Lezing van de maand

Lezing 211: Uiterlijke gebeurtenissen weerspiegelen wat je innerlijk schept – drie stadia

4 mei 1973
lezing 211

 

“Ik groet jullie, vrienden. Ik zegen jullie en heet jullie welkom vanavond.

De tijd is rijp om deze speciale lezing te geven want genoeg vrienden op het pad zijn niet alleen in staat om haar verstandelijk te begrijpen, maar ook om een aantal van de principes in praktijk te brengen. Zoals altijd moet ik bepaalde facetten herhalen om de verbanden duidelijk te maken en om het onderwerp van deze lezing en voorafgaand materiaal tot één geheel samen te voegen.

De menselijke geest is als het ware in een doosje geperst, een doos van verkeerde en beperkte waarneming. Pas als je jezelf leert kennen, ga je geleidelijk het leven in zijn juiste perspectieven zien en ga je het verband zien met wat je zelf innerlijk schept. Een specifieke vergissing in de menselijke waarneming is om dat wat je ziet, voor het geheel te houden. Maar je ziet alleen maar kleine stukjes. Dit geeft natuurlijk een ander beeld van de werkelijkheid, een ander beeld van het leven, van de schepping en de processen die daarmee verbonden zijn. Stel je een enorm schilderij voor, waarvan je door een spleetje maar een klein deel ziet; de rest van het schilderij blijft bedekt. Wat je dan ziet, is slechts een deel van de werkelijkheid, maar als je gelooft dat het de hele werkelijkheid is, kloppen je waarneming en begrip niet. Zo is het ook met het menselijke denken en waarnemen van de werkelijke wereld.

Maar die menselijke geest is ook in staat zich oneindig te verruimen en zijn huidige begrenzingen te overschrijden. De geest moet zijn speci­fie­ke beperkingen overschrijden om tot zijn totale bereik te komen en zal dat uiteindelijk ook doen. Heel wat menselijke misvattingen komen voort uit een zeer eenzijdige gerichtheid. De geest heeft zo zijn eigen opvattingen en waarnemingen en blijft die houden zolang deze processen niet aan de kaak gesteld worden. Zolang ze als vanzelfsprekend en als de waarheid worden aangenomen, blijft de geest in zijn doos. Om dus tot een dieper begrip en een duidelijker beeld van de werkelijkheid te komen, moet je eerst weten dat je jezelf voortdurend hersenspoelt. Dit gebeurt vooral met je ervaringen in het leven. Zolang het verband tussen je innerlijke werkelijkheid en je uiterlijke ervaringen zo vaag is als nu bij de meeste mensen, zijn je opvattingen over het leven en de verbanden tussen het leven en jezelf hopeloos misvormd. De doos waarin de geest zich bevindt, wordt pijnlijk klein en beperkt. Al je waarnemingen zijn onbetrouwbaar omdat de basisopvatting van je leven en je zelf vertekend is. De illusie dat je ervaringen in het leven van buitenaf komen, is zo wijdverbreid dat het heel moeilijk is om de hersenspoeling te doorbreken.

In deze lezing wil ik drie basisstadia in groei en ontwikkeling bespreken, uitgaande van je levenservaringen.

In het eerste stadium dat het verst van de werkelijkheid verwijderd is, lijken globaal gesproken alle gebeurtenissen los van jou te staan. De wereld lijkt een vaststaand gegeven en je persoonlijke ervaringen overkomen je als gevolg van zuiver toeval, geluk of ongeluk. Maar je groeit. Je gaat van gebeurtenissen zien dat jij ze hebt geschapen; misschien niet bewust, niet opzettelijk, maar toch weet je dat je de gevolgen die je nu ervaart, zelf veroorzaakt hebt. Toch kun je dit nog steeds niet zien waar het om uiterlijke gebeurtenissen gaat, die niets met jou te maken schijnen te hebben. Wanneer zo’n gebeurtenis je geluk en vrede aantast, ben je nog ver van je centrum. De gebeurtenis staat dan ver van je af en weerspiegelt alleen maar symbolisch je innerlijke toestand, of aspecten van je innerlijk waarmee je je zou moeten bezighouden, maar die je tot nu toe hebt laten liggen. Deze weigering om er iets aan te doen, om er zelfs maar naar te kijken, houden je af van het punt waar je zelf schept; de gevolgen van je schepping lijken niet alleen ver van jou af, maar ze zijn dat ook, en ze lijken los te staan van wat jij wilt.

Deze toestand is heel pijnlijk. Wat je overkomt, lijk je niet verdiend te hebben en het leven wordt heel beangstigend door zijn schijnbare onvoorspelbaarheid. Je lijkt werkelijk een slachtoffer van omstandig­heden die zich aan jouw invloed onttrekken. Dit maakt je angstig en wantrouwend ten opzichte van het leven. Het laat ook het grootste menselijke misverstand bestaan: dat de mens een slachtoffer is. Geen ‘spel’ is dodelijker en pijnl­ijker. Toch is er geen weerstand groter dan die tegen het opgeven van dit misverstand; de weerstand om de oogkleppen af te doen en verder te kijken dan dit zo beperkte blikveld.

Ik heb dit principe al vaker in een andere context besproken. Mijn vrienden in het padwerk gaan, na heel wat weerstanden en blokkades overwonnen te hebben, nu en dan echt ervaren dat wat eerst onomstotelijk een uiterlijke gebeurtenis leek waarin ze toevallig terechtkwamen of die hen overkwam, in werkelijkheid een logisch gevolg is van hun eigen innerlijke houding en hun expliciete intenties. De gebeurtenis weerspiegelt bepaalde vervormde ideeën, waarvoor dan ook specifiek en vervormd handelen, reageren en willen nodig is. Als je dit verband gaat zien, ontstaat er langzamerhand een heel ander wereldbeeld. Stukje bij beetje wordt je blik gecorrigeerd en krijg je een helderder inzicht in het leven.

Zoals jullie weten is er moed, nederigheid en eerlijkheid nodig om innerlijke houdingen met uiterlijke gebeurtenissen in verband te brengen. Het vereist de uiterste integriteit en het zelf nemen van verantwoordelijkheid. Maar de opluchting, de veiligheid, de nieuwe energie en de scheppingskracht die eruit voortspruiten zijn niet te beschrijven. Velen van jullie gaan gestadig deze kant op. En terwijl je zo doorgaat, vermindert de weerstand om deze verbanden te leggen. Het belang dat je erbij hebt om de fictie in stand te houden dat je een slachtoffer van het leven bent, wordt minder naarmate je in je eigen verantwoordelijkheid groeit. Dit doet je zo goed dat je deze situatie niet meer zou willen ruilen voor de onwaarheid van het slachtoffer zijn.

Naarmate je meer in deze nieuwe toestand groeit, zullen zich steeds minder vaak gebeurtenissen voordoen die zover van je af staan dat ze alleen maar als een symbolische weergave van een aspect van je innerlijk geïnterpreteerd kunnen worden - en dan onvermijdelijk als

jouw creatie herkend worden.i Hoe vaker je deze verbanden legt en zo je eigen invloed ziet op je levenservaringen, hoe minder gebeurtenissen zullen plaats vinden die zo ver van je af staan, dat je de verbindende schakel alleen maar kunt zien door ze te gebruiken als een symbolische afbeelding van een aspect van je innerlijke landschap.

Wij komen nu bij het tweede stadium van dit proces. In dit stadium kun je betrekkelijk gemakkelijk de uiterlijke gebeurtenis zien als een gevolg van je houding. Dit betekent niet dat je deze speciale creaties ook onmiddellijk kunt stopzetten. Je dient heel wat inzicht in jezelf te verwerven en heel wat ingehouden energie en gestagneerde gevoelens bloot te leggen en vrij te maken voor je je leven kunt gaan herscheppen. Toch zijn je ervaringen nu voor het grootste deel het gevolg van je eigen houdingen, intenties, opvattingen en gevoelens. Je ziet hoe een bepaal­de ervaring het resultaat is van bijbehorende verlangens, verdedigings­mechanismen, destructieve handelingen, vasthouden aan negatieve patronen, enzovoort. Ik hoef niet te zeggen dat je je in dit stadium nooit meer zo hulpeloos, bezorgd, bang, hopeloos en slachtoffer voelt als in het eerste. Zelfs als je nog twijfelt aan je vermogen om deze specifieke houdingen en patronen te veranderen, omdat een dieper niveau van negatieve intenties nog niet is blootgelegd - namelijk de onwil om ze te veranderen - zelfs dan lijkt de wereld tenminste niet meer zo’n chaos. Dit betekent een grote stap vooruit op de evolutieladder.

In het derde stadium van dit verloop zijn je houdingen en handelingen, je intenties en gevoelens zuiver, realistisch en productief genoeg geworden, zodat je nu voor het grootste deel positieve levens­ervaringen creëert. Uiterlijke gebeurtenissen vallen steeds meer op hun plaats. Zoals ik in de laatste lezing besprak, ga je een nieuw, zichzelf voortzettend proces van positieve scheppingen en ervaringen in.ii Maar je bent nog niet helemaal gezuiverd. Je bent je veel meer bewust van je eigen valkuilen en dus in staat om snel door de sluier van de illusie heen te prikken. Maar er blijven nog wolken. Zo lijd je soms nog onder je eigen stemmingswisselingen, die af en toe zonder enige uiterlijke ‘reden’ lijken te komen en te gaan. Je kunt jezelf niet langer meer om de tuin leiden door aan te nemen dat iets of iemand anders het je aandoet. Je weet dat het jouw stemming is. Natuurlijk zul je soms zeggen dat je zo somber bent, omdat deze of gene je iets heeft aangedaan. En dit kan heel goed waar zijn. Maar dan hoort zo’n gelegenheid niet in de derde categorie thuis, maar in de eerste of de tweede, afhankelijk van je visie. Stadium drie houdt in dat je weet dat jouw stemming niet veroorzaakt wordt door een factor van buitenaf, maar zich gewoon in jou voordoet, zonder uiterlijke provocatie of reden. Het is alsof er een wolk voor de zon is gekomen. Je weet nog niet waarom, maar je weet wel dat de reden in jezelf ligt. Toch ben je nog steeds het slachtoffer van je eigen stemmingswisselingen. Ofschoon er nog steeds afstand is, is deze in dit derde stadium veel kleiner. De manifestatie komt steeds dichter bij jezelf omdat je in de voorgaande stadia de koppeling hebt kunnen maken.

Er kunnen verschillende oorzaken zijn waarom die wolken plotseling de innerlijke zon bedekken. Misschien onderdruk je iets wat je voelt of iets wat je ziet van de mensen om je heen, omdat je niet bereid bent de pijn of de teleurstelling die je erbij voelt in je toe te laten. Of je ervaart eenvoudig­weg de innerlijke beweging van je pad, dat onverbiddelijk dieper materiaal naar boven brengt om aan te pakken terwijl je verder gaat. Die stemmingen zijn dan signalen voor je, die je aandacht vragen voor iets in jezelf dat anders nooit tot je bewustzijn zou zijn doorgedrongen.

 

In deze context herhaal ik nogmaals: als ik spreek over de innerlijke werkelijkheid doel ik niet louter op een psychologische of emotionele toestand. De innerlijke werkelijkheid is het grote, weidse universum en jij staat op de grens van deze weidse, uitgestrekte, eindeloze, oneindige innerlijke ‘ruimte’ van de schepping, waarin iedere denkbare bewust­zijnstoestand, uitdrukking en situatie bestaat. Aan de andere kant is de uiterlijke leegte, die met bewustzijn en licht, met liefde en leven ‘gevuld’ moet worden. Het stoffelijk lichaam is de grens, het grens­gebied. Het bewustzijn achter het lichaam is de overbrenger, wiens taak het is om de leegte te vullen met de innerlijke werkelijkheid. Het enige probleem is dat in dit grensgebied vaak vergeten wordt dat de innerlijke werkelijkheid de echte wereld is, of zelfs dat er zo’n wereld bestaat.

In het duister van de beperkte geest is het bijna onmogelijk je een werkelijke wereld voor te stellen die in jou bestaat of via jou naar oneindige ruimten leidt. Je kunt je alleen ruimte voorstellen in de uiterlijke, weerspiegelde werkelijkheid. Alleen de ruimte van de driedimen­sio­na­le bewustzijnsstaat lijkt ‘echt’. Toch weten zelfs jullie natuurkundigen vandaag de dag dat de verhouding tijd, ruimte en beweging oneindig veel variaties kent en dat het tijd-, ruimte- en bewegingscontinuüm van jullie wereld - dat wil zeggen van jullie staat van bewustzijn - relatief is en slechts één mogelijkheid onder velen; het is geen vaste, exclusieve ‘werkelijkheid’ die op alles van toepassing is.

Wanneer een menselijk bewustzijn ‘doodgaat’, als het ware, trekt het zich in werkelijkheid terug uit zijn omhulsel in een ander continuüm van tijd, ruimte en beweging, namelijk in de innerlijke wereld. Net zoals tijd, ruimte en de verhouding tot beweging binnen deze specifieke ruimtewerkelijkheid het resultaat zijn van een specifieke bewustzijnstoestand, zo zijn landschappen, objecten, omstandigheden, natuurwetten, de atmosfeer, het klimaat en de relatieve werkelijkheid ook het resultaat van specifieke bewustzijnstoestanden. Je innerlijke wereld is zo geheel en al het product van je algehele bewustzijns­toe­stand. In deze innerlijke wereld sta je in verbinding met anderen, wier algehele bewustzijnstoestand ongeveer met de jouwe overeenkomt, zodat je een gezamenlijk geschapen sfeer van tijdelijke werkelijkheid deelt. Hetzelfde geldt natuurlijk voor deze aardse sfeer, met als enige verschil dat de innerlijke toestanden veruiterlijkt zijn op een manier die vaak veel moeilijker te onderscheiden is.

Je weet ook dat je bewustzijn niet één toestand is. Je bestaat uit vele aspecten van bewustzijn, die onderling vaak volledig tegenstrijdig kunnen zijn en waarvan het ontwikkelingsniveau zeer kan verschillen.

Wanneer het ware zelf een taak op zich neemt voordat het incarneert, kiest het bepaalde aspecten om ‘mee te nemen’ als ik het zo mag stellen. Op het Pad word je geholpen deze taak te vervullen: om deze niet-verbonden aspecten van je bewustzijn te verenigen, te verfijnen, opnieuw op te voeden en te zuiveren. Die taak heeft het ware zelf op zich genomen. Je actieve, beslissende, uiterlijke bewustzijn, je ego zo je wilt, kan kiezen of het dit begrip zoekt of ontwijkt. Dit egobewust­zijn is de grens tussen de innerlijke lichtwereld en de uiterlijke leegte. Wanneer de geest verwikkeld raakt in de deelwerkelijkheid van het driedimensionaal bewustzijn, kan hij gemakkelijk zijn taak vergeten en het kost strijd om het bewustzijn weer te doen ontwaken. Ik kan hier aan toevoegen dat de mens heel veel spirituele leiding en hulp krijgt, als hij dat maar wil zien.

Wanneer de geest vergeet en afgesneden is van de waarheid van het bestaan, identificeert het bewuste egozelf zich soms tijdelijk met de aspecten die heropgevoed en gezuiverd dienen te worden, zodat het dan het besef van zijn ware identiteit verliest. Dit is altijd een uiterst pijnlijke toestand, maar het gebeurt alleen wanneer trots, eigenzinnig­heid en angst de vrije hand krijgen om het bewustzijn te regeren. Omdat je je volledig identificeert met die aspecten, worstel je om ze niet te zien. Op het moment dat je ze aan het licht brengt, er verantwoordelijkheid voor neemt en ze realistisch beoordeelt, houdt deze beschamende isolatie op en zie je de aspecten precies voor wat ze zijn: eenvoudig aspecten van het totale zelf.

Daarom is het uiterst belangrijk dat je jezelf in je padwerk onderzoekt en ophoudt het negatieve deel van jezelf te verbergen en achter te houden. Want hoe meer je het verbergt, hoe meer je jezelf erin verliest en hoe groter de wanhoop van de illusie. Pas wanneer je zo moedig en nederig bent om de negatieve kanten van jezelf keer op keer te erkennen en bloot te geven, doet zich het wonder voor: dan identificeer je je niet langer heimelijk met die kanten die je wilt verbergen. Hoe paradoxaal het ook op het eerste gezicht mag lijken: hoe meer je het destructieve deel bloot geeft, hoe meer je je ware, creatieve zelf leert kennen. Hoe meer je je lelijkheid bloot geeft, hoe meer je je schoonheid leert kennen. Hoe meer je je haat en al zijn afgeleiden bloot geeft, hoe meer je je al aanwezige staat van liefde leert kennen die er dan doorheen kan schijnen.

Stel je eens voor vrienden, hoe ongelooflijk en pijnlijk je jezelf knel zet wanneer je datgene verbergt waar je je het meest voor schaamt en het meest bang voor bent. Juist vanwege dit verbergen vererger je de houdingen die je het meest in jezelf haat. Je maakt ze veel en veel erger door ze te verbergen en dan raak je er op diepe niveaus steeds meer van overtuigd dat dit je ware zelf is. Dat is de vicieuze cirkel die je nog vastbeslotener maakt om te verbergen, en daarom nog geïsoleerder, negatiever en destructiever vanwege je manieren van verstoppen. Je verbergen vereist altijd dat je je echte schuld op anderen projecteert, anderen de schuld geeft, jezelf vrij­pleit, hypocriet bent, enzovoort. Daardoor raak je er steeds meer van overtuigd dat dit verborgen deel de echte jij is waarvoor geen hoop bestaat. De ware taak begint met je helemaal bloot te geven. Ik heb het zo vaak gezegd, je kunt gewoon niet om dit aspect van spirituele ontwikkeling heen. Mensen die op zoek zijn naar spirituele groei en dit toch uit de weg gaan, misleiden zichzelf en zullen vroeg of laat ruw en pijnlijk wakker worden geschud. Je moet erdoorheen, je moet alles bloot geven. En dan ga je ook beseffen dat de slechtste dunk van jezelf nooit terecht is, hoe lelijk de trekken en houdingen die je verborg ook zijn. Het is nooit terecht, omdat deze kanten alleen maar geïsoleerde aspecten zijn van het totale bewustzijn waarvoor je ware zelf de leiding op zich heeft genomen.

Als je deze stappen volgt, word je je bewust van je hoger zelf, niet als een theorie of filosofisch uitgangspunt, maar als pure werkelijkheid, hier en nu. Je ervaart jezelf als de ware entiteit die je bent, altijd geweest bent en altijd zult zijn, wat de geïsoleerde bewustzijnsaspecten je in hun begoocheling en dwaasheid ook voorhouden. Dit is echt een grootse, prachtige taak! In dit proces leer je je innerlijke werkelijkheid en al haar verschillende aspecten en bewustzijnsniveaus kennen. Je ziet de uiterlijke gebeurtenis in het perspectief van het innerlijk landschap, dat dan niet meer iets symbolisch of een kleurrijke vergelijking is, maar pure werkelijkheid.

Laten we nu terugkeren naar de drie basisstadia vanuit deze invalshoek. Als je te werk gaat zoals je dat op dit pad leert en de verbanden tussen jezelf en de gebeurtenissen gaat leggen, ook al lijken ze ver buiten je wil en je verantwoordelijkheid om te gaan, dan gaat er een eigenaardige omkering plaats vinden in je visie op jezelf en het leven. Wat eerst oorzaak leek - de uiterlijke gebeurtenis - wordt nu gevolg, en andersom. Wat eerst louter een symbolische analogie leek - het innerlijk landschap - wordt nu pure werkelijkheid, terwijl de uiterlijke gebeurtenissen een symbolische weergave van de innerlijke werkelijkheid worden. Deze nieuwe zienswijze brengt een heel gamma van nieuwe reacties op het leven voort. Er komt een diep gevoel van veiligheid omhoog, omdat gedachten en wensen, gevoelens en houdingen nu als scheppende krachten gezien worden. En zo spring je niet langer onverantwoordelijk om met gedachten en meningen, met wat je gelooft, met gevoelens en houdingen, in de waan dat zij niet tellen en geen gevolgen hebben. Dit nieuwe bewustzijn brengt het besef met zich mee dat je een schepper in het wereldplan bent.

Als je je er niet tegen verzet om voorbij de onjuiste, beperkte logica te gaan van het materialistisch bewustzijn, waarin het leven een vaststaand gegeven lijkt waarin jij bent neergezet, dan zul je de samenhang ervaren tussen de uiterlijke gebeurtenis en het innerlijk leven. Door de vrede, de vreugde, de veiligheid en het gevoel één te zijn met alle leven, die hier onvermijdelijk uit voortvloeien, lijkt het vroegere verzet tegen deze toestand totaal belachelijk. Toch vechten mensen hier meer tegen dan tegen wat dan ook. Ze zoeken allerlei verklaringen. In verschillende tijden bedachten mensen verschillende antwoorden om de gevolgen van hun innerlijke schepping weg te redeneren, om geen verantwoordelijkheid te hoeven nemen, om de uiterlijke gebeurtenissen niet met hun eigen innerlijke toestand in verband te hoeven brengen. Het lijkt zo belangrijk voor je om dit niet te doen. Toch zou niets zo bevrijdend kunnen zijn als deze nieuwe houding ten opzichte van jezelf en je leven.

Niets anders kan je het ware gereedschap geven om je leven op een nieuwe manier te scheppen en te herscheppen. Want als je je negatieve schepping gezien hebt, heb je het gereedschap in handen om een positieve schepping neer te zetten, waarin dezelfde principes van toepassing zijn. Je hebt jezelf geconditioneerd om de negatieve gedachten en interpretaties die je koestert te verdoezelen en om te negeren dat je er belang bij hebt om je gebreken, je wrok en haat te rechtvaardigen. Je zou alles liever doen dan inzien dat je opzettelijk en met slechte motieven ongelukkige ervaringen opzoekt. Je veroorzaakt en schept vaak op grote schaal pijnlijke, verzwakkende en teleurstellende ervaringen. En dan gebruik je die weer als rechtvaardiging om nog meer verbittering en wrok te koesteren, om nog bestraffender te worden en het beste dat je bent en in je hebt achter te houden. Je verliest uit het oog dat je deze creaties zelf gewild hebt en dan wordt het lijden heel werkelijk. Hoe meer je uit het oog verliest dat je het zelf schept, hoe verbitterder en hopelozer het lijden wordt. Dan houd je jezelf voor dat je gedachten en je intenties niets met je ervaringen te maken hebben. Je probeert je­zelf ervan te overtuigen dat ze geen werkelijke macht hebben. Maar uiteindelijk ga je zien dat ze wel degelijk macht hebben.

Vaak wordt de scheppingskracht van gedachten, intenties en emotione­le houdingen genegeerd vanwege de tijd die tussen oorzaak en gevolg ligt. De kinderlijke geest ziet alleen gevolgen wanneer oorzaak en ge­volg onmiddellijk en duidelijk op elkaar volgen. Alleen een meer vol­wassen geest kan een gevolg onderscheiden dat verder van de oorzaak verwijderd is. Zo lang er negatieve intenties bestaan, blijft de geest kinderlijk en blind en blijven de waarnemingen in gelijke mate beperkt.

Wanneer je eenmaal het tweede stadium hebt bereikt waarin je ervaringen gaat herkennen als gevolg van je houdingen, krijg je al gauw steeds meer ervaringen waarbij je dit gemakkelijk kunt onder­schei­den en steeds minder ervaringen die helemaal een veruiterlijkte projectie en symbool zijn van de innerlijke werkelijkheid. Je kunt hier of daar nog steeds geblokkeerd zijn en merken dat je je bewust verzet om positief te scheppen. Maar dit stelt je in de gelegenheid om al je inspanningen, aandacht en energie te richten op het bewust worden van nog meer ondergronds materiaal dat deze blokkade veroorzaakt. Nu weet je tenminste waar je vastzit en waarom. Je kunt op zinvolle wijze kiezen waar je je aandacht op richt. Je kunt de loop omdraaien van wat nu een betekenisvolle keten is: gedachte en geschapen intentie en actie (of het gebrek daaraan).

Ik raad al mijn vrienden aan zich er vooral meer en meer toe te verbinden hun leven in dit licht te zien. Wat mis je en hoe schep je dat? In hoeverre ben je bereid om met jezelf in waarheid te zijn? Helemaal? Dat is de grote vraag.

Neem nu het derde stadium, je stemmingen. Jullie hebben allemaal wel situaties meegemaakt waarin je stemming plotseling zonder reden omsloeg, van zonnig naar bewolkt. Op het eerste gezicht lijkt dit meer frustrerend dan wanneer je deze verandering aan een uiterlijke reden kunt toeschrijven. Tegelijkertijd leidt het je directer naar je kern. Je kunt niet langer anderen er de schuld van geven en zo je waarheid ontvluchten. Zolang andere mensen gebruikt kunnen worden als zondebok voor je sombere buien, ben je veel verder van de waarheid dan wanneer er niets onaangenaams gebeurd is en je stemming toch omsloeg. Dat is zo frustrerend, dat alles in je zich verzet. Dit gebeurt in de mate waarin je er nog belang bij hebt om anderen de schuld te geven van je toestand. Je vecht tegen de stroom van je innerlijke beweging. Het kind in je verklaart dat iets plezierigs nooit mag veranderen. Als je je nú lekker voelt, moet dat voor altijd zijn. Het geloof dat je huidige gunstige stemming nooit ophoudt, schept ook de keerzijde van de medaille: als je in een moeilijke, gedeprimeerde, grauwe stemming verkeert, ga je wanhopen omdat je dan denkt dat deze stemming ook nooit meer zal ophouden. Je staat jezelf niet toe je met de beweging van je innerlijke stroom te verbinden. Als je leert je heel geconcen­treerd en aandachtig, met je fijnste innerlijke zintuigen af te stemmen op en te luisteren naar de innerlijke levensstroom en deze volgt, zul je merken dat er een voortdurende innerlijke beweging bestaat.

Zowel in dromen als in andere symbolische taal wordt het verblijf van de mens in het lichaam vaak met een reis vergeleken. Deze vergelijking is door de spirituele geschiedenis heen vaak gemaakt. Zij openbaart een diepe waarheid: het innerlijk pad is een constante beweging door de zielssubstantie, die men in stadia moet doorwerken. Deze reis is niet zomaar een woord. Zij is inderdaad een voortdurend bewegende stroom. En dat geldt ook voor jouw eigen persoonlijke pad. Het is een beweging. Het voert je door je landschap. Het voert je door het landschap van je hoger zelf, dat mooi en stralend is. Maar als je de taak die je kwam vervullen loslaat, ervaar je dit mooie landschap niet zo vaak, omdat je dan in de gebieden blijft van die andere aspecten van je bewustzijn, die je nog met het ware zelf moet gaan verenigen en integreren.

Wat gebeurt er met deze verschillende aspecten wanneer je je na een leven terugtrekt in het innerlijk universum? Je leeft er om beurten in. De aspecten die je niet met het hoger zelf hebt kunnen verenigen, blijven geïsoleerde delen, in hun eigen zelfgeschapen werelden. Af en toe zul je in deze afgescheiden werelden verblijven, waarbij de ‘tijdsduur’ - bij gebrek aan een beter woord - afhangt van de intensiteit van elke toestand. Elke wereld is inderdaad een wereld zoals bijvoorbeeld deze stoffelijke wereld, maar met andere omstandigheden, dimensies en wetten. Omdat je geest zich erop fixeert, lijken ze de enige werkelijkheid, net zoals deze sfeer de enige werkelijkheid lijkt als je je uitsluitend daarop richt. Al deze werelden zijn werelden van bewustzijn en daden. Aangezien je heel veel verschillende aspecten hebt, verblijf je in veel verschillende werelden. Maar alleen in de hoogste wereld van je ontwikkelde bewustzijn weet je dat de andere werelden niet je laatste werelden zijn, niet de enige werelden zijn. Terwijl je bewust­zijn zich richt op een van deze andere werelden, vergeet je je echte identiteit, net zoals je als mens je echte identiteit niet kent omdat je je identificeert met de minder ontwikkelde aspecten van je wezen. Dan lijkt het verblijf in de lagere werelden van die aspecten ook werkelijk definitief, zolang het duurt. Maar dit is een illusie. Pas wanneer je in de grotere werkelijkheid van je lichtwereld bent, weet je dat de enige uiteindelijke werkelijkheid schoonheid, liefde, waarheid, licht en zaligheid is. Alle andere toestanden zijn tijdelijk.

Wanneer dus je stemming betrekt, je in wanhoop vervalt en je je tegen die stemming verzet, volg je de innerlijke beweging niet en geloof je dat je in de enige definitieve wereld van duisternis bent. Ik zeg jullie, vrienden, alleen al het feit dat jullie deze waarheden in gedachten houden - zonder strijd en paniek, zonder het angstige idee dat het altijd zo zal blijven - zal je bewust maken dat er een beweging plaats vindt. Dit zal een enorm verschil maken, want het zal je ertoe brengen te onderzoeken en uit te vinden wat de beweging in de kou voor jou betekent. Accepteer de duisternis als een tijdelijke toestand in plaats van ertegen te vechten, en ga erin mee. Door ertegen te vechten stop je de bewe­ging. Door te accepteren volg je de beweging. Dan leidt ze je door de wolk heen. Als je de pijn accepteert en bewust aansluiting kunt vinden met de betekenis, is het geen pijn meer. Zo is het ook met de nare, sombere of negatieve stemming. Zie die als een donkere wolk en laat je door de beweging meevoeren, met de intentie de betekenis ervan te begrijpen. Elke wolk is een betekenis. Verbind je ertoe de betekenis van je stemming te begrijpen. En je innerlijk pad zal je het antwoord geven.

Ik heb jullie keer op keer aangeraden een zogenaamde dagelijkse terugblik te gebruiken als hulpmiddel bij het padwerk.2 Ga dagelijks na welke ver­schillende stemmingen je die dag ‘overvielen’. Ik zeg ‘overvielen’ tussen aanhalingstekens, omdat het weer een illusie is. Het is alsof je aan de verkeerde kant door een verrekijker kijkt. Jij veroorzaakt ze, maar je weet het niet. Het is een beweging in jou, het is een aspect in jou. Het is jouw landschap. De stemming drukt een bepaalde betekenis uit en het is aan jou om je diepste zelf het antwoord te laten geven; om deze verschillende stemmingen in je padwerk te betrekken en deze patronen na te gaan op de verschillende tijden en in de verschillende fasen. Als je ze observeert vind je er enorm veel betekenis in. Omdat je bent afgesneden van de betekenis van je stemming lijkt het alsof je erdoor wordt ‘overvallen’, net zoals de uiterlijke gebeurtenis helemaal niets te maken lijkt te hebben met iets wat jij hebt voortgebracht. Zolang je het deel in je niet kent en niet wilt kennen dat overeenkomt met de stemming die het opriep, die het aantrok, dat een energieveld is dat deze uiterlijke gebeurtenis onvermijdelijk naar je toe trok en jou erop richtte, zolang voel je er geen verbinding mee.

Welnu, misschien wordt het jullie door deze lezing, waarin ik de kloof tussen psychologische en spirituele werkelijkheid probeer te overbruggen, mogelijk om de spirituele werkelijkheid als een praktische richtlijn te gebruiken. Jullie weten allemaal dat de psychologische werkelijkheid als regel stopt bij het zelf-scheppende aspect van je innerlijk wezen en je leven. En het negeert jouw eigen

verantwoordelijkheid in alles. En jullie weten ook dat als regel de spirituele werkelijkheid, zoals er meestal op aarde over gesproken wordt, je niet de psychologische middelen verschaft om praktisch gebruik te maken van de scheppende waarheid. Dan wordt de spirituele praktijk een vlucht voor psychologische factoren. Maar het is evenzeer waar dat de psychologie, zoals die zich vandaag de dag ontwik­kelt, ook een vlucht wordt voor de diepste eigen verantwoordelijkheid van de mens en hem zo berooft van zijn vermogen om te scheppen en te herscheppen. Ik probeer beide te verenigen als twee facetten van dezelfde waarheid. Door één facet weg te laten wordt het andere op zijn eigen manier een vlucht en een onvolledige benadering van de strijd van de mens op aarde.

Voordat ik deze lezing beëindig, wil ik het hier hebben over een historische vooruitgang op het punt van de eigen verantwoordelijkheid. In vroeger tijden ervoer de mens zich als volledig afhankelijk van de goden. In eeuwen die nog niet zover van jullie afliggen, kreeg een religieuze tegen­beweging de overhand waarin de mens zijn falen, zijn armoede, zijn geestelijke en lichamelijke ziekten zelf werden aangerekend. Hij werd als zondaar, als verschoppeling verstoten. Hij werd veroordeeld. Dit was een vervorming van de werkelijkheid die inhield dat iedereen inderdaad zijn eigen toestand en ervaringen creëert. Als echter zo’n werkelijkheid in een geest van afscheiding, liefdeloosheid en veroordeling wordt misbruikt, wordt de waarheid een gevaarlijke halve waarheid. Men moet zich er tijdelijk van distantiëren, zodat er een nieuw en beter evenwicht kan ontstaan. Daarom werd in de eeuw die nu achter jullie ligt maar waarvan de geest nu nog steeds heerst, het begrip van de eigen verantwoordelijkheid ontkend. In het licht van de evolutie is dit een tegenwicht tegen de vervorming en halve waarheid van voorheen, de liefdeloze, veroordelende hou­ding. Nu dreigt de slinger door te slaan naar een andere vervorming en halve waarheid. Men is nu over het algemeen geneigd iemand die lijdt als een onschuldig slachtoffer te zien. Eigen verantwoordelijkheid wordt verward met de beschuldigende, arrogante en bestraffende houding van voorheen. Zo wordt de mens zwakker gemaakt en misleid omtrent zijn eigen mogelijkheden. De psychologie negeert de belangrijke factor van echte schuld, die als zodanig herkend dient te worden achter iedere zogenaamde neurotische en onterechte schuld.

Pas nu, op dit punt van de spiraalbeweging die de evolutie van de mens­heid als geheel doormaakt, is de mens in staat om de verantwoor­de­lijkheid op zich te nemen zonder vervormde beschuldigingen. Nu kan hij de manier vinden om de verantwoordelijkheid te nemen voor zijn negativiteit zonder in wanhoop te vervallen, omdat hij in dit stadium zijn beperkt bewustzijn kan overstijgen. Hij is zover gekomen op zijn reis dat hij spiritueel gerijpt en klaar is om het evenwicht, de liefde en de waarheid van een creatieve eigen verantwoordelijkheid te vinden. Nu kan de waarheid van de eigen verantwoordelijkheid op een nieuw niveau herwonnen worden. In plaats van deze waarheid tegen anderen te gebruiken om het kleine ego te ver­heffen, kan men haar voor zichzelf gebruiken. De waarheid van de eigen verantwoorde­lijk­heid kan in praktijk gebracht worden, niet als bestraffende beschul­di­ging, maar als de hoogste vorm van menselijke waardigheid. Pas als je de waarheid omtrent je negativiteit en destructiviteit wilt erkennen, kun je de grootheid van je scheppende zelf vinden en leren dat je een schepper en een god bent. Een ‘Godsdrager’ als het ware. De slinger gaat heen en weer tot liefde en eigen verantwoordelijkheid niet langer gesplitst worden in twee elkaar ogenschijnlijk uitsluitende tegenstellingen, maar één omvattend geheel worden.

Lieve vrienden, ik zegen jullie allen vanuit de wereld van liefde, waarheid en levensenergie. Gebruik deze energie, zoals jullie zo vaak doen, om diep in je zelf te gaan en één met elkaar te worden.

Wees in vrede.”

 

Deze lezing werd gegeven via Eva Pierrakos in 1973

Oorspronkelijk uitgegeven door Center for the Living Force, Phoenicia (N.Y.) onder de titel: ‘Outer Events Reflect Self-Creation - Three Stages’.

Laatste herziening van de Nederlandse vertaling in 2014.

© Stichting Padwerk Nederland, uitgave 2015.

 

 

1 Zie ook lezing 112 ' Leven in het nu; de mens en zijn verhouding tot de tijd’

2 Zie lezing 28 ‘In gesprek met God; dagelijkse terugblik’ (Noot vertaler)


i Opmerking: De Gids gaf ons jaren geleden een formule om in het padwerk te gebruiken. Wanneer we totaal geen verband zien tussen uiterlijke gebeurtenissen en aspecten van het zelf, kunnen we deze gebeurtenissen als dromen behandelen en op die manier interpreteren. Het is verbazingwekkend hoe deze methode het hier bedoelde verband legt. (Noot vertaler)

ii Lezing 210 ‘Visualiseren om te groeien naar eenheid’

creative commons logo