Lezing van de maand

Lezing 256: Innerlijke ruimte, de echte wereld; gerichte leegte

13 december 1978

lezing 256

“Lieve vrienden, gezegend zijn jullie in lichaam, ziel en geest. Jullie Pad is gezegend, elke stap die je erop doet. Je zult daar wel eens aan twijfelen als het moeilijk wordt. Maar als het moeilijk is, komt dat niet doordat zegenin­gen je onthouden worden. Dat komt doordat je voor delen van je innerlijk landschap staat, waar je doorheen moet. Om door een moeilijk innerlijk gebied te komen, is het noodzakelijk dat je de betekenis ervan begrijpt voor jouw eigen wezen, waardoor je de blokkades kunt opheffen die je tegen­komt.

We hebben het al eens eerder gehad over dit innerlijk landschap. Ik heb al eens eerder de innerlijke ruimte genoemd die de echte wereld is. De uit­drukking ‘innerlijke ruimte’ wordt tegenwoordig in jullie wereld vrij vaak gebruikt als tegenovergesteld aan de buitenaardse ruimte. De meeste men­sen beschouwen innerlijke ruimte als louter een symbolische beschrijving van iemands geestesgesteldheid. Dat is niet zo. Innerlijke ruimte is een onmetelijke werkelijkheid, een echte wereld. Het is in feite het echte universum, terwijl de buitenaardse ruimte er een weerspiegeling van is. Daarom kan de uiterlijke werkelijkheid ook nooit helemaal doorgrond worden. Het leven kan nooit echt begrepen, nooit proefondervindelijk ondergaan worden als het alleen maar van buitenaf wordt bezien. Daarom is het voor veel mensen zo frustrerend en vaak zo beangstigend.

Ik begrijp dat het moeilijk te bevatten is hoe innerlijke ruimte een wereld op zich kan zijn ‑ de wereld. De reden daarvan is weer het beperkte continuüm van tijd en ruimte van jullie driedimensionale werkelijkheid. Alles wat je ziet, aanraakt en ervaart, wordt waargenomen vanuit een bepaalde, heel beperkte invalshoek. Het denken is erop ingesteld, eraan gewend en geconditioneerd om in een bepaalde richting te opereren en is daardoor onder de huidige omstandigheden niet in staat het leven op een andere manier waar te nemen. Maar deze manier om de werkelijkheid te zien is beslist niet de enige manier, of de hele manier.

Elke spirituele beweging heeft als doel het leven op die andere manier te zien, de manier die verder gaat dan de uiterlijke weerspiegeling en die zich richt op nieuwe dimensies die te vinden zijn in de innerlijke ruimte. Soms wordt dit doel misschien met name genoemd, soms komt het als zodanig niet ter sprake. Maar op een bepaald punt van ontwikkeling en zuivering komt deze nieuwe visie tot leven ‑ soms plotseling, soms geleide­lijk. Zelfs het plotselinge van het ontwaken van de visie is alleen maar een illusie, omdat het in werkelijkheid het resultaat is van heel veel moeizame stappen en innerlijke strijd.

Binnen de atoomwetenschap heeft men erkend dat ieder atoom een kopie is van het universum zoals je dat kent. Deze erkenning is van uitermate grote betekenis. Misschien kun je je voorstellen dat ruimte ook variabel is, net als tijd, afhankelijk van de dimensie van waaruit ervaren wordt. Net zoals er eigenlijk geen objectieve, vaste tijd bestaat, zo bestaat er ook geen objectieve vaste ruimte. Volgens jullie uiterlijke maatstaven zou je kunnen zeggen dat je echte wezen binnen een atoom kan leven, ademen en bewe­gen, en enorme afstanden kan afleggen. Als de geest zich terug trekt in de innerlijke wereld, veranderen je maatstaven, net zoals je verhouding tot tijd verandert. Dat is de reden waarom je het contact lijkt te verliezen met en het besef van zogenaamd ‘dode’ mensen. Zij leven in de innerlijke werke­lijkheid, die voor jou alleen nog maar een abstractie is. Maar de werkelijke abstractie is de buitenwereld.

Bij de lichamelijke dood trekt de geest, dat wat levend is, zich terug in de innerlijke wereld, en niet in de hemel, zoals vaak ten onrechte wordt aangenomen. De geest stijgt niet op uit het lichaam, zweeft niet de ruimte in. Als soms een buitenzintuiglijke waar­neming zoiets lijkt te openbaren, is ook dat alleen maar de weerspiegeling van het innerlijk gebeuren. Op dezelfde manier heeft de meerderheid van het mensdom heel lang God in de hemel gezocht. Toen Jezus Christus kwam, leerde Hij dat God in de innerlijke ruimtes leeft en daar gevonden moet worden. Dat ook is de reden waarom alle meditatieve gebruiken en oefeningen gericht zijn op innerlijke ruimte.

Lang geleden stelde ik een meditatieve oefening voor waarbij je niet denkt, waarbij je jezelf leeg maakt. Degenen van jullie die af en toe deze oefening proberen, weten hoe moeilijk dat is. Je zit vol gedachten en het is niet gemakkelijk om die tot zwijgen te brengen. Er zijn verschillende manieren. Oosterse religies doen het meestal door veel te oefenen en door middel van discipline. Samen met eenzaamheid en uiterlijke stilte kan dit uiteindelijk tot innerlijke stilte leiden.

Op dit pad gaan we anders te werk. Deze lezingen willen je niet uit de wereld halen. Integendeel, het doel is op de best mogelijke manier in je wereld te staan, die te begrijpen, te accepteren en op de meest productieve, constructieve manier te scheppen. Dat kan alleen als je jezelf helemaal kent en begrijpt en als je ‑ zoals ik al zei ‑ door de moeilijke gebieden heen gaat; daardoor ben je dan beter in staat om in deze driedimensionale werkelijk­heid te functioneren. Dan is er geen splitsing tussen de uiterlijke en inner­lijke ruimtes. Naarmate de innerlijke wereld duidelijker wordt, neemt het zien van de uiterlijke waarheid toe. Als je jezelf beter gaat begrijpen, ga je ook de wereld beter begrijpen. Als je leert om dat wat onvolmaakt en verkeerd in je is te hervormen, leer je tegelijkertijd je uiterlijke leven te herstructureren, te transformeren. Als je leert je eeuwige schoonheid als een goddelijke openbaring te zien, krijg je ook een bredere kijk op de schepping en ga je de schoonheid van de schepper en zijn schepping zien. Als er vrede in je komt, kom je ook tot vrede met de wereld, zelfs als je omgeven wordt door ongewenste ervaringen. Met andere woorden: om de innerlijke ruimte te bereiken heb je uiterlijke voorwaarden zoals totale afzondering niet nodig. Je neemt de andere weg, je gaat dwars door wat de grootste van alle belemmeringen lijkt: de onvolmaaktheden in en om je. Daar ga je op af. Die neem je onderhanden tot ze hun angstaan­jagende aspect verliezen. Dat is jouw pad.

Jezelf op de innerlijke leegheid richten kan een aanvullende oefening zijn om je te helpen maar het mag nooit de enige manier zijn om tot zelfver­werkelijking te komen, net zo goed als het aanpakken van de uiterlijke tegenwerkende omstandigheden nooit de enige manier mag zijn om te werken aan jouw verlossing en die van de wereld.

Gerichte leegheid groeit, zowel doelbewust als spontaan, naarmate je innerlijke blokkades hebt opgeruimd. In het begin ervaar je precies dat: leegte, niets. Als je gedachten tot rust kunnen komen, kom je in de leegte: dat is wat het zo angstaanjagend maakt. Het lijkt je wantrouwen te bevestigen dat er in jou niets is, dat je echt alleen maar je uiterlijke, sterfelijke zelf bent. Daarom ben je zo vol van luidruchtige gedachten ‑ om aan de stilte te ontkomen die de voorloper lijkt te zijn van het niets. Ook in dit geval zul je weer de moed moeten opbrengen om door een tunnel van onzekerheid te gaan. Je zult het risico moeten nemen en de grote stilte moeten toelaten die eerst doelloos is, zonder ook maar iets dat leven of bewustzijn inhoudt. Ik denk dat de mees­te van jullie al ervaren hebben hoe de stem van je innerlijke God, van het hogere zelf, zijn ingevingen door je geest stuurt, niet altijd meteen na een meditatie of gebed maar later, als je er totaal niet meer aan denkt. Dan is je geest ontspannen genoeg en voldoende vrij van eigenzinnigheid zodat de innerlijke wereld kan doorkomen. Met het ervaren van de innerlijke ruimte ‑ de echte wereld ‑ is dat net zo.

Gerichte leegheid brengt je in aanraking met alle niveaus van je wezen. Het laat boven komen wat verborgen was ‑ de verdraaiingen, de misvat­tingen, alles wat met je lagere zelf te maken heeft, en uiteindelijk de werkelijkheid van je hogere zelf en de enorme wereld van eeuwig leven waarin dat verblijft. Je moet door heel veel lagen en fasen heen. Door de laatste lagen kun je alleen als een bepaalde zuivering en integratie heeft plaatsgevonden. Niet‑gerichte leegheid vermindert het bewustzijn, gerichte leegheid verhoogt het bewustzijn. Het eerste is een terugtrekkende bewe­ging, een vage dwaaltocht van de geest die kan leiden tot geesteloze leegte. Slaap of andere niet‑ bewuste toestanden vormen de uiteindelijke stadia. Gerichte leegheid is uiterst geconcentreerd, bewust en helemaal aanwezig.

Als je je op de innerlijke wereld richt met afsluiting van je buitenwereld, creëer je niet alleen een splitsing, maar ook een situatie waarin je het doel van je incarnatie verzaakt. Hoe kun je je taak vervullen ‑ wat die ook moge zijn ‑ als je daarvoor niet je buitenwereld gebruikt? Je zou hier niet zijn geko­men als het voor jou niet noodzakelijk was geweest. Daarom moet je de wereld ook gebruiken en steeds weer de uiterlijke en de innerlijke om­standigheden in een zinvolle relatie met elkaar brengen. Dat te doen leer je op dit pad. Al je uiterlijke ervaringen hangen samen met jouw persoonlijk­heid, met verschillende niveaus van jezelf. Je innerlijke wezen creëert steeds je uiterlijke omstandigheden ‑ een waarheid die je op dit pad al gauw leert zien. Als het in verband brengen van het uiterlijke met het innerlijke niet je voortdurende wijze van leven is, moet dat gebrek aan evenwicht wel ongunstige omstandigheden scheppen. Je ziet in jullie wereld soms hoe iemand die uiterlijk heel veel goeds doet, net zo gemakke­lijk van zijn weg afraakt als iemand die nooit aan anderen denkt. Misschien nog wel gemakkelijker omdat de laatstgenoemde meer in evenwicht is. De uiterlijke goede bedoelingen en goede werken moeten een innerlijke ge­richtheid hebben om niet tot een verwarrende en een gevaarlijke splitsing te leiden.

Gerichte leegheid brengt je uiteindelijk tot het eeuwige licht. Misschien kunnen we bepaalde fundamentele stadia aangeven, zelfs al is dat een wat al te eenvoudige voorstelling van zaken. In werkelijkheid overlappen die fases elkaar vaak en komen ze ook niet zo keurig na elkaar als hier voor de duidelijkheid is aangegeven.

1. Je ervaart de luidruchtigheid en de bezigheid van je geest.

2. Als je erin slaagt dat lawaai tot zwijgen te brengen, kom je in leegheid, in niets.

3. Je gaat meer van jezelf zien; verbanden tussen sommige aspecten van jezelf en uiterlijke ervaringen worden duidelijk. Er groeit een nieuw begrip en daarmee komen tot dan toe onontdekte lagen van het lagere zelf aan het licht. Deze fase is in feite een straal van goddelijk licht, van goddelijke leiding en niet alleen een ervaren van het lagere zelf. Herken­ning van het lagere zelf is altijd een teken dat je door het hogere zelf wordt geleid.

4. Berichten van het hogere zelf komen direct door, of zoals jullie het noemen: je kanaal gaat open. Je krijgt raad, aanmoediging, woorden die bedoeld zijn om je moed en vertrouwen te geven. In deze fase werkt de goddelijke leiding nog voornamelijk door je geest. Het is niet noodza­kelijk een totale emotionele en spirituele ervaring. Je kunt er opgewon­den van raken en blij mee zijn, maar deze reactie is het resultaat van de kennis die je geest heeft opgedaan en overtuigend heeft gevonden.

5.In deze fase vindt een directe, totale, spirituele en emotionele ervaring plaats. Je hele wezen wordt vervuld van de heilige geest. Je weet, niet indirect door je geest, maar direct door je hele wezen. Weten door de geest is eigenlijk altijd een indirect gebeuren. Het is een afgeleid weten. Mensen hebben de geest nodig als instrument om te functioneren op dit niveau van bewustzijn. Direct weten is anders.


Deze laatstgenoemde fase kent zelf weer veel onderverdelingen. Er zijn veel, nee, oneindig veel mogelijkheden om de echte wereld te ervaren. Een ervan is het totale weten, dat elke vezel van je wezen beroert en waarbij elk niveau van je bewustzijn betrokken is. Je kunt de echte wereld ook ervaren door visioenen van andere dimensies, maar dergelijke visioenen zijn nooit alleen maar dingen die je ziet. Ze zijn altijd een totale ervaring van de gehele persoon. Anders dan in jullie versplinterde wereld is in de echte wereld elke zintuiglijke waarneming totaal. Zien is niet alleen maar zien, het is tegelijk horen, proeven, voelen, ruiken ‑ en vele andere manieren van waarnemen, waarvan je op jullie niveau van zijn niets weet. In deze vijfde fase gaan zien, horen, waarnemen, voelen, weten altijd samen. Zij hebben elke mogelijkheid in zich die God heeft geschapen. En de rijkdom, de verscheidenheid, de onbegrensdheid van die mogelijkheden kun je je ternauwernood voorstellen.

Gerichte leegheid is de ideale zijnstoestand om van de heilige geest ver­vuld te worden. De heilige geest is de hele wereld van God in al zijn pracht, in zijn onbeschrijflijke heerlijkheid. De rijkdom ervan kan in de menselijke taal niet worden uitgedrukt. Op geen enkele manier kan beschreven worden wat er ontstaat als angst, twijfel, wantrouwen ‑ en daardoor lijden, dood en al het kwaad – zijn overwonnen. Gerichte leegheid is daarom niets anders dan een drempel naar een volheid die alleen in de geesteswereld bestaat.

Het werken aan gerichte leegheid moet nooit ondernomen worden met verwachtingen van een onmiddellijk resultaat. In feite is het noodzakelijk om geen enkele verwachting te hebben: verwachtingen vormen een span­ning en spanning voorkomt de noodzakelijke staat van algehele innerlijke en uiterlijke ontspanning. Verwachtingen zijn ook niet reëel want het kan vele incarnaties van ontwikkeling vergen voor iemand ook maar in de buurt van deze ervaringen komt. Verwachtingen, welke dan ook, zullen teleurstellingen opleveren die op hun beurt een kettingreactie van nog meer negatieve gevoelens zoals twijfel, angst en ontmoe­diging op gang brengen. Ik praat hier nu over omdat ik jullie wil voorbereiden op een be­langrijke verruiming in je mediteren. Ik heb dit in het verleden al eens besproken in verband met de verschillende manieren van meditatie, vooral met betrekking tot naar binnen gaan en naar buiten gaan. Veel van jullie meditaties zijn gericht op het naar binnen gaan en dat moet ook zo blijven. Het is een schoonmaken van de geest en dient om de geest te vormen tot een constructief stuk gereedschap. Dan wordt het gereedschap een creatief werktuig.

Het aspect van het naar buiten gaan begint zich tot op zekere hoogte al bij degenen van wie het kanaal open is te manifesteren, al is het maar af en toe. Maar je moet weten dat er verdere stappen zijn, verdere fases en mogelijkheden en die dien je aan te gaan met geduld, ontzag en nederig­heid. Je moet begrijpen dat deze ervaringen enorme innerlijke ruimtes openen waarin tal van werelden, tal van gebieden, tal van sferen bestaan, eindeloze vlaktes, bergen, zeeën van onbeschrijflijke schoonheid. Je moet weten dat die innerlijke ruimtes geen abstracties zijn of symbolische uitdrukkingen. Ze zijn veel echter en toegankelijker dan je uiterlijke, vorm gegeven wereld waarvan je gelooft dat die de enige werkelijkheid is. Inner­lijke ruimte kent andere maatstaven, een andere verhouding tijd/ruimte/­beweging. Zelfs een vaag, wazig idee van dit concept zal je opvattingen veranderen en een nieuwe benadering van je verdere werk op dit pad creëren.

Op gerichte leegheid hoef je niet uren te oefenen; dat is niet de bedoeling. Maar je kunt het iedere keer proberen als je bidt en mediteert, als je met je geest tot je zielssubstantie doordringt en die met goddelijke doel­bewustheid richt.

Je allereerste doel is nog steeds zelfstandigheid, in de volle betekenis van dat woord. Als groep hebben jullie vooruitgang geboekt maar er moet nog steeds veel gebeuren. Alles hangt af van dit eerste vereiste. Het gaat om je vermogen jezelf te respecteren en je kwaliteiten te ont­dekken, je vermo­gen om lief te hebben en de vervulling te vinden waar je zo naar hunkert, je vervulling van je spirituele taak waarvoor je op deze aarde bent gekomen, je ervaring van de levende God in en om je, je vermo­gen om net zo goed een ware leider als een bereidwillige volgeling te zijn en ‑ zeker niet in het minst ‑ je vermogen om het denken los te laten en de innerlijke ruimte te vinden die je ware thuis is, de enige plek waar je tot eeuwig leven kunt komen en waar zo alle angsten voor altijd van je worden weggenomen. Je kunt je niet overgeven aan de wil van God als je jezelf niet bezit. En je kunt jezelf niet echt vinden en jezelf niet echt zijn als je je niet onvoor­waardelijk aan Hem overgeeft.

Omdat dit zo'n fundamentele noodzakelijkheid is, moeten we hieraan nog weer wat tijd besteden hoewel ik er in het verleden al veel over heb ver­teld. Maar hier en daar zie ik nog zoveel weerstand als het erom gaat die uiterst belangrijke staat van zelfstandigheid te bereiken. Jullie hunkeren nog steeds naar een autoriteit die het van je overneemt wanneer het leven te onzeker wordt, wanneer je onvermijdelijke fouten je dwingen de prijs ervoor te betalen, wanneer je onvermijdelijke onvolkomenheden situaties scheppen die je nodig hebt om op alle niveaus te ervaren, te onderzoeken en tot volledig begrip te komen. Jullie hunkeren nog steeds naar het ‘volmaakte leven’ waarin niets van dat alles nodig is. Jullie maken jezelf nog steeds wijs dat het mogelijk is fouten te voorkomen en niet de prijs daarvoor te moeten betalen. Die illusie is gevaarlijk, vooral omdat deze zo subtiel is en zo gemakkelijk vergoelijkt en ontkend kan worden. Wat uit dit zelfbedrog voortkomt, kan verstandelijk worden beredeneerd ‑ en dus ontkend.

 

Telkens wanneer je onzeker bent en in verwarring over jezelf, je omgeving en de gebeurtenissen om je heen verkeert, zie dat dan als een teken dat je nog steeds aan dit zelfbedrog lijdt en zo je groei naar volledige zelfstandigheid doelbewust uit de weg gaat. Wanneer je tegen autoriteit rebelleert, zie dat dan als een zeker teken dat je nog steeds naar de juiste ‘autoriteit’, de supermens hunkert die de wisselvalligheden van het leven van je overneemt en je zo tegen het ervaren van je werkelijke wezen beschermt.

Wanneer je zelfstandig bent, is er geen reden om te rebelleren tegen auto­riteit. Daar is geen verwarring. Daar bestaat een helder inzicht in wat waar is en wat onjuist is, en daardoor kan er overeenstemming zijn of verschil van mening zonder rebellie of angstige onderwerping. De weg naar die helderheid en het vermogen om onderscheid te maken is de bereidheid om te zoeken, te bevragen, te onderzoeken, open te staan. Zo'n gedragslijn vraagt bij elke speci­fieke kwestie in je leven eerder geduld dan snelle kant-en-klare antwoorden. Maar een kinderlijk afhankelijk iemand veraf­schuwt de weg van geduldig onderzoek want dat betekent werken. Een kinderlijk, afhankelijk iemand wil snelle, gemakkelijke antwoorden en is dus geneigd tot voorbarige conclusies. Als er angst voor fouten bestaat, kan zo iemand het zich niet veroorloven dat die snelle conclusies ter discussie gesteld worden, en dan blokkeert vaak een starre koppigheid de weg naar helderheid en waarheid. Daar komt verwarring uit voort die weer de daarmee samenhangende verwarrende ervaringen veroorzaakt. Als het je ontbreekt aan inzicht omtrent hoe je deze ervaringen zelf hebt veroorzaakt, dan lijkt het leven te moeilijk en oneerlijk en eis je een volmaakte autoriteit die de zaken recht zet.

Hoe feller je verklaringen dat je onafhankelijk wilt zijn, des te verdachter ze zijn. Hoe meer je zo nodig moet bewijzen dat je een vrij mens bent, niet beïnvloed of beïnvloedbaar, des te waarschijnlijker is het dat je echte autoriteit verafschuwt en dat je niet de volledige verantwoordelijkheid voor je leven, je ervaringen, je beslissingen wenst te nemen. Hoe groter de rebellie is tegen de autoriteitsfiguren in je leven die je ervan beschuldigt dat ze jou je zelfstandigheid onthouden, des te meer je ze heimelijk haat omdat ze niet aan jouw eisen beantwoorden.

Wat zijn nu precies die eisen? Die zijn, zoals ik al zei, dat jij wordt behoed voor het maken van fouten, voor het moeten betalen van welke prijs dan ook en voor het ondergaan van welk gevolg dan ook van je fouten, ver­draaiingen, negatieve intenties of onverstandige beslis­singen. Je wilt een onfeilbare sleutel krijgen waarmee je dit soort toverkunst kunt uitoefenen terwijl je toch ‘vrij’ blijft. Die ‘vrijheid’ betekent dat je kunt doen wat je maar wilt of dat nu wenselijk is voor je echte zelf en voor anderen of niet. Je wilt geen enkele frustratie ondergaan en je wilt je niet onderwerpen aan welke noodzakelijke discipline dan ook. Als dat toch onbereikbaar blijft, haat je autoriteits­figuren en geef je hen de schuld waarbij je ze vaak beschuldigt van precies het tegenovergestelde van wat je echt van ze verwacht: je beschuldigt ze er namelijk van dat ze inbreuk plegen op je vrijheid als er beperkingen worden gesteld. Je weigert te zien dat deze beperkingen de beperkingen zijn van de werkelijkheid, van de levens­wetten, en je schept misschien onbewust maar wel opzettelijk een bepaalde verwarring waaruit die beperkingen en grenzen verdraaid worden alsof ze een vorm van slavernij inhouden.

Ik vraag jullie allemaal om dit aspect in jezelf te onderzoeken. Kijk of je erachter kunt komen in welke mate het er nog is in jou. En stel jezelf een paar diepgaande vragen. Ben je echt bereid volledige verantwoordelijkheid voor jezelf te nemen, met alles wat dat inhoudt? En heb je je echt verzoend met het feit dat je nog steeds niet volmaakt bent, dat je niet in staat bent géén fouten te maken? Ben je echt bereid de prijs daarvoor te betalen? Hoe meer je daartoe bereid bent, des te lager zal die prijs zijn. Die prijs zal een stap naar een nieuw niveau, een drempel, een noodzakelijke les blijken te zijn.

De kracht om dit aan te gaan, kan alleen maar komen als je je aan de wil van God overgeeft. Alleen dan kun je werkelijk midden in het leven staan zoals het zich om je heen ontplooit, nooit ervan wegvluchtend, het nooit ontkennend, nooit spiritualiteit gebruikend als een middel om eraan te ontkomen.

Alle dualistische verwarringen zullen verdwijnen als je overgave aan God zuiver is en als je aan je bereidheid om je onafhankelijke zelf te zijn vasthoudt. Je zult dan niet langer in verwarring zijn over individualiteit tegenover gemeenschap en maatschappij, over overgave tegenover zelfstandigheid en echte onafhankelijkheid. Ware zelfstan­dig­heid schept een sociaal wezen dat niet met zijn omgeving overhoop ligt. Integendeel, zo iemand is innig met anderen verbonden en helpt en steunt ze voortdurend. De werkelijk zelfstandige mens kan zowel een sterke leider als een bereidwillige volgeling zijn, omdat zijn inzicht helder is en zijn zelfstandigheid midden in de goddelijke werkelijkheid staat.

Als je nog eens iedere lezing die ik jullie tot nu toe dit seizoen heb gegeven doorneemt, zul je iets van een andere dimensie ontdekken, die ik nog niet eerder heb aangeroerd. Ik heb nieuwe perspectieven voor jullie geopend, zelfs al zijn jullie misschien nog niet in staat directe stappen te zetten om die toestanden/staten te bereiken. Maar het weten dat zij werkelijk bestaan is voor jullie in dit stadium belangrijk. Wat jullie er nog het meest van weerhoudt om door die deuren heen te gaan is juist het probleem dat je nog steeds de volledige eigen verantwoordelijk­heid, de autonomie, het voor je zelf staan ontloopt. Je vrijheid hangt daar direct van af. Je vermogen om vanuit kracht en niet vanuit zwakheid los te laten hangt daar van af.

Autonomie ‑ of het gebrek eraan ‑ is natuurlijk altijd een kwestie van gra­datie. Velen van jullie zijn uitstekend in staat zich in het leven staande te houden voor wat betreft het verdienen van de kost. Je doet dit misschien wel op een gezonde en productieve manier waardoor je er ook meestal van geniet. Op dit gebied ben je misschien ook realistisch en accepteer je dat er altijd wel moeilijke of saaie kanten aan zitten of dingen waarvoor je moet vechten. Ook zul je in die moeilijke tijden het beste geven van wat je te bieden hebt en over het algemeen geef je jezelf in je werk. Daarom heb je ook succes en daarom hou je ook van je werk. Maar er zijn misschien andere gebieden, subtieler, minder opvallend waar je nog steeds afhankelijk en niet je zelf wilt zijn. Het is aan jou om die gebieden te onderzoeken, te doorgronden. Het teken dat daar nog iets ligt, is hoe je gevoelens tegenover autoriteitsfiguren in je leven zijn: in hoeverre ben je in staat onder­scheid te maken tussen mensen die je kunt vertrouwen en mensen die niet te vertrouwen zijn? Naar wie gaan jouw gevoelens? Vaak kunnen je gevoe­lens uitgaan naar juist diegenen die niet te vertrouwen zijn terwijl je vol wantrouwen kijkt naar hen die je in je zelfstandigheid aanmoedigen en je vertrouwen verdienen.

Als je jezelf niet kunt vertrouwen, kun je ook nooit weten wie je vertrou­wen waard is. En natuurlijk kun je jezelf niet vertrouwen als je niet weet welk deel van jezelf te vertrouwen is. Maar al te vaak wil je juist het stuk in je dat het meest kinderlijk, vernietigend en kortzichtig is als het auto­nome zelf zien. Je wilt geloven dat wat als de weg van de minste weerstand voelt, dat wat op dit moment als het plezierigste aanvoelt hetzelfde is als zelfstandigheid. Soms kan dat zo zijn, maar beslist niet altijd. Je kunt jezelf alleen maar vertrouwen als je geleerd hebt naar die echte inner­lijke autoriteit te luisteren die nee kan zeggen tegen een tijdelijk plezier omdat dit zich op den duur tegen je keert.

Deze echte volwassenheid, gezondheid en eigenheid is een eerste vereiste voor een gezond, volledig geleefd en voldoening schenkend leven. Het vormt de funde­ring voor spirituele zelfverwezenlijking. Zonder dat moet spiritualiteit vroeg of laat wel misvormd worden, hoe goed de bedoelingen van iemand in het begin mis­schien ook waren. Anderzijds kun je deze staat van gezondheid en zelfstan­digheid niet bereiken met uitsluitend psychologische middelen. Jullie psychologen hebben het juiste idee voor ogen en in de benadering van hun patiënten streven ze ook naar dit doel. Maar dat doel zal altijd onbereikbaar en een mooie theorie blijven tenzij je leert dat er verschillende innerlijke stemmen zijn waarnaar je kunt luisteren, tenzij je keuzes maakt voor wat betreft de stem die te vertrouwen is en die afgewezen dient te worden, tenzij die stemmen grondig worden onderzocht. In feite is de stem van het hogere zelf in het begin vaak het zwakst en moet er aandachtig naar worden geluisterd, aandachtiger dan naar het luidruchtige geschreeuw van het deel van je dat geen enkele frustratie wenst toe te laten, nooit.

Het moet jullie duidelijk worden, lieve vrienden, dat alleen een gemeenschap die uit autonome, zelfstandige mensen bestaat op zich als groepsentiteit auto­noom, veilig en creatief is. In de nieuwe tijd neigt alles in die richting. Jullie hele maatschappij kan worden omgevormd naarmate er steeds meer individuen zijn die zich op deze manier ontwikkelen en emotionele en spirituele vol­wassenheid bereiken. Als de hele maatschappij waarden vertegenwoordigt die deze staat van zijn uitdrukken, tenminste als dat de algehele houding is, dan zullen zelfs zij die uit de laagste sferen komen met vernietigende bedoelingen en /of spirituele onwetendheid, niet in staat zijn om verwoes­tend rond te gaan op jullie aarde. Hun invloed zal als sneeuw voor de zon verdwijnen. Dat is nu niet het geval omdat teveel individuen hunkeren naar autoriteitsfiguren die alles toestaan en niets verbieden, die beloven dat ze alle moeilijkheden van het leven weg zullen nemen.

Een diep, intens en werkelijk contact met Christus is op uitgebreide schaal alleen mogelijk als er ware autonomie, ware zelfstandigheid in de menselijke persoonlijkheid bestaat. Anders is de weg geblokkeerd, is de ervaring niet toegankelijk, zijn de stemmen verwarrend. Algehele overgave aan God wordt verwarrend. Het verlangen tot overgave aan de valse autoriteit, die alles toestaat en geen grenzen stelt aan de weg van de minste weerstand, die nooit enige frustratie oplegt, die dit soort utopie biedt, roept ook in hen die op de een of andere manier in hun innerlijke wezen de gevaren van zo'n overgave kennen een innerlijke angst op. De zwakkeren zullen zich zoals de Bijbel zegt door de valse profeten laten leiden,. De iets sterkeren die nog gedeeltelijk in deze onvolmaakte staat verkeren maar gedeeltelijk al naar echte zelfstan­digheid streven, zijn bang voor overgave in welke vorm dan ook. Waar zij echt bang voor zijn en wat zij wantrouwen is hun eigen verlangen naar een valse profeet die belooft wat hij nooit zou mogen beloven. Die beloftes hoeven niet met zoveel woorden te zijn gedaan maar ze zijn impliciet in hun boodschappen vervat en bereiken het bewustzijn van hen die het meest kwetsbaar zijn vanwege hun onwil om de verantwoordelijkheid voor hun eigen leven op zich te nemen.

Dus ongeacht hoezeer je misschien ook bereid bent om je aan de wil van God en daarmee aan zijn leiding in welke vorm dan ook over te geven, de weerstand daartegen kan niet worden overwonnen tenzij je op alle gebieden van je wezen tot volledige zelfstandigheid komt.

Vanuit het evolutionaire gezichtspunt kan de geest de materie in die mate doordringen waarin er spirituele waarheid, spirituele wet, spirituele gezondheid is. En de eigen verantwoordelijkheid van het individu is daartoe juist de sleutel. Als het zelf sterker wordt, kan steeds meer leven in materie door­dringen, kan steeds meer geest in de stof worden geboren. Je zult dus zien dat naarmate je door een groter wordende individualiteit qua postuur groeit, meer van je werkelijke wezen in je fysieke manifestatie wordt geboren. Er kunnen meer talenten bovenkomen, talenten waarvan je het bestaan tot dan toe nooit had geweten. Opeens is er een nieuwe wijsheid, een nieuw begrip en een nieuw vermogen tot voelen en liefhebben: een tot dan toe ongevoelde kracht ontvouwt zich vanuit jou. Dat alles is de echte jij die leeft in de innerlijke ruimte ‑ de echte wereld. Als je ruimte maakt voor die aspecten, zullen zij de materie tot leven brengen en zul jij je aandeel in het evolutieplan vervullen. Deze aspecten komen niet van buitenaf, ze worden niet aan je toegevoegd. Ze zijn een gevolg van het feit dat je uiterlijke, zichtbare wezen ruimte maakt voor het innerlijke, nu nog niet zichtbare wezen. Dit gebeurt door het groeiproces, je harde werken op dit pad. En vanaf een bepaald punt in je ontwikkeling kun je dit verder helpen door je op de inner­lijke leegte te richten totdat je ontdekt dat die leegte een illusie is. Het is zo’n volheid, zo’n rijke, glorievolle wereld dat je alles wat je nodig hebt uit deze innerlijke bron ontvangt; en daarna kun je het ook omzetten in uiterlijke ervaringen.

Christus is door de eeuwen heen in vele vormen, vele keren als een andere verlichte persoon gekomen. Maar nooit is hij zo volledig en in vrijheid gekomen als in Jezus. Je kunt zien dat het ook hier gaat om de mate waarin de geest in de materie kan doorstromen, hoe vrij van ob­stakels materie is geworden zodat het maximum aan geest, aan leven, aan bewustzijn zich als materie kan laten zien. In de evolutie zal het tijdstip komen waarop de sfeer waarin je nu verkeert, zich zozeer overgeeft dat materie geheel vergeestelijkt zal zijn. Materie zal dan niet langer een blok­kade voor de geest zijn. De leegte zal gevuld zijn met leven.

Door die lege ruimte zonder angst te benaderen verwijder je ook al een blokkade voor leven. Je richten op de innerlijke ruimte betekent allereerst het onder ogen zien van wat leegheid lijkt. Door die leegte heen bereik je de volheid van geest, de totaliteit van leven in zijn zuivere, onbelemmerde vorm. In deze levenssubstantie zitten alle mogelijkheden om je uit te drukken, je te laten zien. De vreugde die het ervaren van deze werkelijkheid je schenkt, is groter dan welke andere ook. In deze vreugde voel je je verbondenheid met de schepper, daar waar jij en Hij werkelijk één zijn.

Zo zie je, vrienden, dat niets in je persoonlijkheid, geen enkel aspect in termen van schepping en evolutie onbe­langrijk is. Zoiets als een ‘uitsluitend psychologisch aspect’ bestaat gewoonweg niet. Elke houding, elke manier van denken, voelen, zijn en reageren slaat direct op jouw deelhebben aan het grotere plan. Door dit te weten zul je het misschien weer gemakke­lijker vinden om een grotere waarde aan je leven, je padwerk, je inspanningen toe te kennen. Je zult nogmaals leren om een volkomen willekeurige split­sing - tussen spirituele en wereldlijke aangelegenheden - te helen.

Maak ruimte voor het onbelemmerde leven, voor de ongehinderde geest! Laat deze elk deel van je wezen vullen zodat je eindelijk zult weten wie je echt bent. Jullie, mijn meest dierbare vrienden, zijn allen gezegend.”

Deze lezing werd gegeven via Eva Pierrakos in 1978.

Oorspronkelijk uitgegeven door Center for the Living Force, Phoenicia (N.Y.) onder de titel: ‘Inner Space, Focused Emptiness’.

Laatste herziening van de Nederlandse vertaling in 2018.

© Stichting Padwerk Nederland, uitgave 2018.


 

creative commons logo