Lezing van de maand

Lezing 212 Aanspraak maken op het totale vermogen tot grootheid

1 juni 1973
lezing 212

"Gegroet vrienden, broeders en zusters, zoons en dochters. Weer loopt een werkseizoen ten einde. Maar ieder einde is een begin, zoals ook ieder begin een einde is. Dit zijn de eindeloze cycli, kringloop na kring­loop, de golven die de oneindige stroom van de levensrivier vor­men. Als je eenmaal in de stroom zit, groei je en word je steeds meer deel van de universele eenheid. Als je door je blokkades de stroom stopt, hopen de kracht en energie zich op. Blokkades brengen pijn en lijden.

Aan het begin en einde van ieder werkseizoen geef ik een overzicht, een kaart die je als het ware in vogelvlucht de fase laat zien die je achter je gelaten hebt en die je dan klaar maakt voor de fase die gaat komen. Deze 'kaarten' geven je een beter idee van de vooruitgang. Geen nieuwe fase is mogelijk zonder de vooraf­gaande. Er kan geen stap worden overgeslagen. In onze jarenlange samenwerking zijn deze kaarten voor de meeste van jullie juist gebleken hoewel sommige van jullie misschien net op het moment dat we het bespreken op het punt van de respectievelijke fase zijn, terwijl anderen zich nog voorbereiden en dit punt een paar maanden later bereiken. Maar dat doet er niet toe. Er zijn natuurlijk altijd een paar mensen die zo bang zijn en zoveel weerstand bieden dat ze zich doelbewust verzetten tegen hun vooruitgang, tegen de natuurlijke organische beweging en daardoor onnodig pijn hebben en angstig zijn. Maar over het algemeen is dit de manier waarop we samen werken.

Misschien herinner je je dat ik aan het eind van het laatste werkseizoen en aan het begin van dit seizoen aankondigde dat het afgelopen jaar, deze winter in jullie termen, vooral gericht zou zijn op het werken aan 'transformatie'. Dat wil zeggen: als je negativiteit tenslotte aan de oppervlakte is gekomen en je deze geaccepteerd hebt, ermee naar buiten bent gekomen en er volledig de verantwoordelijkheid voor hebt genomen, het mogelijk is om negatieve energie te transformeren. Ik heb uitgelegd dat dit laatste totaal onmogelijk is zonder het eerste. Een vaag en algemeen bewustzijn van je negatieve houdingen, van je destructieve en boosaardige bedoelin­gen is niet voldoende. Vele malen heb ik gezegd dat je je negativiteit eerst vol­ledig onder ogen moet zien, in al zijn details. Je angst en schaamte er­over moet je overwinnen; je moet het niet meer verbergen en camoufleren of vergoelijken en je moet ook ophouden jezelf er zo overdreven schuldig over te voelen. Wel is het noodzakelijk om simpel en oprecht de volle kracht van de duivelse houdingen te bekennen, met alle details ervan. Ik heb je keer op keer verteld dat alleen dat je bevrijdt; maar ook dat dit op geen enkele manier een ziekelijk of zelfontkennend proces is - in tegen­deel. Misschien vragen sommigen van jullie zich nog steeds af, waarom het nodig is zoveel nadruk te leggen op het negatieve om echte spiritualiteit te bereiken. Enkelen van jullie hebben misschien zelfs andere benaderingen geprobeerd in de hoop deze hoogst onplezierige taak links te kunnen laten liggen. Maar op die andere manieren kun je geen echte oplossingen berei­ken, kan er geen integratie plaats vinden.

De vruchten van jullie harde werk in deze eerste onplezierige fase kunnen nu geplukt gaan worden. Een flink aantal van jullie is er het laatste jaar in geslaagd, na al het moeizame werk met je negativiteit, om echte transfor­matie te bewerkstelligen. De totstandkoming van het Centrum heeft daar in ruime mate toe bijgedragen.

Natuurlijk zijn deze fasen niet nauwgezet en precies te onderscheiden; ze overlappen elkaar altijd. Met andere woorden: misschien heb je al op een bepaald gebied blokkades opgeruimd, om zo totaal mogelijk de negatieve aspecten daar onder ogen te zien en ben je dus klaar voor het transformatie­werk. Tegelijkertijd heb je misschien op andere gebieden zelfs geen idee dat er nog ernstige misvattingen en destructiviteit bestaan. Op weer andere terreinen heb je je al volledig gezuiverd en ben je helder en vrij. Daarom is het zo moeilijk om te beoordelen of je je volledig gezuiverd hebt of niet. Alleen totale toewijding, oplettendheid, bewustzijn, bereidheid om wens­gedachten en trots te laten schieten, beschermen je tegen ieder soort illusie, een illusie die uiteindelijk wel moet leiden tot een pijnlijke desillusie.

De specifieke wijze van dit padwerk biedt hiertegen een prachtige bescher­ming. Het samenzijn dat jullie ontwikkeld hebben, de diepe kennis over jezelf die jullie met elkaar delen, het waarnemingsvermogen dat zo velen in toenemende mate ontwikkelen als gevolg van jullie vooruitgang, de grotere eerlijkheid en moed die geleidelijk een tweede natuur worden - dit alles is een onmisbare hulp. En zeker niet op de laatste plaats: voortdurend kun je een van de belangrijkste toetsstenen van dit padwerk gebruiken om je situatie te bepalen - wat vertelt je leven je? Hoe rijk en vol is je leven? Is er in toenemende mate vreugde, vrede en overvloed voor je? Hoeveel minder angstig en tegenstribbelend ben je om de diepste gebieden van je meest innerlijke zelf onder ogen te zien en bloot te geven? Wanneer je de onver­mijdelijke innerlijke blokkades ziet als tijdelijke crises, hoe totaal 'reis' je er dan doorheen om meer totaal jezelf te vinden? Als je er eerlijk naar zoekt, zijn dit de onfeilbare antwoorden die je de waarheid vertellen of je wel of niet vast­zit en jezelf voor de gek houdt over je vooruitgang – mis­schien omdat je hoopt op die manier bepaalde onprettige innerlijke eigenschappen niet onder ogen te hoeven zien en ermee aan de slag te gaan.

Over het geheel genomen zijn jullie allen ver gekomen dit jaar. Jullie zitten nu op een heel andere innerlijke plek en dat weet je ook. Velen van jullie merken dat je voor het eerst verbonden bent op een manier die je niet voor mogelijk hebt gehouden, hoewel je met de mond de woorden beleed die je jarenlang van me gehoord hebt. Voor het eerst geloven velen van jullie waarlijk en diep dat innerlijke problemen inderdaad volledig opgelost kunnen worden en dat het problematische zelf gezond, geheeld en op een vitale manier hernieuwd wordt. Het aantal vrienden dat dit stadium bereikt, neemt gestaag toe. Zij helpen de energieën te veranderen van nieuwe vrienden die zich aansluiten bij het padwerk. De impuls, de moed, het vertrouwen, het bewijs, de overtuiging, het zijn allemaal vitale ingrediënten die helpen, evenals andere mensen die getuige zijn van wat er met je ge­beurt, die zich koesteren in je omgeving.

Wanneer je deze stadia bereikt die je nooit tevoren geproefd hebt, hoewel je er misschien over hoorde, vind je ook de moed om dieper door te dringen in nog verborgen lagen van weggestopt kwaad. En altijd is er de spiraal, laag op laag, totdat de cirkels in de spiraal kleiner worden. Als ze kleiner worden en geleidelijk in een punt samenkomen, wordt het in toe­nemende mate eenvoudig. De eenvoud aan de top van de spiraal is liefde. Dit betekent weinig zolang de cirkels in de spiraal nog groot zijn. Dan is alles nog gecompliceerd door de veelvuldigheid waarin het ego zich van de eenheid afscheidt. Wanneer het woord liefde in die situatie gebruikt wordt, is het óf zonder gevoel en ervaring, alleen maar een woord dat te pas en te onpas gebruikt wordt, of erger: misbruikt, door te doen alsof waar we het nu over hebben liefde is, terwijl het vele andere dingen is, die weinig of niets met echte liefde te maken hebben. Wanneer je de innerlijke betekenis van liefde volledig ervaart, ligt alles in dat woord besloten. Kort samengevat: eerdere fasen hadden hoofdzakelijk te maken met je vermogen om negatieve houdingen, fouten, vervormingen, destructiviteit en onzuiverheden onder ogen te zien.

Het laatste jaar zijn we echt begon­nen met het transformeren van negatieve substantie, negatieve materie, energie en bewustzijn in positief materiaal. Deze twee aspecten van het werk zullen natuurlijk doorgaan. Maar in deze tweede fase wordt steeds meer mogelijk en in de natuurlijke volgorde van de vooruitgang leidt dit tot de volgende stap: het aanspraak maken op je eigen, volledige, totale, unieke zelf; het aanspraak maken op je verborgen grootheid. Dat is het onderwerp van vanavond: het opeisen van wat echt het jouwe is.

Misschien lijkt het eigenaardig, maar het is een feit dat mensen weinig zin hebben om zichzelf echt te laten zijn wat ze zouden kunnen zijn. Natuurlijk laat een uit zijn kracht gegroeid ego voortdurend zijn eisen horen, soms openlijk, soms verborgen. Maar als het op je werkelijke grootheid aan­komt, raak je erg geremd, beschaamd, zelfs bang - en houd je in wat je kunt zijn, wat je voelt dat je eigenlijk al bent. Wat is deze vreemde muur, die je ervan weerhoudt om te zijn wie en wat je bent, deze muur tussen jou en je beste, grootste, meest wijze, edelmoedige, liefhebbende, creatieve, asser­tieve, zich ontplooiende, bewuste, moedige, nederige zelf, waardig en nobel? Want je bent dit allemaal en méér. Behalve dit heb je je eigen specifieke invallen, talenten en intelligentie, waarmee je iets uiterst unieks hebt bij te dragen aan het leven en de schepping. God laat zich in en door jou op een specifieke en persoonlijke manier zien, helemaal anders dan in wie dan ook. Ik heb onlangs een lezing gegeven waarin ik een paar typische manifestaties beschreef van situaties en ervaringen, waarin het kleine zelf samensmelt met het goddelijke zelf. Ik zei ook dat er vele andere manifestaties zijn, die ik op latere tijdstippen zou bespreken. Dit is er een van.

Maar wat maakt het zo moeilijk om aanspraak te maken op je grootheid? Laten we een dieper begrip van de redenen krijgen en daardoor een grotere motivatie om jezelf het duwtje te geven dat je nodig hebt. Als je je vol­ledige zelf wordt, in de beste betekenis van het woord, zit je ogenschijnlijk in een tegenstelling: je bent uniek en bijzonder, en tegelijkertijd - hoewel uniek - helemaal niet bijzonder. Je bent als ieder ander in de zin, dat jullie allemaal goddelijke manifestaties zijn. Jullie hebben allemaal fundamentele goddelijke kwaliteiten en jullie hebben ook allemaal blokkades. Deze kunnen in intensiteit en klemtoon verschillen. Je kunt in je ontwikkeling verschillen, in je openheid en bereidheid om in waarheid te zijn. Maar jullie manifesteren je allemaal als ego's en jullie moeten allemaal door dezelfde fundamentele worsteling heen om dit ego te transcenderen. Maar je bent uniek in de zin dat God zich in jou kan laten zien als je je belem­meringen opruimt, als je je specifieke grootheid naar voren laat komen. Iedereen is een genie, want iedereen is God.

Voor het kleine ego dat zijn eigen speciaal zijn opeist, is dit geen welkom nieuws. Het kleine ego wil boven anderen staan, beter zijn dan anderen, superieur zijn aan alle anderen. Het Godzelf stelt dergelijke eisen niet. Het is nu precies die eis van het kleine ego om boven anderen uit te willen torenen wat de werkelijke grootheid belet om naar buiten te stromen. Dat kleine ego heeft de bewondering van anderen nodig, wil zich met anderen vergelijken, wil met hen concurreren en hen daarna onderwerpen, en wil bewijzen dat het boven alle anderen verheven is. Dat is een bijzonder kwaad dat uitgedreven moet worden. Juist dit kwaad veroorzaakt tal van andere houdingen die schaamte, lijden en nog weer andere destructieve en kwaadaardige patronen creëren.

Misschien zeg je wel: 'Ik wil alleen maar boven anderen staan omdat ik me zo niets voel'. Maar als je dit nu eens omdraaide? Zou je echt voelen dat je niets was als je het niet nodig had om zo superieur te zijn? Ik durf rustig te zeggen: nee. Zou je echt jaloers worden, kleinzielig, wrokkig, manipulatief, kwaadwillend, anderen hun eigen Godzelf niet latend, kortom liefdeloos, als in jou niet de wens leefde om jezelf boven anderen te willen stellen? Jouw Godbewustzijn is met het Godbewustzijn van iemand anders nooit in conflict. In conflict is enkel het ego, de staat van afzondering waarin je blind en beperkt bent. Het ego is niet heel, het is verdeeld en vaak in conflict en tegenspraak. Godbewustzijn is dat nooit. Het Godzelf hoeft zich nooit op de voorgrond te plaatsen om erkenning te krijgen. Het erkent zichzelf en is zichzelf voldoende.

Een andere belemmering voor de verwerkelijking van je eigen uiteindelij­ke, unieke schoonheid, grootheid en geest is de angst voor nog bestaand innerlijk kwaad. Alle angst is uiteindelijk de angst daarvoor. Wanneer de ware aard van deze angst lang genoeg ontkend is en op an­de­ren geprojec­teerd wordt, beginnen zich uiterlijke gebeurtenissen af te spelen die deze angst voor anderen lijken te rechtvaardigen. Hoe dichter je bij het punt komt om de angst te overstijgen, hoe meer je de angst voor het zelf onder ogen moet zien - en de tegenzin moet overwinnen om juist dit te doen. Deze angst creëert een enorme muur. De angst is een veel grotere belem­mering dan het kwaad zelf. Ik heb dit al zo vaak gezegd. Dit soort angst heeft veel te maken met de wens om in de ogen van anderen boven anderen uit te steken. Als je het in woorden zou vertalen, de eis van het kleine ego is: 'Bewonder me, ik ben zoveel beter dan jij. Houd daarom van mij.' Wat natuurlijk volslagen nonsens is.

De angst voor het kwade in je is overbodig omdat het kwade misvormde schoonheid en liefde is. De duivel in je was oorspronkelijk een engel. Hoe nu kun je deze duivel confronteren? Zoals ik al zei: jullie hebben allemaal aanzienlijke vooruitgang geboekt. Je laat je zien, je geeft toe, je erkent, je neemt in steeds grotere mate verantwoordelijkheid. Daarom vinden trans­formatie en het oplossen van de diepste, hardnekkigste problemen inder­daad plaats, met steeds grotere frequentie en op een zeer fundamentele en werkelijke manier. Maar waar nog angst is, speelt egotrots altijd een rol. En de egotrots is verbonden met je onwetendheid over de aard van de duivel in je. Niet alleen geloof je dat de jij zoals je bent de uiteindelijke, echte jij is, maar je gelooft ook dat dit duivelse deel van het zelf innerlijk vreemd is aan en anders is dan het goddelijke. Deze onwetendheid maakt de kloof nog breder, vergroot de splitsing in het denken.

Ik wil jullie nu vragen, vrienden, om ruimte in je bewustzijn te maken voor het idee dat juist deze duivel - met al zijn wreedheid, kwaadaar­digheid, oneerlijkheid, kleinzieligheid, haat en angst - in essentie een engel is. Allegorisch en symbolisch was Lucifer oorspronkelijk een lichtengel. Hij veranderde in satan en het is de evolutionaire taak van alle afzonderlijke entiteiten om een nieuwe transformatie tot stand te brengen: van satan tot Lucifer, uit de duisternis terug naar het licht. Dit is een innerlijk proces dat in je psyche plaats vindt.

De duivel is je angst en je angst is je schuldgevoel over de haat en het kwaad en het wrede in je gedachten en je gevoelens, die toch ook altijd op de een of andere manier in daden tot uitdrukking komen. Als je deze schuld onder ogen ziet en de pijn ervan volledig ervaart, niet afwijst maar 'er door heen reist', kunnen schuld en angst oplossen. Dan openbaart zich de engel. Dan stroom je vol warmte, liefde, vertrouwen, vreugde en creatieve expansie. Als dit proces plaats vindt, steeds weer opnieuw, tot alle boos­aardige materie getransformeerd is, geloof je niet langer dat je iets opgeeft wanneer je strijdt met je verstand om toch maar vast te houden aan het negatieve. Het is een illusie dat je iets ver­liest. Ik heb vaak gezegd dat er heel veel energie in het kwade zit opgesloten, energie waar je toch over wilt beschik­ken, zelfs al doe je je uiterste best hem in zijn huidige toestand te verpul­veren en te ontkennen. Als je het proces doorloopt waarin je het kwaad echt transcendeert, win je alle krachtige vitaliteit terug die je op non-actief moest stellen om het kwaad te neutraliseren. Je verliest niet alleen niets, integendeel je winst zal enorm zijn.

Als jullie willen leren om je armen en je bewustzijn wijd te openen voor de duivel in je, in geloof en vertrouwen in de innerlijke leiding, dan laat je alle angst varen - echt en oprecht en niet in de illusie dat je eraan kunt ont­komen of het te slim af kunt zijn. Je overwint niet, je verdringt niet, je scheidt jezelf niet af van wat dan ook in je. Je ziet de duivel in je volledig onder ogen. Dan lost hij op en komt zijn oorspronkelijke aard aan het licht. Omhels deze duivel in de gedachte dat het een engel is. De kracht en vitaliteit van deze duivel kan door je eigen omme­keer van gedachte en bewustzijn een stralende lichtkracht worden, een prachtige creatieve gloed vol liefde, energie en opperste wijsheid. Het kleine, jaloerse, afgezonderde bewustzijn van de duivel, dat voortdurend vecht tegen de prachtige levens­wetten, zet zich wagenwijd open. En ik zeg jullie: 'Hoe groter het beest, hoe groter de geest'. Want de kracht is in essentie dezelfde. Als je deze gedachte in je wortel laat schieten, ben je niet meer zo bang. Je zult je dan ook minder gauw verbergen voor je eigen duivel en je eigen kwaad, dat kwaad minder gauw goedpraten en ook niet meer zo gauw sidderen voor je duivel. Treed hem tegemoet met alles wat je aan moed en vertrouwen kunt op­brengen. Geef op die manier de prachtige engel vorm die deze duivel in essentie in zich heeft. Dit is het transformatiewerk dat in toenemende mate plaats vindt. Niemand kan aanspraak maken op zijn geboorterecht, zijn talenten, zijn unieke bijdrage aan het leven, als hij niet zonder angst de duivel in zichzelf ontmoet en laat zien.

Alleen op die manier kun je de dualiteiten verzoenen. Iedere tegenstelling waarvan de twee elementen elkaar uitsluiten en die je als belemmering herkent, is een teken dat je je nog steeds verdeeld voelt. Je bent dan nog afgescheiden van iets in je diepere bewustzijn, afgescheiden door je angst, je trots, je eigenzinnigheid, onwetendheid, hebzucht, je haat. Juist die aspecten kunnen totaal omgekeerd worden. De angst wordt dan vertrouwen en hoop. De trots wordt nederigheid. De eigenzinnigheid een soepele, veerkrachtige, flexibel toegevende houding, die zonder enige starheid is afgestemd om mee te stromen op je levensritme zonder je er tegen te ver­zetten. De onwetendheid wordt bewustzijn, gewaarwording, begrip en wijsheid. De hebzucht wordt een speciaal soort vertrouwen, waarin je uitreikt, wetend dat er voor jou overvloed is op elke mogelijke manier. Dan heb je over­vloed en wordt hebzucht bespottelijk. De haat wordt de kracht van je liefde.

Geen menselijk wezen, geen enkel individu kan ooit de vrede vinden en de innerlijke vervulling, de vreugde, heelheid, veiligheid en de innerlijke genialiteit waarmee hij op zijn eigen unieke wijze aan de schepping bijdraagt, tenzij hij zich toewijdt aan een zaak buiten zichzelf. Dit moet geen therapeutisch middel zijn; je moet jezelf niet plichtmatig dwingen om toegewijd en onzelfzuchtig te zijn om zo deze begeerlijke beloning van een stralende gezondheid en vervuld leven te verkrijgen. Maar het is iets wat je duidelijk moet begrijpen en kunt gebruiken als weer een aanduiding hoe ver je bent. Je moet het weer opnieuw eerlijk toegeven, als je de uit­eindelijke vervulling van het leven als iets totaal egoïstisch ziet, als een onderneming waarin je alleen je eigen belang nastreeft en waarbij alles om jou moet draaien en jou ten dienste moet staan. Als je je fantasieën bekijkt, zie je precies waar je staat. Het is heel belangrijk dat je ook hierin vol­komen eerlijk bent. En als je ziet dat je nog geen oprecht verlangen hebt om een grotere zaak te dienen en het kleine eigenbelang te vergeten, tenminste voor een tijdje omwille van grotere zaken, zou je moeten begrij­pen waarom je je eenzaam voelt, niet verbonden, angstig, schuldig en niet in staat om je talenten te verwerkelijken. Je moet weten dat je wel het aangeboren vermogen hebt om jezelf te vergeten, maar dat je ego deze natuurlijke situatie dwarsboomt. Misschien klamp je je wel vast aan mis­vattingen die je ervan weerhouden buiten jezelf te willen gaan. Misschien geloof je dat toewijding aan een zaak over je kleine ego heen masochistisch lijden en ontbering inhoudt, armoede en frustratie van persoonlijke vervulling en behoeften. Maar in feite is het precies andersom. Alleen als je waarlijk en belangeloos je unieke bijdrage kunt geven aan de schepping, voel je ook dat je recht hebt om te ontvangen, om vervuld te zijn, recht hebt op overvloed. Als je je geremd voelt en onwillig om aanspraak te maken op deze volledige zelfexpressie, is het goed voor je om naar je egocentrische gevoel te kijken, naar je gebrek aan belangstelling om aan het universum bij te dragen. Misschien verberg je dit onder een pseudo-belangeloosheid, die nog egoïstischer kan zijn dan openlijk egoïsme. Het kan een onderdeel van je masker zijn, van je behoefte om goed te lijken in de ogen van anderen.

Velen van jullie zijn begonnen zichzelf te wijden aan een grotere zaak buiten jezelf. Dit is het resultaat van een organisch proces dat zich ontwik­kelde toen je je kleine ego onder ogen zag, met al zijn op eigenbelang gerichte opportunisme en ijdelheid. Op natuurlijke wijze groeide je naar een meer ontwikkelde staat en nu voel je de prachtige vervulling die voort­komt uit het dienen van een spiritueel doel: geven aan de schepping. Je toegenomen vrede, vreugde, bevrijding, creativiteit heb je misschien niet in verband gebracht met het feit dat je zoveel meer bereid bent om iets van jezelf te geven met het doel meer en meer zielen te helpen zich te zuiveren en hogere staten van innerlijke waarheid te bereiken. Door dit verband nu te leggen word je misschien aangemoedigd in deze richting door te gaan.

Opnieuw hebben we een vicieuze cirkel, en óók een weldadige cirkel. Als je bang blijft en je blijft je verbergen voor het innerlijke kwaad kun je geen aanspraak maken op je totale, prachtige, egoloze zelf. Je blijft egoïstisch en houdt je daarom alleen maar op een negatieve manier bezig met de belan­gen van het kleine ego, met de povere voordelen en je bent niet bereid aan het leven te geven. Op die manier word je steeds armer, daar word je weer ongelukkig van en verbitterd en daardoor voel je je nog meer gerecht­vaardigd om terughoudend te zijn en niets te geven - en zo draait de vicieuze cirkel door. Maar als je deze vicieuze cirkel transformeert tot een weldadige cirkel, word je bijna onbewust - als het ware vanzelf en op natuurlijke wijze - geleid naar een houding van belangeloos geven. Dit is nooit een sentimenteel toegeven aan de neurotische en ongezonde eisen van anderen. Het betekent echt geven in de beste betekenis van het woord. Door aan anderen te geven kun je niet anders dan aan jezelf geven. Zoals je in toenemende mate gaat merken, kan er in de werkelijkheid geen andere houding ten opzichte van het zelf bestaan dan ten opzichte van anderen en vice versa. Daarom is het geven aan een zaak over het kleine zelf heen de grootste zelfverrijking die je je kunt voorstellen. Maar zoals ik niet genoeg kan benadrukken, het leven kan niet bedrogen worden, hoezeer je ook doet alsof, zelfs tot op het punt waar je zelf gaat geloven dat je geven oprecht is. Je leven vertelt je ook hierover de waarheid, zoals in alle andere zaken.

Het geven aan een zaak over het kleine ego en de kleine eigenbelangen heen biedt opperste bevrediging. Wie zichzelf daarvan berooft, kent geen vrede en vreugde, geen vervulling en geen gevoel van eigenwaarde en het diepe gevoel op het beste te mogen rekenen dat het leven te bieden heeft. Er is een direct verband: in de mate dat je edelmoedig en vol vertrouwen het beste aanbiedt dat je aan het leven te geven hebt, God toelaat het over te nemen, in precies diezelfde mate voel je het recht om je armen wijd te openen om het beste te ontvangen wat het leven jou te bieden heeft. In de mate dat je afhoudt in de kleinzielige angst dat dit misschien je eigenbelang schaadt, in die mate moet je ook wel de rijkdommen van het leven afweren. Dit werkt feilloos. Er zit een fijn afgestemd mechanisme in de diepste regionen van je psyche dat absoluut volmaakt werkt.

Als je geven aan het leven zo totaal wordt dat je ten diepste bereid bent aan de kleine ijdele pretenties voorbij te gaan omwille van de grotere waarheid, uit een gevoel van verantwoordelijkheid dat dit noodzakelijk is, dan gaat de overvloed van je leven je huidige begrip ver te boven.

Toen deze groep voor het eerst samenkwam, waren jullie allemaal afzon­derlijke eilandjes, ieder bezig met zijn eigen kleine lijden, zonder enig contact met je innerlijke zelf en natuurlijk ook niet met elkaar en met het leven. Toen waren jullie helemaal niet bereid om aan het leven te geven. Pas sinds kort merken velen van jullie dat dit tot op zekere hoogte nog steeds geldt. Maar je kunt deze ontdekking doen, juist omdat je al toe­gewijd bezig bent om van jezelf te geven aan een hoger doel. Jullie zijn allemaal betrokken bij de edelste zaak die er voor een entiteit kan bestaan en dat is de zuivering, het helen van zielen. Op die manier draag je op de meest vitale manier bij aan het grote evolutionaire plan.

Iedere ziel die dichter bij de drempel komt en tenslotte deze drempel over­gaat, maakt onnoemelijk veel energie vrij aan schoonheid, wijsheid, kracht, liefde, waarheid, creatieve vindingrijkheid, heelheid en bereikt op die manier miljoenen andere entiteiten. Dit gebeurt op directe en op indirecte wijze. Probeer eens uit te rekenen hoe iedere veranderde houding in jou anderen laat profiteren. Ieder constructief geven is een immense, mooie en vitale levenskracht in het universele plan en heeft oneindig veel invloed op alles wat is. Ik heb ooit een vergelijking gemaakt: als je iets in het water gooit, komen er cirkels van golven die steeds groter worden. Deze golven eindigen nooit. Ze lijken te eindigen, waar het water ophoudt. Maar als het water net zo grenzeloos was als het universum, zouden de golven nooit eindigen. Zo is ieder idee, iedere bedoeling en iedere gedachte die je vormt een oneindige golf die nooit ophoudt. Het wordt gemotiveerd door een belangeloze toewijding aan universele waarheid, liefde en vertrouwen en het drukt een verlangen uit om aan het leven bij te dragen overeenkomstig de wil van het Albewuste dat alle leven doordringt. De gevolgen zijn er nog lang nadat je je er in de verste verte niet meer bewust van bent. Je activeert nieuwe schepping, je zet nieuwe psychische gebeurtenissen in beweging, die een onverbiddelijk effect hebben op het leven en op jou.

Daarom is het van het grootste belang dat je weet wat voor een geweldige uitwerking je denken en je bedoelingen hebben, de positieve zowel als de negatieve. Je liefdevolle gedachten aan het universum en je overgave aan de goddelijke, creatieve intelligentie in je zijn net zo werkelijk en effectief als je wrokkig afhouden door gebrek aan vertrouwen.

Het avontuur waarin je nu verwikkeld bent, geeft je een prachtige gelegen­heid om anderen te helpen. Juist het zuiveringswerk dat je doet, moet op de een of andere manier aan anderen overgebracht worden. Je geven kan vele vormen aannemen. Het zal altijd op jouw unieke manier zijn. Je innerlijke creatieve intelligentie moet de beslissing nemen, want alleen jij weet hoe je het best kunt bijdragen. Wat je met je bewuste verstand kunt bepalen is de intentie, de wens je wil over te geven, het verlangen datgene in je te active­ren wat groter is dan je ego, om de kracht van jullie groep te vergroten, het licht te versterken dat er al is. Hoe eerlijker je in dit opzicht bent, hoe hel­derder de troebele wateren worden. De duisternis, de ondoorzichtigheid verdwijnt. In de mate dat je je oprecht bewust bent van je gerichtheid op jezelf, ben je een stap dichter bij het echte belangeloos geven.

De reden dat je geen aanspraak kunt maken op je grootheid is juist het kleine zelf, dat voortdurend op zoek is naar zijn eigen kleine voordeeltjes. Die voordelen kunnen materieel zijn of de trots om te kunnen opscheppen en de bewondering van anderen te winnen, om beter te lijken in de ogen van anderen dan je eigenlijk gelooft dat je bent. Maar als je je daarvan weet los te maken, wordt het oneindig veel gemakkelijker voor je om aanspraak te maken op je ware zelf, met al zijn vermogens, capaciteiten en eigen­heden. Je staat jezelf alle overvloed toe waar je nu misschien nog maar mondjesmaat aan toekomt - en waar je ook nog schuldgevoelens over hebt. Juist omdat dat niet langer meer je doel is, word je geapprecieerd. Je schaamt je er niet meer voor zo goed te zijn als je maar kunt. Je hoeft jezelf niet meer in te houden naarmate je de trots van je kleine ego ontwortelt, evenals het schrale inhouden van het leven, het wrokkige niet willen geven, het dienen van je eigenbelang, de huichelarij en het verbergen van je ware wezen, de angst voor het kwade in je, omdat je weigert te zien dat het kwade de essentie van de engel bevat. In iedere duivel sluimert een engel die er alleen maar uit wil.

Als je niet nederig genoeg bent, kun je je grootheid niet naar buiten bren­gen. Maar in nederigheid is het niet nodig je grootheid in te houden. Er bestaat dan geen dwingen meer en geen verlangen om te bewijzen. Het is dan een rustig innerlijk weten. Het is dan volslagen onbelangrijk en onnodig dat anderen je erkennen. Ze gaan je erkennen wanneer je het niet meer nodig hebt en erop staat. Maar zolang je deze erkenning nodig hebt, verliest het kleine ego zijn zin voor proportie. Het tast rond in het duister en het vecht tegen het verkeerde.

Daarom zeg ik jullie, vrienden, op het moment dat deze serie lezingen ten einde loopt (wat niet betekent dat ons contact verbroken wordt, nu jullie in je Centrum zo'n prachtige gelegenheid hebt om te werken), kunnen jullie misschien voor jezelf een nieuwe grootheid in nederigheid visualiseren, zonder ego, zonder ook maar iets te bewijzen, zonder jezelf positief of negatief met anderen te vergelijken. Visualiseer jezelf als iemand die niet bang is voor het slechtste in zichzelf, omdat je het slechtste in de aller­mooiste, wijste, sterkste liefdeskracht kunt transfor­me­ren. Juist door dat slechtste te verbergen, wordt het kleinzielig en gevaarlijk. Door het te laten zien maak je het mogelijk deze nieuwe potenties te zien.

Ik zegen jullie nu en zeg jullie nogmaals dat jullie werk en groei een steeds groter wordende, prachtige vorm van energie is in de geestelijke wereld. Als je de schoonheid ervan kon zien zou je verrast staan. Als jullie wer­kelijk de waarde, het belang en de betekenis konden waarnemen van wat ieder van jullie doet, zouden jullie een diepe, diepe vreugde kennen.

En vroeg of laat zul je die ook kennen. Zelfs terwijl je nog in je lichaam verkeert. Eerst voel je het aan, dan neem je het waar, je ervaart het van binnen en het maakt je sterker en meer verantwoordelijk. Allemaal worden jullie meer bewuste werktuigen, elk op zijn enige, mooie, volmaakte manier; ieder wezen een klein stukje dat het geheel aanvult en precies past in de andere 'stukjes'. De een kan niet functioneren zonder de ander en elk heeft zijn eigen unieke bijdrage. Daarom hoef je ook nooit jaloers te zijn of jezelf te bewijzen. Alleen als je dat weet, ken je ook je eigen unieke groot­heid, je volledige schoonheid en wijsheid.

Liefde doordringt alles wat jullie ondernemen. Iedere stap op de weg is zinvol en van betekenis in je leven. En je leven is heel, heel waardevol.

Gezegend zijn jullie allemaal. Wees in vrede!"

Deze lezing werd gegeven via Eva Pierrakos in 1973.

Oorspronkelijk uitgegeven door Center for the Living Force, Phoenicia (N.Y.) onder de titel: 'Claiming the Total Capacity for Greatness'.

Laatste herziening van de Nederlandse vertaling in 1994.

© Stichting Padwerk Nederland, uitgave 2015.

creative commons logo