Lezing van de maand

Lezing 119: De drie-eenheid van het leven: beweging, bewustzijn en ervaren - het genotprincipe als essentie van het leven

15 november 1963

lezing 119

 

"Gegroet dierbare vrienden, God zegene jullie allemaal. Gezegend zij dit pad van zelfverwerkelijking en zelfontplooiing.

Al mijn vrienden die in ernst moeite doen om de aangeboren weerstand tegen het onder ogen zien en veranderen van wat niet realistisch en daarom afbre­kend is te overwinnen, beginnen de vruchten van dit streven te plukken. Ze merken dit door een toenemend bewustzijn van zichzelf, een toenemend vrijkomen van levenskracht en levensenergie.

In de lezing van vanavond komen verschillende punten aan de orde waarover we in het verleden al hebben gesproken. Allerlei aspecten hebben we afzonderlijk bekeken en dat moest ook wel omdat het innerlijk begrip voor het zien van verbanden toen bij jullie nog niet aanwezig was, maar nogmaals ik zal nu proberen deze aspecten te verbinden. De algemene vooruitgang van deze groep maakt het mij mogelijk nu dieper te gaan. En zoals jullie weten, op het diepste niveau verenigen zich alle kosmische en menselijke aspecten.

Een hele tijd geleden gaf ik een lezing over de Levenskracht.1 Laten we daar nu met jullie nieuw verworven inzicht nog eens naar kijken. De levenskracht is een vrijuit vloeiende energiestroom die in het hele universum aanwezig is. Steeds waar een organisatie aan bepaalde wezenlijke voorwaarden voldoet, stemt ze af op de levenskracht die haar dan doordringt en weer nieuw leven geeft. Het leeft. Er ontstaat een levend organisme.

We hebben definities van wat leven is vanuit verschillende standpunten besproken. Laten we het nu heel eenvoudig houden. Er zijn drie wezenlijke elementen die het leven bepalen. Dit zijn: beweging, bewustzijn en ervaring. Zoals jullie bij een aantal vroeger behandelde onderwerpen maar ook bij andere waarnemingen misschien wel hebben opgemerkt, kennen de spirituele facetten van het leven veel triades. Iedere triade vormt een geheel. Eén aspect van de triade brengt de twee andere in harmonie. Als een levend organisme overwegend in harmonie is, smelt de derde factor met de andere twee samen en brengt het geheel in evenwicht en harmonie. Is een levend organisme niet in harmonie met de universele wetten, dan raken de drie factoren met elkaar in tegen­spraak en in plaats van een harmonisch geheel te worden, werken ze elkaar tegen. Zo is het ook met deze triade.

Laten we meer in detail naar de betekenis van elk van deze drie aspecten kijken.

1. Zonder beweging bestaat er geen leven. Al wat leeft moet in beweging zijn; als er geen beweging meer is, is dat omdat er geen leven meer is. Het hele universum is in beweging omdat het levend is. Dit slaat niet alleen op het universum zelf maar op ieder deeltje van de menselijke entiteit. Op fysiek niveau is dat gemakkelijk waar te nemen. Spieren die niet worden gebruikt verschrompelen. Een deel van het fysieke lichaam verliest leven. Op het mentale of intellectuele niveau kun je het ook makkelijk waarnemen. Wie zijn hersens niet oefent in het denken, in het bewegen, verliest het vermogen om te denken. Het verstand stagneert, wordt levenloos. Het verschrompelt net als de spieren van je lichaam wanneer je je lichaam niet beweegt. Denken is beweging.

Op emotioneel niveau is het over het algemeen moeilijker waar te nemen tenzij je op een pad van zelfonderzoek bent. Mijn vrienden worden zich bewust van de innerlijke situatie van hun emotionele leven en daaraan kunnen ze zien hoe onderdrukking rigiditeit creëert. En rigiditeit is het tegenovergestelde van leven, dat altijd flexibel, altijd in beweging is. Gevoelens zijn beweging. Als gevoelens worden belem­merd of zo gemanipuleerd dat ze niet volgens hun eigen harmonische wet kunnen functioneren, gaan ze dood. Wil een persoonlijkheid ten volle leven en in harmonie functioneren, dan moeten dus alle niveaus van de persoonlijkheid op een natuurlijke, organische manier in beweging blijven. Je kunt het stellen als een axioma: groei is beweging, zonder beweging is er geen leven.

Beweging heeft ook de hoedanigheid van uitreiken. Beweging omvat de elementen relatie, communicatie, liefde en begrip. In beweging reik je uit naar een ander wezen. Verbintenis is ondenkbaar zonder bewe­ging want voor verbondenheid moet je altijd buiten je eigen grenzen uitreiken.

2. Het tweede element is bewustzijn. Dat is al zo uitgebreid besproken dat er nu niet veel over gezegd hoeft te worden. Het is overduidelijk: in de mate waarin een entiteit bewust is, in die mate is zij levend. Er zijn veel gradaties van bewustzijn. De mens is het eerste schepsel in de oplopende schaal die in alle uiteenlopende gradaties zelfbewustzijn en besef van zichzelf heeft. Mensen als jullie, vrienden, die een pad van toenemend zelfbewustzijn volgen, verhogen hun bewustzijnsniveau op de snelst mogelijke manier. Groeiend bewustzijn van jezelf doet noodzakelijkerwijze je bewustzijn van anderen, van het universum, van het leven als geheel toenemen. Bewustzijn bepaalt de mate en de richting van de beweging en reguleert de beweging overeenkomstig de opvattingen van de werkelijk­heid. Beweging zonder bewustzijn is gedoemd om zichzelf in de verkeerde kanalen te verliezen. De beweging kan te extreem of te eenzijdig zijn of je doen vastlopen in apathie en stagnatie.

Op dit pad ontdek je vaak hoe je emotionele leven stagneert of onbeheerst verloopt. Je bewustzijn reguleer dit geleidelijk aan en brengt harmonie in je organisme. Vaak wordt zowel de fysieke als de mentale beweging verwaarloosd. Maar nog vaker is het de emotionele beweging die het meest te lijden heeft. Vaak is gebrek aan fysieke en mentale activiteit te wijten aan vastzittende emoties.

Verruimen van het bewustzijn houdt beweging in, de inspanning of activiteit van zo'n poging is beweging. Anderzijds belemmert beweging zonder bewustzijn – in de mate waarin de persoon hiertoe het vermogen heeft - een harmonisch bewegen op alle niveaus van de persoonlijkheid. Wanneer bijvoorbeeld je beweging en bewustzijn in kanalen worden geleid die zich uitsluitend met uiterlijke zaken bezig houden, of wanneer je je zelfkennis verwaarloost, dan kan er geen integratie op alle niveaus van je wezen plaatsvinden. Lichaam en geest kunnen zich dan wel ontwikkelen maar als ook het emotionele niveau niet van beweging en bewustzijn wordt doordrongen, lijdt de spirituele entiteit. Emoties waar je blind voor bent, waarvan je je niet bewust bent, zijn een gevolg van een gebrek aan bewustzijn op het emotionele vlak. Als de beweging van zoeken, denken, onderscheiden, beoordelen niet op die verborgen gebieden wordt gericht, dan is de beweging van de emoties uit balans. Deels werken ze dan blindelings in het wilde weg (bijvoorbeeld onbeheersbare vijandigheid), en deels verlammen ze de beste mogelijkheden van het gevoelslichaam.

3. Ervaring is het derde element. Hoe intenser de ervaring is, des te har­monischer de wisselwerking tussen beweging en bewustzijn zal zijn. Oppervlakkigheid is gebrek aan ervaring. Wanneer het gevoels­lichaam wordt verlamd, heeft het vermogen tot ervaren daaronder te lijden. Of wanneer gevoelens vervormd, eenzijdig of negatief zijn, dan komt dat door misvattingen, door verkeerde interpretaties van de werke­lijkheid. Kortom, dat wijst op verkeerd bewustzijn, op gebrek aan begrip of onvoldoende bewustzijn. Het vermogen om de waarde van een ervaring vast te stellen bepaalt of je er een maximum aan plezier en een minimum aan pijn aan beleeft. Voor het eerste moeten de gevoelens in beweging zijn, voor het laatste moet het bewustzijn functio­neren. Zo zie je dat ervaring de derde regulerende factor in deze triade is.

Hoe hoger de algehele ontwikkeling van een entiteit, des te groter het geluk, des te intenser de ervaringen van plezier en des te minder pijn en lijden. Dit is te danken aan zuiver evalueren, aan realistisch waarnemen en aan een vrij vloeiende beweging, niet gehinderd door angsten, remmingen en verlamming. Kortom, deze uiterste geluksbeleving is het resultaat van een harmonisch samengaan van beweging, bewustzijn en ervaring.

In de ervaring ligt het beginsel van plezier, van genot besloten. De levens­kracht omvat de mogelijkheid tot het uiterste geluk. Het is het aangeboren verlangen van de mens om deel aan deze ervaring te hebben, wat mogelijk wordt wanneer zijn hele organisme in harmonie met de werkelijkheid is, wanneer hij niet langer uit wanbegrip en verkeerde ideeën tegen die werkelijkheid vecht.

Wanneer de diepste lagen van de psyche worden bereikt, wordt het duide­lijk dat de ruwe, primitieve driften zich alleen maar druk maken over het ervaren van plezier. Achter de bovenliggende structuur van morele nor­men, wetten en regels ligt het hunkeren naar het hoogste genot - tot iedere prijs, ongeacht de gevolgen. In een onrijp schepsel wil het lustprincipe regeren, maar gebrek aan bewustzijn schept een discrepan­tie tussen het vermogen om te genieten en de omgeving. Vandaar dat veelvuldig de situatie ontstaat dat intellectuele volwassen­heid het genieten in de weg staat want het genieten wordt onderdrukt omdat het bewustzijn niet tot deze niveaus doordringt. Daardoor kan het vermogen om genot te ervaren niet groeien. Het blijft kinderlijk en egocentrisch. Als het wel aan de dag treedt, is het duidelijk destructief. Ligt er een verbod op de uiting ervan, dan wordt toch de destructiviteit die er eigen aan is niet uitgebannen want die woekert - in toom gehouden – ondergronds door zodat echte vervulling niet kan worden beleefd. Dit gebeurt omdat het bewustzijn die verbor­gen lagen niet bereikt. De beweging wordt onder controle gehouden waardoor het vermogen om van het leven te genieten zich niet kan ontplooien. Op die manier worden de vermogens waarmee de mens is toegerust om volop van het leven te genieten, tegengewerkt.

De mens is voorbestemd om in de hoogste mate genot te ervaren maar zolang dit ten koste van hemzelf of anderen gaat, kan er geen harmonische balans tussen deze drie levenselementen tot stand komen en daardoor ook niet in de persoonlijkheid. Zichzelf schade toebrengen komt voort uit ongerechtvaardigde schuldgevoelens en dit doet op den duur ook altijd anderen schade.

Een van de schadelijkste factoren in de algemene ontwikkeling van de gehele menselijke persoonlijkheid is de invloed van diep ingewortelde vooroordelen, van vooringenomen ideeën, misvattingen. Deze wereld is zo vol van algemeen geaccepteerde "feiten", dat zelfs de meest verlichte en onafhankelijke geesten blindelings bepaalde aannames accepteren. Ze gaan er niet fris en nieuw tegenover staan met de vraag: waarom zijn de dingen zoals wij veronderstellen dat ze zijn? Waaróm denken we dat bepaalde dingen goed en juist zijn en andere verkeerd en slecht? Het idee dat het slecht is wanneer de mens zijn vermogen tot het ervaren van universeel geluk vrij ontwikkelt, verbindt zich met zijn persoonlijke angsten en negatieve ervaringen en zo komt het dat de persoonlijkheid heel wat incarnaties kreupel kan blijven tot hij de moed heeft zichzelf te bevrijden. Bang voor zijn instinctieve neigingen die afkeuring ontmoeten, zich erover schamend, kan hij ze onmogelijk in zich laten rijpen waardoor hij zou kunnen uitreiken en ze integreren. Als gevolg daarvan ontwikkelen vele mensen zich eenzijdig. Hoe meer deze eenzijdige ontwikkeling wordt aangemoedigd en toeneemt terwijl andere kanten van de persoonlijkheid onaangeroerd blijven, des te ernstiger de crises en de conflicten die de persoonlijkheid op een gegeven moment zal ervaren.

Maatschappelijke taboes betreffende de erotische en seksuele krachten die in de levenskracht liggen besloten, hebben tot gevolg gehad dat de mens vergeleken met zijn vermogen om lief te hebben zich intellec­tueel en technisch bovenmatig heeft ontwikkeld. Want de liefdeskracht kan niet groeien als hij willekeurig van erotische en seksuele krachten wordt gescheiden. Tezamen vormen ze één stroom. Als de mens met zijn bewustzijn vol vrees iedere gevoelsstroom in de gaten houdt terwijl hij angstig uit deze levensstroom alles wegsnijdt waarvan hij denkt dat het slecht is, dan moet zijn gehele vermogen tot liefhebben daar wel onder lijden. Dit slaat niet alleen op liefde tussen de seksen maar op liefde op ieder menselijk vlak. De grote spirituele liefdes­kracht kent dergelijke verdelingen niet en die liefdes­kracht laten groeien is onmogelijk als er alsmaar een waakzaam oog op wordt gehouden om het zogenaamd slechte eruit te trekken. Dat is net zoiets als proberen een symfonie zonder bepaalde noten te spelen die wezenlijk zijn en waarbij je van tevoren besliste om ze er maar uit weg te laten. Als je met de noten gaat oefenen, zullen ze in het begin misschien wel vals klinken maar na voldoende oefening zullen ze tenslotte harmonisch gaan klinken en tot een gaaf geheel bijdragen.

Een misvatting die lang heeft bestaan en pas ongeveer de laatste vijftig jaar aan het verdwijnen is, was het idee dat kinderen geen erotisch of seksueel plezier zouden ervaren. De waarheid is dat kinderen veel sterker lichamelijk plezier ervaren dan de gemiddelde volwassene. Het kind is niet belast met schuldgevoelens, schaamte en misvattingen. Daardoor beleeft het zijn instinctieve neigingen veel intenser. De genotbeleving is echter natuur­lijkerwijs op het zelf gericht en onontwikkeld (wat het nog niet verkeerd of zondig maakt) omdat het bewustzijn en de beweging nog worden tegengehouden. Zo wordt in de vroegste kinderjaren het plezier voornamelijk op het zelf en op de onmid­dellijke omgeving, de ouders gericht. Dit is volkomen natuurlijk en alleen door de traditionele misvattingen van de mens wordt dit natuurlijke ver­schijnsel als heel verkeerd bestempeld.

Van generatie op generatie overgedragen vooroordeel roept een halt toe aan de natuurlijke ontwikkeling van het groeiende individu. Angst voor perversie, homoseksualiteit, incest spelen daarbij een rol. Maar een baby kent zulke grenzen niet. Zijn seksuele instincten gedijen zonder het overwegen van dat soort begrippen en ideeën. Als schuld en zondebesef deze neigingen niet ondergronds drijven maar mentaal en spiritueel bewustzijn wordt aangekweekt en de hele menselijke persoonlijkheid zich harmonisch ontwikkelt, dan verandert zijn seksuele drift. Ze ondergaat hetzelfde proces als de algemene ontwikkeling van de mens. Hoe meer een mens groeit, hoe meer hij uitreikt; eerst vanuit zichzelf naar zijn onmiddellijke omgeving, later ook naar de wereld buiten de kring van het gezin. In zijn jeugd is het opgroeiende kind het meest bezig met kameraadjes van zijn eigen sekse, verstandelijk, emotioneel en ook seksueel. De kameraadjes van dezelfde sekse zijn een uitbreiding van hemzelf en van zijn ouder van dezelfde sekse. Maar in het verdere verloop van het groeiproces gaat het kind uitreiken naar de andere sekse.

Openlijke perversie wordt niet tegengegaan door enige verordening over zonde met de daarmee samengaande onderdrukkende angsten maar doordat het menselijk organisme als geheel volwassen wordt en uitgroeit. Vrees voor zondige perversie leidt er alleen maar toe dat de onderontwikkelde instincten naar binnen worden gedreven, wat ook geldt voor ieder ander aspect van menselijke reacties. Wanneer een mens zich over zijn haat en vijandigheid, jaloezie of wraakzucht schaamt, gaan deze neigingen ook in het onbewuste woekeren. De mens kan alleen over deze emoties heen groeien als hij die gevoelens onder ogen leert zien, als hij hun bron en reden leert begrij­pen. Gebeurt dit niet, dan lijkt het misschien wel alsof hij dergelijke gevoelens niet koestert maar hij doet dat desondanks. Indirect zal blijken dat ze bestaan en ze zullen zich manifesteren door een algemene verlam­ming van creatieve functies, van het vermogen tot zinvolle, fijne relaties en tot vervulling. Met de 'verboden'' onrijpe, seksuele gevoelens is het precies hetzelfde. Ook die moeten onder ogen worden gezien, ze moeten opnieuw worden beleefd, de persoonlijkheid moet er op een nieuwe manier mee leren omgaan, wil deze zich harmonisch ontwikkelen en zichzelf vervullen.

Deze 'verboden' gevoelens vind je vaak een niveau dieper dan de haat en de wrok. Vijandigheid en andere negatieve emoties waren al moei­lijk onder ogen te zien omdat ze in tegenspraak met je geïdealiseerde zelfbeeld zijn, omdat ze afkeuring en afwijzing opleveren. Maar vaak zijn die nog beter te accepteren dan gevoelens van genot die je hebt ten opzichte van je eigen familie. Daardoor worden die nog veiliger achter slot en grendel gezet dan haat. Dikwijls wordt haat als tegengif tegen verboden genotgevoelens kunstmatig gekoesterd en onderdrukking van de haat en de woede volgt dan pas daarna. Dit wijst op de noodzaak om dit hele proces zich laag voor laag te laten ontvouwen totdat dit uiterst primitieve gebied wordt bereikt. Alleen dán kan de persoonlijkheid organisch groeien en zich in haar volle pracht ontplooien.

Steeds wanneer één levensactiviteit, hoe nuttig, productief of creatief op zichzelf ook, voor iemand het beleven van een diep gevoelsmatig plezier lijkt te verhinderen, dan is het innerlijk wezen uit balans. Want in een evenwichti­ge, geïntegreerde, volledige persoonlijkheid zal de ene activiteit de andere versterken. De creatieve inspanning heeft nooit te lijden onder het volledig ervaren van de levenskracht in al zijn aspecten. Juist het tegendeel is waar.

Voordat vooroordeel, angst en wanbegrip de natuurlijke stroom gaan afremmen waarmee een kind deel heeft aan de levenskracht, beleeft het zijn drang tot genieten heel indringend. In de kindertijd wordt iedere ervaring beïnvloed door het plezierbeginsel. Dit plezierbeginsel laat zich bij iedere activiteit van het kind gelden, wat er ook gebeurt. De aard van de ervaring en de psychische gesteldheid waarmee het kind wordt geboren, beïnvloeden vervolgens zijn houding ten opzichte van de drang tot genieten. Daarom ervaart een baby als hij verzorgd, gevoed en geliefkoosd wordt in het contact met zijn omgeving intens lichamelijk genot.

Verloopt de ontwikkeling op een natuurlijke manier, zoals ik zojuist aan­gaf, dan zal de uitreikende beweging de entiteit ertoe brengen de drang tot genieten vanuit zichzelf op de directe gezins­omge­ving, naar de buitenwereld en naar de andere sekse te richten. Dit leidt noodza­ke­lijkerwijs tot de integratie van liefde, eros en seks (zoals besproken in een vroegere lezing), welke op haar beurt een gevolg is van een over­een­komstige ontwikkeling van beweging, bewustzijn en het vermogen tot ervaren. Deze integratie komt echter niet tot stand als er taboes, angsten en een kunst­matige afsplitsing van de instinctieve driften bestaan. Als die er zijn, zal dat de natuurlijke ontwikkeling remmen.

Met een in dit opzicht toenemende rijping wordt een volmaakte eenwording tussen twee individuen van tegengestelde sekse mogelijk. Naast de onmetelijk vreugde door deze ervaring stelt deze ervaring de betreffende personen ook in staat om in ieder ander opzicht van het leven onvergelijkelijk veel beter te functioneren. Zo'n gezonde vereniging sluit productieve activiteiten en lonende relaties met anderen niet uit. Integendeel. Hoe beter een mens geïntegreerd is en daardoor kan beleven waarvoor hij is bestemd - het hoogste geluk van de levenskracht - hoe meer hij anderen daar deelgenoot van maakt. (De belevingswereld breidt zich uit waarbij iedere ervaring uniek is en in dat uniek zijn volmaakt is. Dit hoeft natuurlijk niet een fysieke ervaring en promiscuïteit te betekenen.)

Hoe meer een individu uitreikt terwijl hij al zijn vermogens tot een harmonisch geheel integreert, des te meer vervult de entiteit zijn spirituele opdracht. Buiten de sfeer van het menselijke gaat dit uitreiken oneindig veel verder maar dat wil niet zeggen dat het het menselijk bevattingsvermogen te boven gaat. Het begrip spirituele vereniging klinkt voor de mens in het algemeen nogal theoretisch. Maar in dit stadium kan wat dat betreft wel worden gezegd dat de grote levenskracht die veeleer verder en omarmend uitreikt dan terughoudt en uitsluit, geen willekeurige scheiding tussen de verschillende facetten van de grote levensstroom kent waarin het plezierbeginsel is vervat. Het aardse leven is hier een voorbereiding voor en het is daarom uiterst belangrijk om de probleemplekken in de psyche te verwijderen. Deze probleemplekken wijzen erop dat de drang tot genieten in verband met negatieve, onplezierige ervaringen, door schuld en angst, wanbegrip en het niet goed verwerken van ervaringen vast kwam te zitten.

Dit kan twee extreme vormen aannemen, met veel verschillende nuances daartussenin. Daar zijn ten eerste de opgelegde regels, taboes en valse schuldgevoelens die woede en opstandigheid veroorzaken. Deze gevoelens zijn het gevolg van vechten tegen datgene wat je gedeeltelijk accepteert. Dat wijst dan ook niet op echte vrijheid want die komt alleen voort uit bewustzijn en begrip. Aan de buitenkant kan dit zich uiten in het op een uitdagende manier uitleven van ruwe, onontwikkelde, primitieve instincten. Een dergelijke uitdaging en rebellie herbergen angst en schuld en tengevolge daarvan vindt er geen organische groei plaats. De instincten blijven in een primitief kinderlijke toestand steken en wat eens natuurlijk en organisch was, is in een latere levensperiode afbrekend.

De andere extreme mogelijkheid is dat schuld en angst de ontplooiing van de plezierbeleving dwarsbomen en dat dit ontwikkelingsaspect van de ziel niet aan bod komt. De ziel wordt gefrustreerd en voelt een leegt want het diepe verlangen naar geluk is niet verkeerd, het is in werke­lijkheid een spirituele factor. Verdere gevolgen zijn: overcompenseren en de energie in verkeerde kanalen leiden totdat de ziel uiteindelijk zijn bestemming volgt en al zijn vermogens bundelt en voor het groeiproces inzet. Gewoonlijk zijn er of openlijk of onbewust fasen tussen deze twee uitersten zodat de persoon­lijkheid, heen en weer slingerend, in den blinde tegen beide vecht; maar het leidt nooit tot verlichting en bevrijding. Daarom is het heel wezenlijk dat iedereen op dit pad zijn meest primitieve, tot nu toe nog onaangeraakte gevoels­gebieden in dit op­zicht onderzoekt. Ze moeten uit het verborgene omhoog worden gehaald; en het verband met de persoonlijke ervaringen en omstandig­heden uit de vroege jeugdjaren dient te worden gezien.

De mensheid beweert dikwijls dat plezier om het plezier fout is. De waarheid is precies het tegenovergestelde. Wanneer de persoonlijkheid zich harmonisch ontwikkelt, neemt ze anderen mee in de drang tot plezier, gevend en ontvangend - en dit is zoals het moet zijn. Bij een volwassen mens is het plezier niet op hem zelf gericht waarbij hij anderen buiten sluit. Van daaruit kan de drang tot plezier ook niet antisociaal zijn. Deze drang is alleen maar antisociaal en sluit anderen buiten als een volwassen mens zijn seksuele driften op een manier uitleeft die past bij een kind. Kinderen zijn antisociaal, op zichzelf gericht en daarom sluiten ze anderen uit. Als de emoties min of meer in de kinderlijke staat gefixeerd blijven, dan is dat niet zozeer zondig maar het wijst wel op een hiaat in de algehele ontwikkeling. Juist in deze gevallen gebeurt het vaak dat iemand de drang tot genieten gebruikt om er andere behoeften mee te vervullen, bijvoorbeeld om zijn ego te versterken, om gevoelens van minderwaardigheid te verminderen of om zich gewenst en welkom te voelen terwijl hij zich in feite onzeker en hulpeloos voelt. Vaak worden agressie en vijandigheid door de drang tot genot opgepakt en komen ze aldus, zonder dat de persoon zich dat bewust is, in de seksuele driften tot uiting. In dat geval kun je met recht over perversie spreken want dan wordt het plezierbeginsel voor iets anders gebruikt dan waarvoor het is bestemd. Het vervult dan niet de functie waarvoor het is bedoeld maar zou de vervulling moeten geven die zelfbewustzijn en het ontgroeien van problematische emoties zouden moeten geven. Het plezier­begin­sel wordt dan een vervanging, of tenminste gedeeltelijk.

Deze verwikkelingen tussen schuld, verdringing en onderdrukking, vrees, vroegkinderlijke fixaties van het plezierbeginsel, het gebrek aan organische ontwikkeling van dat beginsel, de gevolgen die deze stagnatie op het leven en relaties van iemand heeft, kunnen alleen worden blootgelegd als je diep binnenin jezelf kijkt en in de uithoeken van je geest naar de verborgen primitieve gevoelens zoekt en die in samenhang met de omstandig­heden van je als kind beziet. Dat is niet makkelijk en je krijgt het niet in één keer voor elkaar. Het is nodig dat de psyche door de voorgaan­de fasen van dit padwerk als het ware wordt verruimd zodat het opnieuw beleven van deze vroegere emoties mogelijk wordt. Dit kan alleen als je je niet tegen deze inspanning verzet. De beloning voor de hieruit voortvloeien­de bevrijding is met geen pen te beschrijven.

Zolang de persoonlijkheid onbewust aan vroegere ervaringen vastzit, afgezien van hoe direct of bedekt die zich uiten, is de ziel niet in staat tot echt groeien en ervaren. Deze fixaties kun je niet opgeven tenzij je bewustzijn de tot nu toe afgesloten gebieden betreedt. Alleen dán kun je met die vroege niet goed verwerkte ervaringen in het reine komen en dan is je psyche klaar om werkelijk uit te reiken. Vastzitten houdt gebrek aan beweging en daarom gebrek aan groei in. Het houdt gebrek aan bewustzijn in want bewustzijn betekent het juiste begrip door middel waarvan de beweging van de levenskracht de fixatie kan oplossen. Dan zou de ervaring op het niveau kunnen plaatsvinden waarvoor een mens potentieel klaar is. Daar waar beweging, bewustzijn en ervaring in harmonie functioneren, moet een mens, afgezien van zo af en toe uiterlijke moeilijkheden, vervuld en in wezen gelukkig zijn. In dat geval zijn liefde, eros en seks één kracht en is er geen con­flict tussen het verstand, de emoties en het spirituele centrum.

Laten we nu kijken naar bepaalde basisvoorwaarden in de kindertijd. Van daaruit zal het voor jullie allemaal makkelijker zijn om in het licht van dit onderwerp naar je eigen kindertijd te kijken. Zoals ik hiervoor al zei, ervaart een kind intens plezier in het contact met zijn ouders, al dan niet van dezelfde sekse. Elk van de ouders staat in bepaalde perioden van de ontwikkeling van het kind op de voorgrond. Dit is voor die bepaalde perioden normaal en gezond. Maar er worden etiketten met zondig en pervers op die kinderlijke gevoelens geplakt. Het kind neemt die ideeën al gauw in zich op, ook als die gevoelens nooit op die manier worden benoemd want de hele atmosfeer, het bewuste en onbewuste denken van de volwassenen is ervan doortrokken. Dus in plaats van deze stadia op een natuurlijke wijze te kunnen ontgroeien, zet het kind de gevoelens in zijn onbewuste psychische leven vast en verbindt ze met schuld, schaamte en angst waardoor het voor het kind onmogelijk wordt om zonder de invloed van deze vroegere gevoelens relaties met anderen aan te gaan. En zo komt het dat opeenvolgende lagen van destructieve kunstmatige emoties deze basistoestand gaan bedekken. Liefde die samengaat met drang tot plezier wordt omgevormd tot haat. De haat moet met onvruchtbare, valse, gepretendeerde liefde worden bedekt. Haat komt daarom niet alleen voort uit afwijzing en pijn maar evenzeer uit wat verboden liefde lijkt.

In het werk op dit pad werd het steeds duidelijker dat de mens het contact met zijn ouders in andere relaties, in het bijzonder in zijn relatie met zijn partner voortzet. Het onderwerp waar we het nu over hebben, dient bij deze levensfactor betrokken te worden. Hoe meer de emoties vastzitten, des te sterker is dat een aanwijzing dat er krachtige emoties in het spel zijn. En het zijn juist de meest krachtige gevoelens die in verband met het plezierbeginsel staan. Als je nu nog eens een aantal vroegere lezingen bekijkt, vooral die lezingen die gaan over de invloed van ouders en over gedragspatronen die in de relatie met je ouders zijn ontstaan, dan zul je er een aanmerkelijk dieper inzicht in krijgen. En dat zal je in staat stellen om dat wat je rigide houdt, wat je volledige, organische groei in de weg staat in de een of andere vorm opnieuw te beleven.

Wees niet bang die gevoelens onder ogen te zien, moedig jezelf ertoe aan. Je hoeft nergens bang voor te zijn als je het doet, integendeel. Wees waakzaam, vrienden, en jullie zullen jezelf echt bevrijden. Let vooral goed op wanneer je gevoelens er problematisch uitzien omdat er teveel blinde bewondering of teveel wrevel is, meer dan waar de gelegenheid aanleiding toe geeft. Als je zo sterk reageert, is dat een goede aanwijzing dat je nog niet klaar bent met de natuurlijke fasen van je vroegere ontwikkeling.

Wanneer het erotische verlangen in je kindertijd tot op zekere hoogte werd vervuld, bijvoorbeeld doordat een van je ouders tedere gevoelens voor je had en dat ook liet merken, garandeert dat nog niet noodzakelijkerwijs een gezonde verdere ontwikkeling. Want steeds als het schuldgevoel te sterk is, kan de entiteit die ervaring niet goed onder ogen zien en zal ertegen vechten. Dit wordt later duidelijk in het gevecht tegen liefde en tegen erotische of seksuele ver­vulling. Als aan de andere kant het kind de vervulling waar het naar verlangde niet kreeg, raakt het er later van overtuigd dat zijn verlangen verkeerd was, en dan blijft het als volwassene tegen zijn gevoelens vechten. Af en toe wordt dit misschien wel door het gezonde verlangen van de ziel ongedaan gemaakt maar van de oorspronkelijke ervaring gaat altijd een verzwakkende werking uit als die niet goed werd verwerkt.

Jullie geloven misschien dat alleen de genotbeleving gedurende de kindertijd de erotische en seksuele kracht in het opgroeiend individu activeert. Maar vaak gaat het net zozeer om een pijnlijke ervaring welke met de drang tot genieten versmolten raakt, waardoor erotisch en seksueel genot aan de pijnlijke ervaring worden gehecht. Het is belangrijk te erkennen dat dit mogelijk en dikwijls een feit is. Angst en pijn zijn het wezenlijke in alle negatieve ervaringen. Het komt vaak voor dat een mens erotisch en/of seksueel alleen maar functioneert als het samengaat met angst en pijn. Als deze emoties er niet bij zijn, kan het plezierbeginsel zich ook niet manifesteren. Ik kan niet voldoende benadrukken hoe belangrijk het is onderzoekend naar deze gebieden te kijken en het verband tussen zo'n factor en de bijzondere omstandighe­den in de kindertijd te leggen die de angst en pijn veroorzaakten. Dan kan de fixatie heel direct en zonder omwegen worden gevonden. Het is duidelijk dat zolang iemand op zo'n manier vastzit, hij onmogelijk een vruchtbare, dynamische relatie in stand kan houden. Een dergelijke relatie loopt stuk en daarom kan zo iemand nooit dát ervaren waar zijn ziel zo naar verlangt.

Niettemin is deze factor niet zo negatief als je misschien zou denken. Want de entiteit verlicht de pijn door het proces waarin hij het plezier­beginsel op de pijnlijke ervaring laat inwerken, die anders voor het onontwikkelde ego van het kind ondraaglijk zou zijn. Als een pijnlijke ervaring erotisch of seksueel wordt verwerkt, staat dat de entiteit, in beperkte mate natuurlijk, toch toe om de noodzakelijke hernieuwende levenskracht te ervaren. Dit is dus een betere oplossing dan de andere mogelijkheid: de drang tot genieten helemaal te dwarsbomen. In de meeste gevallen is het een combinatie van deze twee mogelijkheden die onbewust wordt aangegrepen om met pijnlijke ervaringen te kunnen omgaan. In beide gevallen maar ook als er sprake is van fixatie op de genotervaring van de kindertijd, is het uiterst belangrijk om al deze fixaties op te lossen en zo de levenskracht weer vrij te laten komen.

Frustratie, het niet in alle opzichten vervuld zijn - ook al gaat het om gebieden die niets met dit onderwerp te maken lijken te hebben – zelfverachting, schuld, ziekte, gebrek aan energie, gebrek aan creativiteit, kortom, ieder negatief aspect in wording moet uiteindelijk met dit aspect van de menselijke ontwikkeling zijn verbonden. Binnenin iedere mens leeft het kind dat hij eens was. En dit kind reageert zoals het eens reageerde. Het enige waar het zich druk over maakt, is de simpele wens om te genieten of het nu genot ontvangen heeft of niet. De ouders hadden de macht het te geven of te onthouden. De basale strijd van het kind gaat erom het plezier te krijgen en uit de weg te ruimen wat dat dwarsboomt. Deze simpele, primitieve strijd speelt zich in ieder individu af. Op zichzelf is dat niet zondig, niet slecht, je hoeft je er niet over te schamen. Als je boven die primitieve toestand uitgroeit, ondergaan de sfeer, het accent en de implicaties van het zoeken allemaal verandering.

De ene ouder heeft mogelijk meer genot gegeven, de andere meer pijn. Beide ouders gaven misschien beide. In elk geval wordt door de splitsing tussen plezier en pijn het innerlijke gevecht voortgezet totdat beide open in het licht van het bewustzijn komen. Dan gaat het gevecht op een heel andere manier, op een gezonde, opbouwende manier door en dan leidt het naar spirituele rijpheid.

Als alle beelden, schijnoplossingen, misvattingen en innerlijke con­flicten tot de eenvoudigste gemeenschappe­lijke noemer worden terug­ge­bracht, zul je vinden dat het gevecht van het kind gaat om het bereiken van genot en het vermijden van pijn. Als pijn en genot samen­gaan om tot een 'uitweg' te komen, verwar dat dan niet met de vereni­ging van plezier en pijn bij het overwinnen van de dualiteit van het aardse leven. Het gaat hier om een misplaatste, blinde poging de duali­teit te overwinnen en die is als zodanig niet reëel en niet productief.

Bij jullie verdere stappen op het pad, vrienden, is het opnieuw noodzakelijk om deze lezing samen met de vorige te bekijken.2 Als je ze als één geheel doorwerkt, maakt dat de zaken heel wat gemakke­lij­ker. Probeer de verborgen angst voor je gevoelens te ontdekken want de mensheid heeft een sterke scheiding tussen menselijke genegenheid in het algemeen en de erotisch seksuele stroming aangebracht. In werkelijkheid kunnen die twee niet zo volledig worden gescheiden. De angst daarvoor maakt je krampachtig, doet je je gevoelens op heel subtiele, maar niettemin te onderschei­den manier manipuleren.

Ten onrechte is de mens er bang voor dat zijn tot nu toe nog onontwikkelde, primitieve instincten hem bij zijn handelingen op een dwaalspoor leiden maar in werkelijkheid kan hij deze instinctieve neigin­gen, door zich ervan bewust te worden, juist op zijn ontwik­ke­ling afstemmen die op andere gebieden wordt bereikt. Begrijp mijn woorden niet verkeerd, vrienden. Ik pleit niet voor een uitleven van kinderlijke instincten. Al wat ik bedoel te zeggen is: als kind hebben jullie deze neigingen allemaal gehad. En in zekere mate bestaan ze nog in ieder van jullie totdat je er werkelijk oog in oog mee staat, zodat je jezelf uit je door jezelf opgelegde gevangenschap kunt bevrijden. Als je deze tot nu toe verborgen, primitieve gevoelens onder ogen ziet en leert ze te aanvaarden, als je de onredelijke vrees en schaamte om dat te doen overwint, dan groei je er bovenuit en kun je verder uitreiken. Dan kun je echt contact maken. Je nieuw verworven persoon­lijkheid hoeft niet langer als vervanger voor de oorspronkelijke ouder te dienen naar wie je nog steeds zoekt. Dan beleef je niet alleen nieuwe pieken van vervulling, vol van leven en geluk maar ook je productieve activiteiten bereiken nieuwe hoogten, je voert ze in vrede en harmonie uit. Spanning, frustratie en irritatie zul je achter je laten want deze metgezellen van zoveel van mijn vrienden zijn het gevolg van bepaalde neigingen in je die je niet van jezelf kunt accepteren waardoor je er bang voor bent en ervoor wegloopt. Ik waag te zeggen dat ieder van jullie, tenminste tot op zekere hoogte, zal ontdekken dat je alleen maar een erotische reactie in je voelt als er - al is het nog zo klein - een element van afwijzing, angst, onzekerheid, onveiligheid of pijn is. Zijn dit soort negatieve emoties volledig afwezig, dan is er misschien helemaal geen erotische reactie. Voor mensen die dat hebben is het vaak totaal onmogelijk het juiste klimaat te scheppen waarin zij erotisch kunnen functioneren; volledig afwijzen kan ook niet want zoals is te verwachten dat dient alleen om de vicieuze cirkel in stand te houden.

En zelfs als een of beide partners de behoefte aan vervulling van het partnerschap of de wens daartoe niet meer in zich voelt omdat hij of zij (naar aardse begrippen) al wat ouder wordt, dan nog is het even belang­rijk om deze fixatie op te lossen door de vroegste omstandigheden uit je kindertijd onder ogen te zien zodat de levenskracht kan stromen en je op andere levensgebieden opnieuw kan bezielen. Door fixaties onopgelost te laten, wordt de levenskracht tegengehouden en het kan niet anders of dit eist zijn tol ten aanzien van je algemene welzijn en je algehele ontwikkeling. Wees niet bang voor de gevolgen want hoe meer je je van blinde, irreële angsten, schuldgevoelens en misvattingen bevrijdt, des te meer ben je in staat om vrij te kiezen en je niet in gedragspatronen te laten dwingen die je niet vanuit een scherp, van werkelijkheidszin vervuld bewustzijn kiest. Meegaan met de levensstroom kan in ieder opzicht alleen maar goed zijn. Er vanuit blindheid, onkunde, koppigheid en angst tegenin gaan, kan het je alleen maar lastig maken en je daar waar je het het minst wilt doen verkrampen.

Als je op het gebied aan het werk gaat dat ik hierboven beschreef, waarop pijn en genot samen moesten gaan omdat je je pijnlijke ervaring anders niet kon verwerken, dan is het belangrijk om op het volgende te letten. Aan de ene kant doe je jezelf op een heel tragische en onnodige manier tekort zolang je deze toestand in je laat voort­bestaan want als je hem onder ogen ziet, dan kun je hem op een wijze die jou en anderen onmetelijk gelukkig maakt veranderen. Aan de andere kant is het ook van belang de situatie in breder perspectief te zien. Als in een mens die innerlijk vol conflicten zit, genieten alleen maar samen kan gaan met pijn, dan is dat toch nog een zegen, ook al wordt het als perversie of masochisme bestempeld. Zou deze levenskracht niet in de vervormde gebieden komen - ook al kan die kracht zich dan alleen maar op een verkeerde, omgekeerde manier manifesteren totdat zo iemand het conflict is ontgroeid - dan zou het organisme op alle gebieden van het leven steeds krachtelozer, zwakker en leger worden. Dat zou betekenen dat de entiteit helemaal niet kon groeien, geen enkel plezier zou kunnen beleven, zich nergens over zou kunnen verheugen. Denk maar aan de mensen die geen enkele vreugde in het leven kunnen vinden. Dat zijn altijd diegenen die er onophou­de­lijk in slagen de leven brengende stroom tegen te houden. Die mensen benoemen de levensstroom vaak als kwaad, voornamelijk omdat ze hem willekeurig opsplitsen in aanvaardbare en niet aanvaard­bare delen en omdat ze de primitieve uitdrukkingsvorm ervan beoorde­len als een aspect dat niet te veranderen valt, in plaats van die te zien als een voorbijgaande fase.

Je dient opnieuw door deze fasen van de kindertijd heen te gaan, ze opnieuw te beleven en in het juiste licht te zien, vrienden. Velen van jullie zijn nu dicht bij het stadium waarin je dat kunt doen. Sommigen zijn er al aan begonnen en zijn er al een flink stuk mee op weg. Anderen zitten nog te vast en zijn nog te bang. Maar ook zij zullen geleidelijk aan hun moed bijeen rapen om dan tot de ontdekking te komen dat die angst of de moed om te overwinnen eigenlijk helemaal niet nodig was want het gaat heel natuurlijk. Het is niet beschamend. Het ligt in de lijn van de universele ontwikkeling. Ik kan je niet zeggen hoe dankbaar je jezelf zult zijn als je je niet aan dit wezenlijke deel van je ontwikkeling onttrekt. Jullie hebben in het verleden allemaal gemerkt hoe vrij en blij je je voelde als je je weerstand tegen het dieper gaan had overwonnen. Hoe heviger je strijd en hoe groter je weerstand waren, des te meer betekenis had het inzicht en des te bevrijdender was het resultaat. Op dit gebied is het niet anders, vrienden.

Deze lezing wordt misschien als psychologisch materiaal geïnter­pre­teerd. Maar niets is meer bezijden de waarheid, al hoewel er in de laatste vijftig jaar vanuit zuiver psychologisch oogpunt gezien in dit opzicht wel belangrijke inzichten zijn verworven. Dat wil zeggen, op het punt van vervulling in het heden, persoonlijk levensgeluk in dit leven. Maar ik praat hier over iets wat veel verder gaat. Dit opent de horizon naar spirituele vereniging. Het gaat veel verder dan freudiaanse psychologie. Het omvat de ontwikkeling van de geschapen entiteit in al haar facetten. Het is belangrijk dat jullie deze boodschap vanuit dit gezichtspunt begrijpen. Het doel van de spirituele ontplooiing die in deze lezing wordt besproken, reikt verder dan het persoonlijk genoegen dat een mens kan beleven. Alhoewel dat laatste het resultaat van een algehele, harmonische ontwikkeling is en deze ontwikkeling zeker niet in de weg staat, heeft de ontwikkeling van de ziel in het gehele evolutieplan een oneindig veel verstrekkender betekenis.

De universele levenskracht belichaamt grootheid, schoonheid en zuiverheid. Het is de onzuiverheid van de mens die een facet van de levenskracht onzuiver wil doen lijken.

Sommigen van mijn vrienden zullen er nog wel moeite mee hebben dit alles te begrijpen. Er zijn er misschien bij die denken dat ik in herhalin­gen verval. Maar degenen die echt bezig zijn zichzelf diepgaand te onder­zoeken en op het punt staan deze gebieden te bereiken, zullen in de­ze woorden geen herhaling horen en jullie zullen ook niet vinden dat ze onmogelijk te begrijpen zijn.

Deze lezing moet jullie heel wat materiaal om mee werken geven. Als je werkelijk met je innerlijke ontwikkeling bezig bent en je bent niet alleen maar geïnteresseerd in uiterlijke gebaren, dan moet deze lezing een blijvend effect op je psyche en op de richting van haar zoeken en ontplooiing hebben. Het moet je voedsel tot denken verschaffen, anders ga je maar door met bang zijn voor dat deel van jezelf dat je beste vermogens verlamt totdat je de moed opbrengt en je de moeite getroost om te doen waarop je geest zit te wachten.


Aangezien er vanavond geen tijd voor vragen meer is, zal ik jullie alle tijd geven die jullie maar willen wanneer we aan de bespreking toekomen die speciaal voor deze lezing is bestemd. Ik zal dan alle vragen beantwoorden en alle voorbeelden of moeilijkheden bespreken die jullie aandragen.

Ik wil deze lezing besluiten met te zeggen, dat diegenen van jullie die niet voor dit diepe en uiterst groeizame proces terugdeinzen, werkelijk gezegend zijn in dit leven. Echt, jullie kunnen je verheugen! Laat je niet door de mogelijkheid van een crisis van de wijs brengen; die is er altijd als je buitensporig bang bent om iets onder ogen te zien waarvan je voelt dat het moeilijk te accepteren is. Het onwetende kind denkt dat het zich moet verstoppen; het reageert heel sterk voordat het ertoe wordt gebracht zich niet meer te verbergen. Als je dat cruciale punt van bevrijding eenmaal hebt bereikt, zul je niet langer tevreden zijn met kleine inzichten, een beetje opluchting met daaropvolgend weer een terugval om dan hetzelfde proces weer van voren af aan te beginnen. Het gaat dan om een substantiële groei van wezenlijke betekenis, van blijvende waarde, van blijvende invloed.

Wees gezegend, ieder van jullie! Ontvang de vibrerende Levenskracht die Alles bevat, wat niet in termen van juist of verkeerd, goed of kwaad benoemd kan worden. Alles is één.

Wees in vrede. Wees in God!"

1 Lezing 48 ‘De levenskracht in het heelal’ (Noot vertaler)

2 Lezing 118 ‘Dualiteit door illusie; overdracht’ (Noot vertaler)

 

 

 

Deze lezing werd gegeven via Eva Pierrakos in 1963

Oorspronkelijk uitgegeven door Center for the Living Force Phoenicia (N.Y.) onder de titel: ‘Movement, Consciousness, Pleasure Principle as Essence of Life’.

Laatste herziening van de Nederlandse vertaling in 2009.

© Stichting Padwerk Nederland, uitgave 2015.

 

 

 

 

creative commons logo