Lezing van de maand

Lezing 244: Wees in de wereld, niet van de wereld’ - het kwaad dat laksheid heet

19 oktober 1977

lezing 244

“Wat is de diepere betekenis van de drang tot zelfbehoud? Als de geest in haar diepere lagen weet dat er eeuwig leven is, waarom hecht dan diezelfde geest - in even diepe lagen - zo aan het leven? Waarom worstelt ze instinctief om het fysieke lichaam niet te hoeven verlaten? Want de mens wordt naar het fysieke leven getrokken en beseft tegelijkertijd dat de geest eeuwig leeft. Dat komt allebei uit dezelfde gevoels- en kennislaag voort, al lijkt het met elkaar in tegenspraak.


Over dit uiterst belangrijke aspect in het innerlijk leven van de mens wil ik het nu hebben en ik zal proberen het voor jullie begrijpelijk te maken, zodat je er iets aan kunt hebben bij je streven naar heling. Het verlangen naar fysiek leven geeft uitdrukking aan de goddelijke geest, die zich een plek zoekt in de leegte, daarbij vorm, materie en materiele verschijnselen creëert en tenslotte deze vormen bezielt en doorstraalt met leven, bewust­zijn en goddelijkheid.


Dit is precies het goddelijk plan: de geest voort te stuwen, naar buiten te laten treden en langzaam maar zeker de leegte te doen vullen. Zoals ik al eerder zei, doet in de loop van dit proces ook het kwaad zijn intrede. Doordat de geest slechts langzaam in de ruimte doordringt, kunnen de goddelijke hoedanigheden zich in het begin nog maar in beperkte mate manifesteren. Daardoor is het bewustzijn opgesplitst, begrippen zijn gespleten; de zienswijze is beperkt, waardoor misverstanden, onwetend­heid en angst ontstaan, die op hun beurt nog meer heilloze opvattingen creëren. Als licht in aanraking komt met duisternis, levert dat in het begin een vervormd beeld op; het zijnde wordt voortdurend bedreigd door niet-zijn.


Dus op jullie bewustzijnsniveau leef je in een wereld die verscheurd wordt door krachten van goed en kwaad. Hoe dieper de geest doordringt, hoe meer onwaarheid, angst en haat getransformeerd kunnen worden in waarheid en liefde. Hoe dieper het leven de leegte binnendringt, hoe meer onsterfelijkheid een ervaringsfeit wordt.


Dit proces veroorzaakt op het menselijk niveau - dat het reële lijkt te zijn - een conflict. De mens verlangt naar eeuwig leven. Hij weet dat eeuwig leven niet mogelijk is in het fysieke lichaam. Toch probeert hij uit alle macht het leven in het fysieke lichaam te laten voortduren. Religieuze mensen die het belang van het fysieke leven ontkennen, omdat zij aanvoe­len en in zichzelf ervaren dat de ziel eeuwig voortleeft, begrijpen het niet en hebben er geen weet van hoe belangrijk het plan is: de geest toe te staan de leegte en tenslotte de materie te doordringen - en zo al wat is te vergeestelijken.


Toch laten zij die huiveren bij de gedachte aan de fysieke dood, omdat zij de realiteit van het eeuwig leven niet voelen, zich evenzeer misleiden. In mijn vorige lezing vertelde ik hoe belangrijk het is de niveaus van doods­angst en van verlangen naar eeuwig leven grondig te onderzoeken. De volgende belangrijke stap is: volledig te begrijpen dat de hang naar fysiek leven niet alleen maar uitdrukking van deze angst is. Op een dieper niveau is dit een rechtmatige uitdrukking van de grote scheppingsbeweging, de vervulling van het verlossingsplan.


Als dit begrepen en ook emotioneel ervaren wordt, al is het maar af en toe, zal de betekenis van het belangrijke gebod: ‘Wees in de wereld, maar niet van de wereld’ helemaal duidelijk worden. Het leidt dan tot een houding van blijde wil om in het lichaam te leven, zonder een spoortje angst voor de fysieke dood. De persoonlijkheid realiseert zich dan ten volle dat er op dieper gelegen niveaus van onbegrensdheid en eeuwigheid een groter en vollediger leven bestaat, vrij van bedreigingen - bedreigingen van dood, van niet-zijn, van pijn en onrecht, van onveiligheid en eenzaamheid. Het leven dat in het lichaam vorm heeft gekregen, wordt, ondanks de te verwachten fysieke dood, een vreugdevolle onderneming ten dienste van iets groters. De fysieke dood zelf wordt dan meer en meer gezien als het overgaan naar een oorspronkelijke staat van vollediger bestaan en groter vermogen tot welbevinden.


Zo ontstaat een nieuwe eenheid. De persoonlijkheid is zich bewust van het bestaan van eeuwig, vollediger en dieper leven en voelt zich daarom in het fysieke lichaam heel veilig. Evengoed wordt dit fysieke leven ervaren als een uiterst zinvolle en belangrijke onderneming, waaraan je je beslist niet mag onttrekken. Zelfs de moeilijkheden die bij dit leven horen, worden dragelijk en zinvol. Want je beseft dat er eeuwig leven is, maar je ziet ook het doel en de taak die het fysieke leven inhoudt. Zo zal de uitdrukking ‘Wees in de wereld, maar niet van de wereld’ een nieuwe inhoud voor je krijgen. Je gaat beseffen dat de wereld van stoffelijke verschijnselen een tijdelijke manifestatie is, waarin je een belangrijke rol kunt spelen en waar­aan je je volle bewustzijn en al je energie moet geven, maar waarvan je nooit moet denken dat het je enige en laatste zijnsstaat is.


Geef je volledig over aan de betekenis van deze woorden. Laat ze diep in je doordringen. Zelfs als de ervaring van het eeuwig leven als realiteit nog ver van je af staat, zelfs als je doodsangst en verlangen naar eeuwig leven nog niet volledig ervaren hebt, zelfs als je nog steeds op de drempel staat van deze nieuwe fase, zal het je beslist helpen wanneer je de woorden: ‘Wees in de wereld maar niet van de wereld’ overdenkt en er de diepere betekenis van probeert te vatten.


Dit vollediger begrip kan alleen maar ontstaan als je leeft vanuit een diepe verbondenheid met God en van daaruit de taak waarvoor je gekomen bent wilt volbrengen. Jullie weten al dat deze taak tweeledig is: je persoonlijke zuivering en transformatie en het ten dienste stellen van je talenten, kwa­liteiten, krachten en vermogens aan de grote zaak, het verlossingsplan, volgens de wil van God. Als je je hiertoe hebt verbonden, zal uiteindelijk alles op zijn plaats vallen. Dit kan tijd kosten, omdat er toch altijd blinde vlekken en een diep verankerd stuk onbewustheid kunnen blijven ook al ben je die verbintenis aangegaan. Maar de tijd vormt hoe dan ook alleen maar ogenschijnlijke hindernis.


Hoe vollediger je je verbonden hebt en hoe oprechter je dat meent en dagelijks in praktijk brengt, hoe groter opwinding en plezier in het leven je deel wordt en bijgevolg nemen ook vrede en zekerheid in je ziel toe. Hoe meer daarentegen de nadruk in je leven ligt op het najagen van zelfzuchtige doelen, hoe groter je onzekerheid wordt met daarbij het angstaanjagende gevoel dat het hele leven zonder zin is. Vanzelfsprekend leidt dit tot de onvermijdelijke vicieuze cirkel: als het leven geen zin heeft, kun je alleen nog maar op een zelfzuchtige manier naar hoogstens kleinere vervullingen streven, die met de Christusgeest niets te maken hebben. En hoe minder ze daarmee te maken hebben, hoe zinlozer het leven zal schijnen. En zo draait de cirkel voort.


Nog altijd zijn velen van jullie deze verbintenis maar half aangegaan. Je leeft om zo te zeggen, met een voet in de hemel en één in de hel. De hemel is dan dat stuk van je waarmee je je oprecht wijdt aan je taak voor God, waar je deel wordt van dat grote legioen, de krachten van het goede. Het is de hemel, omdat je je diep voldaan voelt; je leven krijgt betekenis, alles wordt gekleurd met liefelijkheid, zin, betovering, vreugde en zekerheid. Maar waar je jezelf gedekt houdt en probeert het op een akkoordje te gooien, met - als vervangingsmiddel - alleen een beetje zelfonderzoek om te voldoen aan de wil van God die je verder aan je laars lapt, daar leef je in de hel: de hel omdat je leven zinloos lijkt, mat, vervelend, angstaanjagend, inhoudsloos, afgescheiden van alles en van de hele schepping. In de hemel leven betekent weten dat je een integraal deel van de schepping bent.


De misvatting, dat je leven wijden aan Gods grote plan lijden en pijn betekent, heerst nog steeds. Als het anders was zou je overgave aan de wil van God vollediger zijn, minder beladen met weerstand en meer van harte. Het ondergeschikt maken van jouw wil aan de wil van God, het toewijden van je leven, gaven en vermogens aan een groter plan, doet je niet alleen groeien en bloeien door alle persoonlijke voldoening in je dagelijks leven, maar het vormt ook de sleutel tot heelwording van je gespletenheid, daar waar je nog steeds heen en weer getrokken wordt tussen geloof en onge­loof, vertrouwen en angst, haat en liefde, onwetendheid en wijsheid, afgescheidenheid en eenheid, dood en eeuwig leven.


Een van de belangrijkste hulpmiddelen in deze strijd is moed. Vaak wordt niet beseft van hoe groot belang die moed wel is. In feite denken mensen dikwijls dat een spiritueel mens zacht en gedwee is; dat wil zeggen, dat hij geen moed heeft. Want moed vergt kracht en energie. Van mensen zonder ruggengraat wordt dikwijls gedacht dat ze het slachtoffer zijn van agressie­ve, brutale mensen. Zo komt het dat je - in een irrationele laag van je emotionele waarneming - moed vaak met kwaad associeert, terwijl je de weekhartige angsthaas mildheid, zachtaardigheid en goedheid toedicht. Niets is méér bezijden de waarheid. Ik zal proberen uit te leggen waarom lafheid net zo slecht is als daadwerkelijk kwaad doen. Geestelijke lafheid leidt niet alleen tot verraad van het beste, van God, maar het leidt ook tot net zo’n actieve en krachtige manifestaties van het kwade als het meer in het oog lopende agressieve gedrag, dat voortkomt uit wrede, baatzuchtige, oneerlijke boosaardigheid. Het is belangrijk daar volledig van doordrongen te zijn teneinde de illusie kwijt te raken dat je slapheid en je lafheid echt niet zoveel kwaad kunnen en misschien wel spiritueler zijn dan de strijd­vaardige geest van mensen die zichzelf en hun persoonlijke voordeel in de waagschaal stellen door uitgesproken goed te doen en zich in positieve zin te doen gelden.


Wat gebeurt er als je slap bent, als je niet opstaat tegen kwaadaardig gedrag, als je ermee onder één hoedje speelt en je ervan onthoudt voor de waarheid op te komen? Je moedigt dan het kwaad aan, je helpt de persoon die het kwaad begaat de illusie overeind te houden dat het ‘niet zo erg’ is, dat het zo wel in orde is, dat het wel ‘flink’ is en dat hij echt niet de enige is. Dit houdt dan eveneens de illusie in stand dat je, door voor de waarheid en fatsoen op te komen, geïsoleerd raakt, uitgelachen en afgewezen zult worden. Met andere woorden, je geeft voedsel aan de waan, dat iemand zijn integriteit en fatsoen moet verloochenen om geaccepteerd te worden.


Al deze dingen gebeuren voortdurend in de omgang en het contact tussen mensen. Op zo’n manier kwaad aanmoedigen creëert een subtiel klimaat, wat je gemakkelijk uit je volle bewustzijn kunt wegdrukken. Toch hangt er om iemand die meegaat in deze vorm van negatief handelen en gedrag een wolk van schuld en verwarring en een emotionele sfeer van zelfverwer­ping. Hoe je ook probeert jezelf op theoretische gronden uit je zelfhaat omhoog te praten en waardering voor jezelf te krijgen, het lukt je niet éér je de spirituele moed en de bereidheid hebt de acceptatie van anderen op te offeren - als je tenminste denkt dat die prijs gevraagd wordt.


Als bijvoorbeeld iemand in jouw aanwezigheid van een ander kwaad spreekt, dan is jouw stilzwijgen geen goedheid, vriendelijkheid of vrede­­lievendheid. Absoluut niet. In zekere zin is het nog destructiever, nog verraderlijker negatief dan ronduit en daadwerkelijk kwaad­spreken. Wie lastert laat zijn kwade kant duidelijk zien en riskeert dus te worden terecht­gewezen en de consequenties van zijn slechte daad te moeten dragen. De passieve toehoorder sjoemelt en eet van twee walletjes: hij ontleent even­veel negatieve voldoening aan de kwaad­sprekerij als de kwaadspreker zelf, zonder echter enige negatieve gevolgen te riskeren; hij gaat er zelfs nog prat op dat hij er echt niet aan mee deed.


Kunnen jullie zien, dat zwijgende instemming met het kwaad nog funester is dan actief bedreven kwaad? Actief begaan kwaad alleen had nooit tot de kruisiging van Jezus kunnen leiden. Daarvoor was de medewerking nodig van verraders, de samenzweerders, de zwijgende omstanders die bang voor hun hachje waren en zo het kwaad - ogenschijnlijk - lieten zegevieren. Maar natuurlijk kan het kwaad nooit echt overwinnen.


Hetzelfde geldt voor massamoordenaars in totalitaire regimes, zoals in Duitsland voor de laatste wereldoorlog, en in andere gelijksoortige gebeur­tenissen. De enkele uitvoerenden zouden niet erg ver gekomen zijn als ze niet waren geholpen door de zwijgende medewerking van mensen die hun eigen huid belangrijker vonden dan de waarheid, dan fatsoen, eerlijkheid, barmhartigheid, liefde en medegevoel - kortom, dan God en alles waar God voor staat.


Dit leidt tot een interessante speculatie, beste vrienden, namelijk dat het actieve principe in zijn misvorming, hoe schadelijk en moorddadig het ook is, door en op zichzelf nooit dezelfde verwoesting aan kan richten als het passieve, ontvankelijke principe in zijn misvormde staat. Daarom zeggen veel spirituele leringen dat de laagst mogelijke eigenschap niet haat is, maar traagheid. Op het energieniveau is traagheid het bevriezen van de stroom van goddelijke energie. De stralende, stromende substantie van goddelijke oorsprong wordt dikker en harder, raakt geblokkeerd en sterft af. Op het bewustzijnsniveau betekent traagheid precies wat ik zo-even uitlegde. Het houdt zowel primaire als secundaire schuld is. Primaire schuld vanwege het meewerken aan het kwaad, door het te laten gebeuren en het goed te keuren, hoe subtiel en indirect ook. Secundaire schuld, door het voorwenden en beweren dat je niet meedoet aan het kwaad en door zelfs te doen alsof je goed zit, terwijl je lafheid en baatzuchtigheid stil­zwijgend instemmen met de slechte daad. Dit is de reden waarom Jezus Christus, toen hij op aarde leefde, altijd benadrukte dat de zondaar God meer nabij is dan de ogenschijnlijk fatsoenlijke, die het recht in eigen hand meent te kunnen nemen.


Traagheid weerhoudt je van handelen ten goede. Luiheid, lamlendig­heid, passiviteit (in de negatieve betekenis) geven steun aan onverschil­ligheid en zelfzuchtigheid, aan niet-deelnemen. Het bevordert stagnatie en verhindert groei en verandering in jezelf en in je omgeving.


Om die reden vrienden, bevinden jullie je in deze groep in een heel actieve fase. Misschien hebben jullie soms het gevoel, dat dat een beetje getemperd zou moeten worden door meer rust en meer ontvankelijkheid in te bouwen zo­dat er meer evenwicht zou kunnen ontstaan. Maar vergeet niet dat er een inherente wijsheid en doelgerichtheid zit in de manier waarop de slinger heen en weer moet zwaaien. Om je los te krijgen uit je luiheid, die een altijd aanwezige verleiding vormt, moet je gebruik maken van alle energie en bewegingskracht die je in je hebt, ook als dit betekent dat je een tijdlang meer actief dan receptief bent.


In deze beweging van de ziel bouw je en schep je; je verandert en groeit en je ziel raakt gewend aan die beweging als een vreugdevol, leven gevend en ontspannend expressiemiddel. Er wordt gedacht dat luiheid rust inhoudt, terwijl activiteit als uitputtend wordt gezien. Deze illusie is een vervorming en zit als zodanig diep in de ziel verankerd. Zolang dat beeld overheerst moet je jezelf nader ondervragen als je beweert dat je meer ontvankelijk­heid en meer rust nodig hebt. Is dat geen alibi voor de verleiding lui te zijn, niet in beweging te komen, je niet in te spannen en geen risico te nemen? Alleen als je hier heel zeker over bent, zal de slinger omslaan en een nieuw evenwicht bereiken. Maar die nadruk op activiteit is nu juist het evenwicht dat je nodig hebt om in je ziel de ware harmonie tot stand te brengen.


Stilstand en laksheid vormen werkelijk het grootste kwaad. Van nature missen ze de wil om zich door de geest te laten bezielen, de geest van de eeuwige, die door wil dringen in de leegte, waarin beweging en wil totaal afwezig zijn. Valse ontvankelijkheid is vermomde luiheid. Hoe meer onechte ontvankelijkheid er is, hoe minder echte ontvankelijkheid mogelijk is. Het onvermogen tot het ontvangen van liefde, genot en vervulling en het dwangmatig saboteren van die vervulling ontstaan doordat je niet aan God geeft. Om aan God te geven moet je actief zijn, je laksheid overwinnen, in beweging komen en handelen, risico’s nemen en soms ook vechten tegen je eigen en andermans kwaad. Alleen dan zul je je vrij van schuld voelen en daardoor kun je werkelijk ontvankelijk zijn voor wat het universum je te bieden heeft. De genade van God is overal om je en binnenin je. Ze is er altijd, je bent erin opgenomen. Je onvermogen haar te ontvangen maakt haar slechts ogenschijnlijk onbereikbaar.


Aan God geven betekent je overgeven aan het grote plan, aan zijn wil, en je leven daaraan wijden. Dit betekent dat je actief moet zijn en soms ook de luiheid doorbreken, die je van die activiteit probeert af te houden. Deze activiteit kan op heel veel gebieden van nut zijn, afgezien van de duidelijke weerstanden binnen je eigen groeiproces. Die activiteit is onmisbaar tot in de allerkleinste détails van het dagelijks leven, wanneer je deelneemt aan het prachtig scheppings­proces van een nieuwe maatschappij. Misschien raak je actief betrok­ken bij schijnbaar middelmatige, wereldse zaken. Misschien moet je heel actief de weerstand aanpakken tegen (de zo nood­zakelijke) veranderingen in het proces van zijn, van leven volgens de goddelijke principes. Dus, vrienden, vergewis je van de ware aard van je laksheid, en - wat nog belangrijker is - van de redenen die je bedacht hebt om erin te blijven volharden.


Als je je op enig gebied nog zwak, verward, nietswaardig of onvoldaan voelt, als je een innerlijke tegenstrijdigheid bespeurt en heen en weer pendelt tussen onderdanigheid en opstandigheid, dan weet je dat er een gespletenheid in je is. Je staat nog niet op eigen benen. De enige manier om echt zelfstandig te worden is door je volledig over te geven aan Gods wil. Dit betekent ook dat je bereid moet zijn tijdelijk pijn en afwijzing te ver­dragen of in een nadelige positie te zitten. Het betekent dat je de moed moet hebben een risico te nemen of een egocentrisch doel op te geven. Ook houdt het in dat je erop vertrouwt dat dit werkelijk voor je eigen bestwil is, zelfs vanuit een heel menselijk gezichtspunt bekeken.


Voor ik deze boodschap afsluit, zou ik het graag nog hebben over een speciale fase op je pad en je daarmee helpen. Vaak vinden jullie het zo moeilijk om verandering aan te brengen in een heel destructieve, negatieve houding of tekortkoming, ook al ben je je er heel goed van bewust ge­worden. Ondanks dit bewustzijn vind je het toch moeilijk het te willen veranderen. Als je hiermee in de knoop zit, heb ik een speciaal advies. In feite stel ik twee benaderingswijzen voor, die allebei nodig zijn.

De eerste is: je met je volle aandacht en scherpzinnigheid te richten op het werkelijke effect op jezelf en anderen, de uiterst pijnlijke gevolgen voor jezelf en anderen van deze negatieve trek. Al te vaak ben je je wel bewust dat die negatieve trek er is, maar je hebt een weerstand tegen het erkennen van de uitwerking ervan en de consequenties die dat heeft. Als je die uitwerking en die consequenties volledig tot je laat doordringen, zul je voelen welke pijn je jezelf en anderen aandoet en daardoor zul je sterker gemotiveerd zijn om te veranderen.


Dit brengt me op het tweede punt: alleen door te bidden om Gods steun en bemoeienis, alleen door je tot Jezus Christus te wenden en hem te vragen persoonlijk bij je te zijn en je te helpen, kun je invloed uitoefe­nen op die onwilkeurige onderstromen en neigingen, kun je er­aan wer­ken en ze in overeenstemming brengen met Gods harmoni­sche wetten.


Je grondhouding in het leven moet er een worden van toewijding aan Gods wil en plan, van je overgeven in alle opzichten en hem boven alles stellen. Al het andere is dan het natuurlijke gevolg van deze houding en zal dien­overeenkomstig vervuld worden. Ik weet dat ik dit al eerder heb gezegd, maar het moet telkens opnieuw gezegd worden. Als je je onvervuld voelt in je beroep, als je geen plezier hebt in je werk of het onbeduidend vindt, als je niet genoeg verdient om je voldoening, comfort en materiële zekerheid te geven, dan beknibbel je ergens in jezelf op je overgave aan de Schepper van al wat is. Als je geen relatie hebt en eenzaam bent of als je op seksueel gebied problemen hebt, vast zit en onvervuld bent, dan durf je ergens in jezelf je niet over te geven aan God, aan wat hij van jou wil en aan de taak waarvoor je geboren bent. Misschien leg je het zwaartepunt meer bij je beroep, je relatie of je persoonlijke vervulling, dan bij je taak tegen­over God; in plaats van de vervulling van deze dingen als een natuurlijke bijkomstigheid te laten voortvloeien uit je toewijding en je verbintenis aan je eigenlijke taak: te dienen in het grote leger dat strijdt voor de krachten van het goede. Misschien kun je mediteren over dit enorme gebeuren dat jullie universum vult en van wezenlijk belang is in het totale plan: de grote strijd tussen de krachten van het goede en de krachten van het kwade bij het geleidelijk volledig doordringen van leven in de leegte. Als je dit enorme universele gegeven als sleutel ziet tot al het andere, dan ga je ook zien wat op de eerste plaats komt en zie je je persoonlijke wereld in het juiste perspectief. Dit zal een schitterend nieuw evenwicht en een nieuwe harmonie aan je leven geven, wat je regelrecht vertrouwen geeft in en weet doet hebben van de eeuwig levende God, van je eigen onsterfelijkheid. En dit geloof is het enige wat je diepgewortelde existentiële verlangen, waar­over we het in de vorige lezing hadden, kan bevredigen.


Breng jullie vragen over de schrift bijeen. Ik zal ze heel graag beantwoor­den, zodat je de wereld waarin je leeft op een andere manier gaat begrijpen. Al deze verschillende gezichtspunten vormen samen de oplossing van de grote puzzel (of wat een puzzel lijkt te zijn) tot alle open plekken opge­vuld zijn en jullie één zijn in kennis en waarneming, in voelen, ervaren en zijn.


Hiermee zegen ik jullie, vrienden. Laat deze zegen jullie hele wezen, hart en geest openen. Ervaar de schepper in wie jullie te allen tijde leven. Ervaar de hoogst mogelijke veiligheid en vreugde, de eindeloze bron van creatieve mogelijkheden die dit met zich meebrengt. Geef aan je leven een eenduidige richting en het zal je vervulling brengen. Dit is alleen mogelijk met en door God.”


 

 

De lezing werd gegeven via Eva Pierrakos in 1977

Oorspionkelijk uitgegeven door Center for the Living Force, Phoenicia (N. Y.) onder de titel: ‘Be in the World but not of the World, the Evil of 1nertia’.

Laatste herziening van de Nederlandse vertaling in 2000.

© Stichting Padwerk Nederland, uitgave 2015.

 

creative commons logo