil zelfs dat zien waar ik me het meest tegen verzet.” Alleen dan kan hij vervulling vinden. Alleen dan kunnen alle moeilijkheden en alle schijnbaar niet te overwinnen blokkades verdwijnen en kan alles natuurlijk en zonder enige inspanning op zijn eigen plaats vallen, zodat een zinvol leven ontstaat waarin geen verspilling is. De universele levensstroom brengt harmonie waar disharmonie was, brengt doelgerichtheid waar verspilling was, brengt vervulling waar frustratie was, brengt alles overtreffend plezier waar pijn en verlies was. Maar de moed en de nederigheid om in totale waarheid over het zelf te zijn, moet aangekweekt en opgeroepen worden, elke dag opnieuw. Niet in ijdele woorden, maar werkelijk en diepgemeend. “Ik ben niet bang om te kijken naar wat dan ook dat ik niet wil zien. Ik vraag de goddelijke wijsheid en kracht in mij om me te laten kijken waar ik niet wil kijken, zodat ik kan veranderen waar dat nodig is.” Dit moet consequent doorgevoerd worden om totale bevrijding te bereiken van alle onnodige boeien die het ware zelf kluis­teren, om de gelukzalige waarheid van het universum te verwerven.”

VRAAG: Ik wil iets vragen over een vreemde en beangstigende ervaring van de laatste tijd. Als ik me na bepaalde ophelderingen heel erg bevrijd voel en dan een stuwend gevoel van de levenskracht in me ervaar, heb ik tijdens het mediteren de indruk alsof mijn geslachtsdelen van me weggenomen worden. Ik voel nieuwe hoop, maar tegelijk is er angst in die hoop. Wat kunt u me hierover vertellen?

“Deze ervaring is een uiting van grotere groei dan je op dit moment misschien naar waarde kunt schatten. Door het verwerven van veel begrip en waarheid en door een bepaalde verandering in je innerlijke zijn, heb je levenskracht losgemaakt die tot dan toe verlamd was. Waar je voorheen wanhopig was, wekte dat nu de hoop dat je misschien ooit leven en uitbundig plezier zou ervaren. Dit alles heeft tegelijkertijd een misvatting los­gemaakt die diep in je was opgesloten: dat je in gevaar zou kunnen komen en vooral dat je je geslachtsdelen zou kunnen verliezen, als je de levens­energie in je lichaam de vrije loop laat. Deze misvatting komt vaker voor, maar dat verandert niets aan het feit dat het voor jou een echte bedreiging is. Tot nu toe was je je dit niet bewust. Je verstandelijk redeneren maakte het onmogelijk om zo'n belachelijk idee toe te laten. Maar het kind in jou wordt beheerst door dit probleem en is verantwoordelijk voor veel van je moeilijkheden. Door achter het bestaan van deze misvatting te komen - niet als een psychologische theorie, maar uit eigen persoonlijke overtuiging - zul je uiteindelijk beseffen dat het een onjuist idee is. Als je bang bent voor de hoop die in jou is gewekt, komt dit omdat je nog steeds gelooft in de werkelijkheid van de bedreiging, zodat de hoop op nieuw leven tegelijk het gevaar inhoudt van je misvatting. Je conflict lijkt: “Moet ik blijven zoals ik ben, dood zijn, geen zinvol leven leiden, steeds eenzamer worden en steeds meer afgescheiden raken van alle betekenis en alle vreugde, of zal ik deze stap zetten, maar dan misschien weggevaagd worden?” Dat is de situatie waarin jij je nu innerlijk bevindt. En daar kun je alleen maar uitkomen als je werkelijk beseft dat de misvatting een misvatting is. Dan zal de pijn verdwijnen, want de pijn is een gevolg van de misvatting en de daaruit voortvloeiende strijd.”

VRAAG: Wat betreft dat leven in het nu en zien wat daar is, heb ik ontdekt dat er altijd toch een behoefte is om bemoedigd te worden. Daardoor werd ik me ervan bewust dat ik zelden op een natuurlijke, ongedwongen manier leef. Alles is altijd ingesteld op het verkrijgen van die bemoediging. Ik leef om te zijn zoals ik graag zou willen zijn en niet om te zijn zoals ik ben. Kunt u me daarmee helpen?

“Je zit in de vicieuze cirkel waar ik het in deze lezing over had. Je behoefte aan bemoediging komt voort uit je twijfel: je vraagt je af of je wel voldoende meetelt, of jouw innerlijke waarden wel goed genoeg zijn. Je bent bang dat je geweten en je meningen geen waarde hebben, dus zoek je bevestiging of bemoediging bij anderen. Elke niet authentieke behoefte heeft iets verslavends: hoe meer je iets nodig hebt, hoe krachtiger het ongezonde streven ernaar wordt en hoe verder weg je komt van de innerlijke bron van alle oplossingen. En hoe meer je eraan gewend raakt, hoe sterker je denkt dat je het ook nodig hebt. Als je naar binnen gaat en ontdekt dat dit je huidige situatie is, dan zou de volgende stap moeten zijn dat je jezelf afvraagt wat voor speciale bemoediging je zoekt. Als je dat onder woorden hebt gebracht, kun je je afvragen waar je je in dit geval onzeker voelt. Je zult je persoonlijke waarheid omtrent de onderliggende onzekerheid aan het licht moeten brengen. Alleen dan zul je erachter komen dat er een angstig opportunisme zit op specifieke gebieden, waar je terugschrikt voor jouw waarheid in relatie tot de universele waarheid. Dit angstige opportu­nisme kan gemakkelijk weggestopt worden onder schijnbare rebellie.

Deze ontdekking is al de eerste schil van het moment. Door wat je nu weet over die behoefte, kun je naar de volgende schil: het doorgronden van de twijfel die de bemoediging kennelijk noodzakelijk maakt. Waar verzaak je mogelijk een natuurlijke wet en wil je het zelfs niet weten, om maar niet in strijd te komen met wat je vreest dat de wereld van jou verwacht. Begrijp je dit?”

VRAAG: Ja, ik denk dat ik het begrijp. Als het antwoord nu eens zou zijn dat mijn twijfels en mijn behoefte aan bemoediging mijn manne­lijkheid betreffen. Hoe past dit in wat u zei over de natuurlijke wet tegenover het voldoen aan de verwachtingen van mijn omgeving?

“Je verzaakt de natuurlijke wet door niet te vertrouwen op de heilzame aard van je gevoelens. Je snijdt ze af. Diep in je is een mechanisme dat zegt: “Nee, verder wil ik niet. Ik heb mezelf zo ver laten gaan omdat het plezierig is, maar ik wil niet zo ver dat ik het risico loop mijn hele natuur de vrije loop te laten.” Gedeeltelijk doe je dit vanwege de wereld, omdat je bang bent voor kritiek, gedeeltelijk ook vanwege een misvatting die lijkt op die welke onze vriend ontdekte die de vorige vraag stelde. De angst is beslist niet zo groot als bij hem, maar toch voel jij je ook bedreigd door de natuurlijke gevoelens in je en volg je de wereld die verkondigt dat je die gevoelens niet moet vertrouwen. Daarom ontken je de universele krachten in je en wil je het ‘veilig’ spelen.

Denk goed over dit alles na, vrienden en probeer het op jezelf toe te passen. Pak jezelf aan met moed en met nederigheid en iets in je zal zich openen. Je zult zo kunnen beschikken over een rijkdom aan wonder­baarlijke kracht, over de liefde en de wijsheid van het universum. Wees gezegend, lieve vrienden, voel de liefde en de waarheid zoals die hier altijd zijn.

Wees in vrede, wees in God”

Lezing 228 ‘Evenwicht’ vat dit thema uit eerdere lezingen samen. (Noot vertaler)

Zie lezingen 38 t/m 41 over ‘Beelden’ (Noot vertaler)

 

 

Deze Lezing werd gegeven Via Eva Pierrakos in 1967

Oorspronkelijk uitgegeven door Center for the Living Force Phoenicia (N.Y.)

onder de titel: ‘Self-Liking, Condition for Universal State of Bliss’

Laatste herziening van de Nederlandse vertaling in 2015.

© Stichting Padwerk Nederland, uitgave 2015.


 

creative commons logo