Lezing van de maand

Lezing 254 Overgave

18 oktober 1978
lezing 254

"Geliefde vrienden. Het licht van de eeuwige stroomt als een grote zegen naar jullie toe en naar alles wat jullie ondernemen; dat wordt geheiligd door jullie commitment om God en zijn grootse evolutionaire plan te dienen.

De hand van God kan in veel aardse verschijningsvormen herkend worden. Zijn aanwezigheid is duidelijk te voelen, zoals je ook zijn afwezigheid kunt voelen wanneer je die uitsluit. Een van de aardse verschijningsvormen waarin Gods werk, de goddelijke creativiteit, de eeuwige geest, altijd gezien kan worden, is de natuur. In de natuur moet je je wel verwonderen over de wijsheid en de visie, die uit elk klein detail spreekt ter bescherming en instandhouding van elke soort. De overvloed, de schoonheid en de rijkdom waarmee alle ge­schapen entiteiten overgoten zijn, verkondigen helder en welsprekend dat alleen de allergrootste geest die je je voor kunt stellen de vele systemen heeft kunnen ontwerpen, die het leven op aarde in stand houden.

Het is veel mensen duidelijk geworden dat door de onzorgvuldige en heb­zuchtige neigingen van de mens het natuurlijk evenwicht verstoord is. Sinds kort is het bewustzijn daarover groeiende en dat is heel belangrijk.

Maar er is ook een kant van de natuur die in tegenspraak schijnt met de goddelijke liefde, een kant die zelfs wreed lijkt. Er zijn destructieve krach­ten: stormen, overstromingen, aardbevingen. Maar wanneer je het vanuit een andere hoek bekijkt, zullen jullie inzien dat deze uitingen slechts de noodzakelijke crises zijn, die elke entiteit moet doormaken om de inner­lijke harmonie met de goddelijke wet te herstellen.

Sommige verschijnselen in de natuur horen in een andere categorie. De ene soort is bijvoorbeeld van een andere soort afhankelijk voor zijn instand­houding. De een overleeft ten koste van de ander. Je hebt roofdieren en prooien. Hoewel de slachtoffers altijd voorzien zijn van bepaalde verdedi­gingsmogelijkheden om zodoende een 'eerlijke kans' te hebben, op grote schaal dient de ene soort ter instandhouding van de andere. Dit draagt bij tot de instand­houding van een totaal evenwicht. Toch lijkt dit feit wreed - het ene dier dat het andere doodt voor zijn voedsel - en lijkt het Gods aanwezigheid te ontkennen. Hoewel dieren zich nooit te buiten gaan aan de zinloze wreedheid en destructiviteit waartoe menselijke wezens in staat zijn (juist door het meer ontwikkelde bewustzijn van de mens, dat zich altijd in een goede of verkeerde richting kan kanaliseren), lijkt het toch tragisch, dat een dier paniek en pijn moet ondergaan in dienst van het totale levensproces. En in zekere zin is het dat ook.

Ik wil dat jullie begrijpen, dat dit verschijnsel een nauwkeurige weerspiegeling is van de totale bewustzijnstoestand van de mens, die dualistisch is. Het is een combinatie van goed en kwaad. Het denken van de mens bevat deze polariteit altijd. Omdat het geheel van denkbeelden van de mens zijn omgeving schept, weerspiegelt de aarde deze polariteit heel precies. Dit kan geobserveerd worden in verschijnselen, die oppervlakkig gezien niets met de bewustzijns­toestand van de mens te maken hebben. Het lijken gegevenheden, die onafhankelijk van overtuigingen, houdingen, gevoelens en intenties van de mens tot stand gekomen zijn, maar dat is nooit zo. Elke sfeer, gebied of wereld, van de hoogste tot de laagste, is altijd en volledig een weerspiegeling van de totale bewustzijnstoestand van de mensen die er zijn samengekomen. Het is vaak gezegd dat hemel en hel niets anders dan bewustzijnstoestanden zijn. Dit is in zekere zin waar; dezelfde mensen die dit zeggen zien vaak over het hoofd, dat bewustzijns­toestanden werkelijk­heden, omgevingen en voorwaarden scheppen.

Als deze wereld de combinatie weerspiegelt van beide extremen die deze polariteit creëren, dan moeten er ook werelden bestaan, waarin de ene kant zoveel zwaarder weegt dan de andere, dat de polariteit verdwijnt. Sferen van het kwaad (hel) zouden dan alleen pijn, angst en lijden te zien geven en absoluut geen schoonheid, terwijl sferen van het goede geen enkele pijn, angst of lijden zouden kennen. Stel je een wereld voor, waarin de tijger en het hert liefdevol met elkaar om zouden gaan! In die wereld heeft geen enkel dier het leven van een ander dier nodig om in leven te blijven.


Kunst weerspiegelt deze gelukzalige wereld soms, omdat de ziel die wereld diep van binnen kent en naar haar verlangt terug te keren. Daarom laten schilders, musici, dichters en dansers een klein stukje zien van deze vol­komen gelukzalige wereld, waarin niets sterft of verkommert, waarin het leven op glorieuze wijze steeds weer nieuwe uitingen vindt, zonder enige breuk in het bewustzijn, die de continuïteit van het leven blokkeert. Diegenen van jullie die er klaar voor zijn of dicht bij deze bewustzijns­toestand zijn, zullen zulke artistieke uitingen, of de prachtige uitdruk­kingsvormen van de natuur, ervaren als intens helend en vertroostend en als bemoedigend en ongelofelijk begerens­waardig. Maar voor diegenen die nog steeds diep in duisternis gehuld zijn, zijn zulke goddelijke tekenen en herinneringen even pijnlijk als ze voedend zijn voor de meer verlichte geest. Daarom is er geen licht (geen waarheid, geen liefde, geen teken van God) in de sferen van de hel. Het kan er niet verdragen worden. De enti­teiten moeten er langzaam naar hoger ontwikkelde bewustzijnstoestanden groeien, totdat het licht van die staat verdere groei mogelijk kan maken.

Ik zeg dit allemaal tegen jullie opdat je je er nogmaals van bewust wordt, dat jullie in een tussensfeer wonen, waarin de ene kant van de polariteit de andere niet uitsluit; dit weerspiegelt precies je eigen bewustzijnstoestand. Misschien kunnen jullie de toestand die het licht niet verdraagt het best begrijpen als jullie terugdenken aan een tijd, toen jullie volop vervulling, liefde, licht en zegen ervoeren en jullie gedachten toch wegdreven naar bepaalde ongemakken, die er bij tijd en wijle waren. Anderzijds geven negativiteit, onenigheid en/of vernietiging, je soms een zeker negatief genoegen en opwinding. Voor wezens in de laagste, meest duistere bewust­zijnstoestanden (of werelden) is elk licht onverdraaglijk pijnlijk.

Waarom vertel ik jullie dit nu? De nadruk bij het werk dat nu komt, ligt duidelijk - zoals jullie in de laatste lezing hebben kunnen zieni - op het overwinnen en overstijgen, maar misschien eerst op het grondig begrijpen, van dualiteit. Daartoe moeten jullie inzien dat je actuele sfeer van leven en bewustzijn alleen maar een combinatie kan zijn van wat ook in andere combinaties en in verschillende gradaties op de totale schaal van bewust­zijn moet bestaan. En als zulke variabelen bestaan, wat redelijk is om aan te nemen, moeten er ook sferen van bewustzijn bestaan, die geen dualiteit kennen, in negatieve noch positieve zin.

Als het bewustzijn voor het eerst voor het afgrondelijke niets staat, is de duisternis zo groot, dat er tijdelijk een negatieve verbinding tot stand komt. Alleen als het bewustzijn zich geleidelijk uitbreidt, verschijnt de andere polariteit aan de horizon en creëert dualiteit. In die fase is dualiteit al een beweging in het evolutieplan. Alleen wanneer het bewustzijn zijn volledig vermogen volkomen ontwik­keld heeft, wordt de eenheid volledig 'positief'. In die toestand is er geen pijn meer en geen spanning, geen sterven van het leven meer, hoe tijdelijk dat ook mag zijn; er is geen conflict meer.

Het is mijn taak jullie nu steeds meer gereedschappen aan te reiken om dualiteit te begrijpen en te overstijgen en om de valkuilen en moeilijkheden van het intellect te zien, die de mens in zijn huidige staat van denken bedreigen. Dualiteit betekent altijd conflict en spanning, hoe je het ook bekijkt. In de laatste lezing ben ik dieper ingegaan op een specifiek aspect hiervan. In déze lezingii zal ik met een ander onderwerp beginnen, dat heel belangrijk is voor jullie allemaal en dat, als het volledig begrepen wordt, jullie verder zal helpen om een andere kant van de steeds aanwezige, pijnlijke polariteit - waartegen jullie voortdurend strijden - te overwinnen.

Jullie gebruiken vaak het woord overgave. Jullie voelen dat dit woord een belangrijk aspect van spirituele vervulling bevat. Er is echter ook een hele­boel verwarring rond dat woord, hetgeen nader onderzocht moet worden. Een mens die niet in staat is tot overgave kan zijn kern niet vinden; hij kan zijn goddelijke natuur niet vinden, kan niet liefhebben en kan niet echt leren en groeien. Zo iemand is heel stijf, defensief en gesloten. Het ver­mogen tot overgave is een essentiële innerlijke beweging, waaruit alleen maar goeds kan voortvloeien.

Je moet je aan Gods wil overgeven, anders zul je altijd vast blijven zitten aan je zeer kortzichtige eigen wil, die pijn en verwarring produceert. Overgave betekent het loslaten van jezelf, van gekoesterde idealen, doelen, verlangens en meningen, dat alles omwille van de waarheid. Want God is waarheid.

Je moet je ook overgeven aan je eigen gevoelens. Doe je dat niet, dan zul je jezelf altijd verarmen en je gevoelskant uitsluiten. Je wordt dan een auto­maat. Je moet je overgeven aan degenen van wie je houdt. Dit betekent vertrouwen, het voordeel van de twijfel geven, bereid zijn toe te geven omwille van de waarheid. Je moet je in elk geval aan een leraar overgeven, op elk terrein waar je wilt leren. Als fundamentele overgave ontbreekt kun je heel weinig of vrijwel niets ontvangen, hoezeer een leraar ook in staat en bereid is tot geven. Dit geldt ook voor een spirituele leraar. Als je je voort­durend wantrouwend en gereserveerd opstelt, kan een heel belangrijke stroom zich niet ontwikkelen. Je kunt er van uitgaan dat je wel verstande­lijke kennis kunt opnemen van een leraar terwijl je die innerlijk toch op een afstand houdt. Dat is in zekere mate mogelijk. Maar bij echt leren gaat het om veel meer dan de uiterlijke mentale processen. Binnenin je is een emotioneel, spiritueel en spontaan niveau, dat ook moet leren. En op dat niveau kan niets opgenomen worden tenzij je je aan de leraar overgeeft. Dit geldt voor het gewoonste onderwerp waarover je wilt leren. Een proces dat alleen maar verstandelijk geleerd wordt, wordt niet echt verwerkt. Het moet een innerlijke realiteit worden om het je eigen te maken. Hoeveel te meer gaat dit op voor spirituele groei!

De weigering om je over te geven heeft te maken met een gebrek aan vertrouwen, met achterdocht en angst en met de misvatting dat, als je je overgeeft, je je autonomie verliest en je vermogen om in de toekomst beslissingen te nemen. De weigering je over te geven creëert een te sterk ontwikkelde eigen­ wil, waarvoor de persoonlijkheid een tol moet betalen. De persoonlijkheid wordt wezenlijk verarmd. Want kunnen overgeven is zo'n gebaar van volheid, van geven en loslaten dat er wel verrijking móet volgen, als een natuurwet. Een overontwikkelde eigen wil brengt altijd strijd met zich mee. In jullie wereld kun je zien dat twee botsende eigen-willen oorlog ver­oorzaken, op kleine of grote schaal. Om tussen personen of landen vrede mogelijk te maken moet er toegegeven en gebogen worden.

Toch kunnen we niet eenvoudigweg zeggen dat overgave de sleutel is. Zo simpel is het nooit. Moet je je overgeven aan iemand die fundamenteel onbetrouwbaar is? Moet je toegeven in een situatie die strijdbaarheid eist om in waarheid te zijn? Je moet opstaan om voor een goede zaak te vechten, een juiste stellingname te verdedigen of gerechtvaardigde eisen te stellen; dat is onmisbaar voor een productief en gezond leven. Het is ook onmisbaar om onderscheid te kunnen maken tussen wanneer je kunt ver­trouwen en wanneer niet. 'Hoe kan ik daar achter komen?' is een vraag die je jezelf vaak stelt.

Hier ontstaat een enorme verwarring. Er zijn weinig terreinen in het mense­lijk leven waar zoveel misvattingen heersen en zoveel uit hun verband gehaalde ideeën. Zoals bijvoorbeeld wat betreft valse overgave en valse zelfhandhaving. Hoe kan je nu bewuster worden ten aanzien van dit zo belangrijke aspect van het leven? Hoe kun je vermijden dat je denkt dat je je overgeeft, terwijl je in feite capituleert en berust? Hoe kun je vermijden dat je je rigide blijft vasthouden terwijl overgave op zijn plaats zou zijn? Laten we hier een paar belangrijke sleutels bekijken, die je uiteindelijk in staat zullen stellen om deze haarscherpe balans te vinden.

Voor een afhankelijk ego dat persoonlijke verantwoordelijkheid ontkent, is het vrijwel onmogelijk zich over te geven. In zo'n geval betekent overgave afstand doen van je autonomie. Daarom hebben degenen die heimelijk, vaak onbewust, het meest afhankelijk zijn, die er het meest naar verlangen dat een 'volmaakte' autoriteit de leiding overneemt, de meeste weerstand om zich ook maar enigszins te buigen. Ze voelen vagelijk dat je jezelf alleen kunt geven als het zelf sterk en gezond is, omdat in het zich geven het zelf nog sterker en gezonder wordt.


Daarom vrienden, zeg ik jullie, wanneer je in jezelf of in ande­ren een onvermogen tot overgave, vertrouwen en/of buigen bemerkt, kijk dan naar de onderstroom van afhankelijkheid en ontkenning van werkelijke, eigen verantwoordelijkheid. Hoe meer rebellie, hoe groter de vertoning van 'ik moet mijn autonomie beschermen, dus zal ik me nooit laten vertellen wat ik moet doen', hoe wanhopiger het innerlijk verlangen is niet je eigen leven te hoeven bepalen en niet verant­woordelijk gesteld te worden voor beslissingen en hun consequenties. Als je een partner kiest, een vriend of een leraar, iemand bij wie vertrouwen en tenminste een zekere mate van overgave noodzakelijk zijn, hoe vaak laat je je dan verblinden door wensdro­men? Of door de eigenzinnigheid die van de ander eist dat hij iemand moet zijn die overeenstemt met jouw verdraaide verlangens en doeleinden? Omdat een deel van je dit weet, is het wantrouwen tot op zekere hoogte gerechtvaardigd, zelfs als diegene reëel gezien vertrouwen verdient.


Met andere woorden, om te vertrouwen en je over te geven moet je - in elk geval in aan­zienlijke mate - vrij zijn van irreële verwachtingen ten aanzien van de persoon in kwestie. Je blik moet helder zijn en niet vertroebeld door kinderlijke of destructieve motieven. In dat geval zal je intuïtie werken; je waarnemingen zullen helder en betrouwbaar zijn, je kanaal zal open worden. Je zult inzien dat degene die je vertrouwt, niet volmaakt hoeft te zijn om je vertrouwen waard te zijn. Je zult gewoon kunnen toegeven waar dat nodig is.


Overgave betekent nooit dat je je onderscheidingsvermogen en je vermogen om zelfstandig beslissingen te nemen voorgoed weggeeft. Misschien betekent het een koersverandering, als dat aan de orde is. Want het leven is voortdurend in verandering; alles en iedereen verandert en er is geen garantie, dat wat vandaag goed is, dat morgen ook nog is. Hoe groter je vermogen om je op de juiste manier over te geven, hoe sterker je zult worden en hoe helderder je kijk op de dingen zal zijn.

Op dit ogenblik zijn velen van jullie in een tussenfase, waarin het zelf nog niet volledig en heel genoeg is en de waarneming nog niet objectief genoeg om je werkelijk te durven overgeven. Zonder die innerlijke houding is het vrijwel onmogelijk om een heel mens te worden. Daarom is het noodzakelijk dat je heel bewust probeert om op alle mogelijke manieren je eigen verantwoordelijkheid te vergroten, zowel op de voor de hand liggende manieren als de meer subtiele, zowel op innerlijk als op uiterlijk niveau. Tegelijkertijd moet je bewust en weloverwogen bidden om in staat te zijn degenen die je vertrouwen waard zijn te vertrouwen, hen als leiders te volgen en je eigen wil los te laten. Het loslaten van je eigen wil is altijd een daad naar God toe, want alleen zijn wil kan je eigen wil vervangen. Soms echter kan zijn wil alleen via anderen werken, voor dat hij zich direct door jou kan manifesteren. Het is Gods wil dat je je ook overgeeft aan het spiritueel leiderschap, waartoe hij je innerlijk geleid heeft. Het is Gods wil dat je je overgeeft aan sommige van de mooiste onwillekeurige processen in jezelf, zoals bijvoorbeeld je liefdegevoelens en je diepste intuïtie. Het is Gods wil dat je je leert overgeven, net zoals het zijn wil is dat je leert vechten en op eigen benen staan. Als je groeit in ware autonomie en in het creëren van jezelf zul je heel duidelijk voelen dat er geen tegenstelling, geen dualiteit is wat betreft overgave en stevig blijven staan. Het zal je duidelijk worden dat het ene het andere vooronderstelt, dat het ene niet zonder het andere mogelijk is.


Er is iets tragisch in de strijd van de mens. Hij verlangt zo diep naar vervulling, hetgeen inderdaad mogelijk is en niet irreëel, zoals hij soms vermoedt. Toch maakt hij de vervulling van dit verlangen onmogelijk door de natuurlijke neiging van de ziel tot overgave te blokkeren. Alle werkelijk goede dingen kunnen alleen komen als je je aan de grotere krachten van het universum overgeeft, de innerlijke en de uiterlijke krachten; aan de schep­per, aan een ander mens, aan het volgeling zijn.

Toch moet je ook voor deze vervulling vechten door je passiviteit en je onverant­woordelijkheid los te laten, want je wil daarmee dat een 'ideale' autoriteit het voor je doet. Je hebt actieve, positieve agressie nodig, om je nooit maar dan ook nooit te laten overmeesteren door de duistere krachten in je. Die willen dat je gelooft in hun influisteringen van hopeloosheid en valse overgave. Hierin moet je stevig staan en je bewust zijn van de kracht van je denken en van je innerlijke wil, en van je vermogen om geloof in plaats van angst, en moed in plaats van lafheid te kiezen. Want wat vraagt meer moed dan te geloven in Gods waarheid en in je eigen vermogen om dit te leven en te laten zien?

Er is een precies afgestemd evenwicht tussen de actieve beweging van de persoonlijkheid - of dat nu in daden, gedachten of houdingen is - en de werkelijke overgave. Werkelijke overgave maakt de persoon nooit zwak­ker. Het maakt het ego sterker en gezonder in positieve zin. Het stelt je in staat om zelfstandiger en actiever te zijn. Echte positieve activiteit en zelfbevestiging maakt je sterk en veerkrachtig genoeg om niet bang te hoeven zijn om jezelf los te laten en over te geven, en om je mee te laten stromen met een nieuwe beweging die komt uit voor jou nog onbekende bronnen. Deze krachten kunnen, zoals ik al eerder gezegd heb, uit je inner­lijk opkomen; ze kunnen betekenen dat je moet riskeren om een leraar te volgen of een partner lief te hebben. Het betekent nooit dat je je ogen voor de werkelijkheid moet sluiten. Integendeel.


Gebruik altijd al je zintuiglijke en verstandelijke vermogens en neem zo zuiver mogelijk waar, zonder de dingen subjectief gunstiger of ongunstiger te kleuren. Het kan zijn dat je een ander als volmaakter wilt zien, omdat je nog steeds geen persoonlijke verantwoordelijkheid op je wilt nemen, of omdat je dan terecht teleurgesteld kunt zijn en kunt bewijzen dat je je altijd moet wapenen tegen elke vorm van toegeven, volgen of je overgeven. Om dezelfde reden kun je op de ander neerkijken. Dan kun je zeggen: 'Niemand is te vertrouwen, ik moet altijd op mijn hoede zijn.'


Tot op zekere hoogte hebben jullie je allemaal overgegeven op bepaalde gebieden. Zonder dat zouden jullie niet kunnen ervaren wat je nu aan positiefs en aan vervulling geniet. De groei die je op dit pad hebt ervaren is in aanzienlijke mate te danken aan het feit, dat je je op zijn minst voor een deel de ruimte hebt gegeven om dit proces, je helper, je leiders en mij te vertrouwen. Dit alles heeft je geholpen om je iets meer te openen en op God te vertrouwen. Dit vertrouwen is misschien nog niet totaal en alles omvattend. Maar in de mate waarin het wel bestaat ben je bevrijd, vrij, sterk en zelfbewust.


Wat ik hier zeg klinkt heel paradoxaal. Alleen als je je overgeeft, kun je je echte kracht en zelfstandigheid vinden. Ik kan ook zeggen dat jullie allemaal nog steeds een deel van jezelf tegenhouden om je helemaal over te geven. Jullie houden een klein hoekje van je ziel nog altijd achter de hand en beschermen het tegen deze prachtige beweging van versmelting met het al. Hoe meer je achter houdt, hoe groter de problemen zullen zijn en hoe meer angst, pijn en conflict er in je leven zal bestaan.

Het ironische is, dat je precies het omgekeerde gelooft. Je gelooft dat je alleen veilig bent als je jezelf afgezonderd houdt, stijf en wantrouwend. De waarheid is dat je, door je totaal aan God over te geven, niet alleen echte veiligheid en zekerheid vindt, maar je ook aan anderen durft toe te vertrouwen als en wanneer dat passend is in je leven. Alleen als je je totaal aan God overgeeft is je kanaal schoon genoeg om waarheid van leugen te kunnen onderscheiden en te zien wie je wel en wie je niet kunt vertrouwen en volgen. Dan kun je jezelf rustig loslaten als je ziel dat vraagt, zonder gevaar te lopen jezelf te verliezen. Misschien kan ik het nog anders zeggen: alleen als je jezelf kunt loslaten, kun je een vollediger en echter ik vinden.

Het vermogen om jezelf over te geven en los te laten is een essentiële voorwaarde om gezond en heel te zijn. Het proces verloopt als volgt: eerst moet je het belang van overgave verstandelijk volledig begrijpen, zodat je gemotiveerd bent om de rest van het proces aan te gaan. Dan moet je je wil inschakelen om te kiezen. Het is niet zo moeilijk in te zien, hoe je deze beweging bewust en opzettelijk ontkent. Deze bewuste keuze om jezelf los te laten en over te geven lijkt eerst angstaanjagend, maar als je de moed verzameld hebt het telkens weer te doen, zul je ontdekken welke grote veiligheid en zekerheid er uit voortkomen.

Dan zul je tevens moeten omgaan met het onwillekeurige bewustzijns­niveau, dat deze beweging tegenhoudt, ook al wil je bewuste zelf dat helemaal niet. Eerst herken je het bestaan van dit aspect misschien alleen indirect, meer door sommige uitingsvormen dan door een direct contact ermee. Om die harde kern, die zich terugtrekt en ontkent, te leren kennen, is zoals altijd eerlijkheid nodig om jezelf onder ogen te zien en is volharding nodig om de minder aangename kanten van jezelf te doorgronden. Deze kant van jezelf heeft een enigszins andere aanpak nodig dan de bewuste kant. De bewuste kant kan rechtstreeks aan je wil gekoppeld worden. Maar de onwillekeurige, verborgen kant luistert niet direct naar je wil.


Om dat te veranderen moet je de Christus in je te hulp roepen. Bid voor dat stuk van jezelf, dat niet direct reageert op je positieve intentie en goede wil. Probeer op bewust niveau uit alle macht te verlangen om alles van je tot een geheel te maken, om je totaal aan de schepper over te willen geven en om het vermogen te buigen voor andere mensen. Maar besef dat dit stuk van jezelf in het begin als het ware achter loopt en niet onmiddellijk kan ver­anderen. Het houdt vaak koppig vast, ook al wil je bewustzijn dat misschien niet. Voor iedere verandering is geduld, volharding en vertrouwen in Gods kracht nodig. Maak ruimte voor een proces binnen het grotere proces, waarin een verborgen hoek van je ziel zich langzamerhand met de rest van jezelf verbindt.

Je hebt geen flauw benul van de kracht van je eigen ziel. Die onder­schat je voortdurend en je gelooft dat je veel zwakker en hulpelozer bent dan in werkelijkheid waar is. Je kunt alles scheppen, want je hebt alle goddelijke scheppingskrachten tot je beschikking. En je doet ook niet anders. Zoals we weten zijn sommige dingen die je creëert onaangenaam; ze komen voort uit negatieve opvattingen en verdraaide ideeën. Als je de immense kracht van je gedachten, overtuigingen, houdingen en verlangens toch eens zou kunnen zien!


De kracht van je eigen levende geest moet nog ontdekt worden, daar ligt nog een blokkade. Je wentelt je vaak in de overtuiging dat je hulpeloos bent en geslagen door tegenspoed. Zelfs het populaire geloof in God kan bijdragen aan de idee, dat je hulpeloos bent. Het is niet tegenstrijdig om te zeggen, dat alle kracht bij God berust. Hij is de bron van alles. Anderzijds sluit dit geenszins uit, dat het in je vermogen ligt om je met deze kracht te verbinden en deze kracht door je heen te laten stromen, er ontvankelijk voor te worden en er vervolgens actief mee om te gaan. Je bent een soort transformator van creatieve krachten, als je het maar zou inzien en er een wijs gebruik van zou maken.

De blokkade bestaat enerzijds omdat de eigenzinnigheid van het kleine, beperkte verstand zich zo vaak verzet tegen de goddelijke wil en wet. Als je aan je eigenzinnigheid blijft vasthouden, word je in feite steeds zwakker. Je creatieve krachten zijn verlamd. Anderzijds is er een deel in je dat geen volwassen, zelfscheppende entiteit wil zijn. Je wilt krijgen en geen verantwoordelijkheid hebben voor het scheppen van je eigen leven. Dat verzwakt je eveneens. Maar deze beide zwakheden zijn geen gegevenheden. Ze zijn onnodig en kunstmatig opgebouwd door een verkeerde houding en door onwetendheid. Als je eenmaal je ogen opent voor je innerlijke vermogens om te scheppen, te veranderen en om je zielssubstantie, andere mensen en je omgeving positief te beïnvloeden, zul je weten wie je werkelijk bent.

Dit bewustzijn bevat - naast andere dualiteiten die tot een eenheid zullen worden - de specifieke dualiteit die ik in deze lezing heb besproken: overgave en zelfstandigheid; meegaan en voor jezelf opkomen; toegeven en strijden omwille van de waarheid.

Als je zoekt naar het subtiele onderscheid tussen deze twee aspecten van het leven en wanneer en hoe daar uiting aan te geven, zul je ontdekken dat het geen elkaar uitsluitende alternatieven zijn. Beide houdingen zijn niet alleen noodzakelijke levensingrediënten, maar het is evenzeer waar dat het ver­mogen om je volledig te geven je sterkt om in waarheid voor de waarheid te vechten. Omgekeerd zal de moed om onpartijdig voor de waarheid te vechten, met voorbijzien aan eigenbelang en verborgen agenda's, je vol­doende kracht geven jezelf te durven loslaten in elke situatie. Je zult een harmonieuze, automatische reactie creëren, die juist en passend bij de situatie zal zijn. Maar het vereist een heleboel bewuste inspanning en een voortdurend zoeken, proberen en groeien in dit bewustzijn, tot je reacties zich weer aan hun natuurlijke bestemming aangepast hebben, aan hun aan­vankelijke bedoeling

Overgave draagt bij aan een bepaalde vorm van innerlijke, onwillekeu­rige ontspanning. Het onwillekeurige proces komt geleidelijk tot stand als resul­taat van veel bewust werk op het uiterlijke vlak. Dan lijkt het gewoon te gebeuren. Een verschijnsel dat sommigen van jullie misschien kennen, kan als illustratie hierbij dienen. Als mensen extreem pijnlijke toestanden door­maken, komt er een punt waar op het niet langer te verdragen is. Op het onwillekeurige niveau wordt het gevecht vervolgens opgegeven. Dan volgt een totale overgave aan de pijn, die de bewuste wil overstijgt. Op dat moment wijkt alle pijn en verandert in extase. Dit verschijnsel is bekend aan de duivelse beoefenaren van martelpraktijken voor politieke of andere machtsdoel­ein­den. Als ze dit zien gebeuren houden ze op met martelen om het slachtoffer terug te brengen in de meer normale toestand, waarin hij zich verzet tegen overgave. Ik noem dit om te laten zien hoe alles kan worden overstegen als overgave werkelijk begrepen is en in de ziel geïncorporeerd.


Voor dit moment is het voldoende om deze gedachten toe te laten en er in je denken ruimte voor te maken. Dat zal een nieuw proces op gang brengen dat je persoonlijkheid met nieuwe manieren van zelfexpressie zal verrijken, waarin ruimte is om stevig te staan, voor jezelf op te komen en in staat te zijn tot overgave, wanneer en waar het maar passend en vruchtbaar is. Overgave aan God is altijd passend en vruchtbaar. Alles van jezelf overgeven aan een leider, een leraar, een helper, een partner of aan bepaalde omstandigheden is vaak een noodzakelijke beweging zonder welke je je niet kunt vervolmaken.

Dierbare, lieve vrienden. jullie zijn allemaal zo rijkelijk gezegend en in Gods hand. Ken de kracht van je ziel als het gevolg van het kennen van je verbinding met de uiteindelijke bron van het al. Wees gezegend."


Deze lezing werd gegeven door Eva Pierrakos in 1978.

Oorspronkelijk uitgegeven door Center of the Living Force, Phoenicia (N.Y.)

o nder de titel: 'Surrender'.

Laatste herziening van de Nederlandse vertaling in 2001.

© Stichting Padwerk Nederland, uitgave 2015.

i Lezing 253 Zet je strijd voort en laat alle strijd varen (Noot vertaler)

ii In lezingen 118 Dualiteit door illusie; overdracht en 164 Omgaan met tegenstellingen wordt uitvoerig op het thema dualiteit ingegaan (Noot vertaler)

creative commons logo